nieuws

Politieke inbreuk op turn-key

bouwbreed

Als de opdrachtgever van een bouwwerk de verantwoordelijkheid voor het ontwerp, de constructies en werkwijzen helemaal bij de aannemer wil leggen sluit hij een turn-keyovereenkomst. Maar dan moet hij zich ook consequent daarnaar gedragen en zich tijdens de bouw niet bemoeien met datgene waar hij bewust afstand van heeft gedaan. Politieke redenen ke wel eens aanleiding zijn voor een inbreuk op zo’n eenmaal ingenomen stadpunt: de opdrachtgever beperkt zich dan niet tot een opdracht om iets niet te doen, maar hij gaat de aannemer vertellen hoe hij de bouw wel moet uitvoeren.

De gemeente, die in 1990 door een poontwikkelaar een zwembad wilde laten bouwen, legde in de aannemingsovereenkomst uitdrukkelijk vast, dat die aannemer volledig verantwoordelijk en aansprakelijk zou zijn, zowel voor het ontwerp en de constructies als voor de uitvoering en de levering van bouwmaterialen.

Dat zou dus betekenen, dat de gemeente zich niet met de uitvoering van het werk zou bemoeien en dat slechts van enige afstand zou volgen. Maar, zoals wel meer gebeurt, kon deze gemeente het niet opbrengen om dat volgens de eenmaal gedane keuze, ook vol te houden. In feite liet de gemeente een van haar ambtenaren zich zo inhoudelijk met de bouw bemoeien, dat je zou ke zeggen dat er door de aannemer en gemeente een gezamenlijke directie over de bouw werd gevoerd. De gemeente, zelf ondeskundig op het gebied van zwembadbouw, liet zich daarbij zelfs bijstaan door een deskundige van Sportfondsen Nederland.

Echte problemen ging dat pas opleveren toen de gemeente op politieke gronden besloot, dat de aannemer de meranti kozijnen, die hij in het ontwerp had opgenomen, niet mocht aan brengen in het bad. Als beschermer van de tropische regenwouden vond de gemeente, dat voor die kozijnen ook wel grenenhout kon worden gebruikt; de aannemer kreeg de opdracht om geen meranti maar Noord-Europees of -Russisch grenen, droogteklasse III met maximaal 21 procent vocht te gebruiken.

Maar die houtsoort kon de leverancier van de aannemer niet leveren. Hij had wel Centraal-Amerikaans grenen. De gemeente vroeg -en dat was natuurlijk wel verstandig- aan Sigma of dat kon i.v.m. het schilderen en aan een lijmdeskundige firma of dat bezwaren zou opleveren. Pas daarna ging de gemeente ermee akkoord om Centraal-Amerikaans grenen voor de kozijnen te gebruiken. Maar toen die waren aangebracht bleek al gauw, dat deze houtsoort problemen veroorzaakte; de lijmverbindingen bleven open staan en op sommige plaatsen hechtte de verf onvoldoende.

De Stichting Keuringsbureau Hout (SKH) werd ingeschakeld voor het uitbrengen van een reparatie-advies. Maar de gemeente had met dat advies geen vrede, omdat zij niet verwachtte, dat de kozijnen na de reparatie zouden voldoen aan de gestelde eisen. Zij eiste, dat de aannemer de kozijnen allemaal zou vervangen door nieu we, die wel aan die eisen zouden voldoen.

Maar die voelde daar helemaal niets voor en stapte naar de Raad van Arbitrage. In een spoedgeschil eiste hij, dat die zou verklaren, dat de verantwoordelijkheid voor de problemen met de kozijnen bij de gemeente lag omdat die om nietbouwtechnische redenen het gebruik van meranti had verboden en grenen kozijnen aangebracht wilde zien. De aansprakelijkheid voor de door die keuze ontstane schade lag daarom niet bij hem maar bij de gemeente, zo stelde de aannemer niet geheel onbegrijpelijk.

Daar was de raad het in zoverre mee eens, dat de gemeente door haar gedrag een zekere verantwoordelijkheid naar zich toegetrokken had. Zij had zich immers niet gedragen zoals een opdrachtgever heeft te doen tegenover een turn-key poaannemer.

Maar dat betekende nog niet, dat de volle verantwoordelijkheid bij de gemeente was komen te liggen. Dat zou pas het geval zijn geweest als de aannemer had gewaarschuwd tegen de gemeentelijke keuze voor grenenhout. Hij beweerde wel dat te hebben gedaan, maar de gemeente ontkende dat. Het lag ook niet zo voor de hand, want in de procedure voor de raad zei de aannemer, dat pas tijdens de uitvoering bij hem twijfel ontstond over de geschiktheid van grenenhout.

De arbiters kwamen dan ook tot de conclusie, dat de aannemer zich gewoon bij de keuze van de gemeente had neergelegd en niet de moeite had genomen eens te laten onderzoeken of dat grenen wel geschikt was voor een zwembad.

Het Salomons oordeel van de raad luidde dan ook, dat partijen allebei verantwoordelijk waren voor de verkeerde keuze en wel ieder voor de helft.

Hoewel de gemeente alle kozijnen toch weer vervangen wilde zien (toch maar meranti? maar dat zeiden ze niet!) vond de raad dat volstaan kon worden met herstel overeenkomstig het SKH-advies.

‘Onuitvoerbaar’ zei de gemeente, maar dat vond de raad niet, te meer omdat de aannemer natuurlijk wel ‘aansprakelijk’ was (bedoeld werd natuurlijk ‘verantwoordelijk’, maar dat dit niet hetzelfde is hebben veel arbiters nog steeds niet door!) voor het succes van deze herstel-methode.

Het uiteindelijke resultaat was derhalve, dat de kosten van de uitvoering van het SKH-advies voor de helft voor rekening van de gemeente kwam. Die bleef dus zitten met een zwembad, dat niet aan de hoedanigheden beantwoordde, die zij er zelf aan stelde!

Allemaal het gevolg van een wat ondoordachte politieke uitspraak. Die had natuurlijk moeten uitmonden in een opdracht aan de aannemer om in plaats van meranti andere kozijnen te kiezen, die ook aan de gestelde eisen voldeden. Als men dat gedaan had zou de verantwoordelijkheid voor de manier van uitvoering van dit po helemaal bij de aannemer gebleven zijn.

(BR 1993 p. 480)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels