nieuws

Overzicht van het bouwen in Amsterdam

bouwbreed Premium

In Amsterdam verscheen een kloek boek over het bouwen in de hoofdstad, van de vroegste houten woningen tot en met jonge monumenten met woningen van de spraakmakende Amsterdamse School of de in beton gebouwde Openluchtschool van Duiker als representant van het Nieuwe Bouwen. 776 Bladzijden op groot formaat waren nodig om bijna 3000 illustraties te ke opnemen, compleet met toelichtingen en overzichtelijk gerangschikt. Kortom een standaardwerk ‘Bouwen in Amsterdam’.

De bekende bouwhistoricus dr. H.J. Zantkuijl geniet grote bekendheid door zijn talrijke publikaties, veelal in tijdschriftartikelen, bijdragen aan boeken over Amsterdamse monumenten en geheel door hem samengestelde boeken. Daarnaast gaf hij les aan de TU Delft, toen nog TH genoemd, speciaal over de geschiedenis van het Amsterdamse woonhuis.

Als hoofdarchitect van het Bureau Monumentenzorg in Amsterdam werd hij in 1973 belast met het schrijven van een compendium ‘Bouwen in Amsterdam’.

Aanvankelijk dacht men aan twintig katernen van 16 bladzijden. Dat liep wat uit de hand: het werden er zestig, waarvan de laatste jaargangen met 44 bladzijden per aflevering! Vooral in kringen van monumentenzorg rond de hoofdstad was de uitgave bekend, maar het bleef beperkt tot insiders.

Daarin is verandering gekomen nu uitgeverij Architectura & Natura in samenwerking met ondermeer de vereniging Vrienden van Diogenes en het Prins Bernhardfonds tot gebundelde heruitgave besloot.

De afleveringen gingen paginas gewijs onder de camera door en werden herdrukt, gecomplementeerd met paginering, inhoudsopgave en register op trefwoorden.

Dat heeft het nadeel dat sommige illustraties kwalitatief wat ondermaats zijn, maar opnieuw opnemen van de fotos zou het boek onbetaalbaar gemaakt hebben.

Centraal in het boek staat de ontwikkeling van het woonhuis in Amsterdam, van voorgangers zoals het landelijke houten huis tot massa-woningbouw uit het begin van deze eeuw. Daarbij worden ontwikkelingen van hout naar steen, van sporenkap tot mansarde en de bijbehorende geschiedenis van het funderen op houten palen in specifieke Amsterdamse oplossingen uitvoerig geillustreerd en in teksten toegelicht.

Maar ook de opeenvolgende bouwstijlen komen aan bod, ondermeer voor grotere gebouwen dan alleen woningen. Veel aandacht is besteed aan details, bijvoorbeeld van het houten skelet voor woningen, maar ook constructies van grote kappen, van deuren door de eeuwen heen, trappen en onderdelen als de verwarming van de woningen. Het is duidelijk, dat de inhoud te gevarieerd is om er hier een redelijk compleet beeld van te schetsen. Daarbij is dit bouwen in de hoofdstad vaak tegen de stedebouwkundige achtergronden belicht, in het stedelijk weefsel van het Amsterdam in de loop der eeuwen.

De oorspronkelijke tijdschriftachtige katernen volgden in grote lijnen de geschiedenis van het bouwen. Doordat dwarsverbanden met ontwikkelingen in andere steden niet werden geschuwd, ontstond een breed georienteerd boekwerk dat uniek is door de hierin verzamelde bouwtechnische kennis binnen de Nederlandsche architectuurontwikkeling. Het is dan ook geen wonder dat het relatief goedkope boek (tot 31 december tegen een introductieprijs) als warme broodjes over de toonbank gaan. Het boek zal vooral in de bouwwereld belangstelling trekken.

Dr. H.J. Zantkuijl: ‘Bouwen in Amsterdam’. Uitgeverij: Architectura & Natura, Amsterdam 1993. Formaat: 21 x 34 cm, 776 blz. ISBN: 90 71570 28 2. Prijs: (gebonden in linnen band) f. 200; tot 31 december geldt een introductieprijs van f. 150.

Reageer op dit artikel