nieuws

Noord-Holland zorgt voor verrassende inventarisatie

bouwbreed

In de reeks over architectuur en stedebouw tussen 1850 en 1940 verscheen het tiende deel over de provincie NoordHolland. Hierin blijkt het Monumenten Inventarisatie Po (MIP) opnieuw een verrassend veelzijdig beeld op te leveren, van neo-klassieke tendensen tot uiteenlopende vormen van moderne architectuur uit de eerste decennia van deze eeuw.

De auteurs van de nu verschenen tien delen in deze reeks moesten voor hun boeken weer een strenge selectie toepassen uit het Monumenten Inventarisatie Po (MIP). Het moet mede van hun persoonlijke visie afhangen, hoe zij de provinciale dan wel grootstedelijke hoeveelheden mogelijk toekomstige monumenten interpreteren en als karakteristiek voor de regios beschouwen.

Dat maakt het ene deel verrassender dan het andere.

Het nu verschenen boek over Noord-Holland is daar een opmerkelijk voorbeeld van. Met name de neo-architectuur is er in vertegenwoordigd met enkele hoogtepunten, maar ze spelen een ondergeschikte rol in de gepubliceerde voorbeelden. Aardig is daarbij dat een foto is opgenomen van Cuypers bekende St. Vituskerk in Hilversum, als markant voorbeeld van neo-gotiek, met direct daarnaast de vrijwel onbekende oud-katholieke kerk met dezelfde naam in neo-barok.

Het is een veel minder toegepaste neo-stijl die de architect P.A. Weeldenburg in 1889 toepaste voor een vrij uniek kerkgebouw in ons land, wellicht unieker dan de grote roomskatholieke kerk van Cuypers als een van de velen in neo-gotiek.

Maar minstens even verrassend is de gereformeerde kerk in Andijk, een nogal monumentaal en expressionistisch gebouw in baksteen opgetrokken met een fraai daklandschap met leien en een forse kerktoren. Mede door de hoogconjunctuur in de bollenteelt gedurende de late jaren twintig kon een zo monumentaal kerkgebouw tot stand komen.

Zo treft men in Noord-Holland van uiteenlopende specimen vroeg twintigeeuwse architectuur voortreffelijk incidentele specimen aan. Een wereldberoemd voorbeeld van het Nieuwe Bouwen vormt het voormalig sanatorium Zonnestraal in Hilversum van Duiker, dat langzaam maar zeker zijn on dergang tot bouwval tegemoet gaat. Maar daarnaast is een al bijna even uniek voormalige lighal van een Bergens koloniehuis voor de jeugd opgenomen, van architect G. Arendzon uit 1937. De archieffoto en de toestand nu geven een soortgelijk deprimerend beeld als Zonnestraal en het lijkt evenzeer beschermenswaardig als het complex in Hilversum.

Uit de laatstgenoemde gemeente zijn enkele markante voorbeelden van architect W.M. Dudok opgenomen, die alleen al voor een omvangrijk en gevarieerd aantal scholen, woningen en dergelijke zorgde mete relatief veel jonge monumenten. Zijn nu dan eindelijk vrijwel gerestaureerde stadhuis vormt daarin een hoogtepunt. (Hier zij tussen haakjes opgemerkt, dat het tijdschrift De Architect net een themanummer over Dudok in Hilversum heeft gepubliceerd met opmerkelijk fraaie fotos van onder meer dit stadhuis). Maar buiten de radio- en tv-stad bouwde Dudok onder meer het eerste Nederlandse crematorium in Driehuis en het monument op de Afsluitdijk. Beide zijn opgenomen en vertegen woordigen specifieke periodes in het werk van Dudok.

Actueel is het warenhuis van Vroom en Dreesman in Haarlem, een kloek bouwvolume van architect J. Kuyt uit 1929.

Aanvankelijk werd het ontwerp met veel tegenzin onder vakmensen en gewone Haarlemmers uitgevoerd, maar het wordt nu waarschijnlijk terecht voorgedragen als monument als het via de selectie die nu plaats vindt positief wordt gewaardeerd. De actualiteit schuilt echter in het overmaatse bouwvolume in relatie tot nieuwbouwplannen op het Enschede-terrein waar een door schoonmaak duur terrein eigenlijk erg veel functies krijgt toebedeeld, inclusief een stedelijke ruimte als een nieuw toegevoegd plein in de binnenstad.

Zo zijn er nog tal van voorbeelden van interessante architectuur in dit boek te noemen, die werden geselecteerd uit elf- tot twaalfduizend geinventariseerde voorbeelden en vijftig gebieden die in aanmerking zouden ke komen voor beschermde stads- of dorpsgezichten. Het deel vormt daarmee een van de veelzijdigste delen in de reeks, met voornamelijk nieuwe fotos van G.J.

Dukker, een fotograaf van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg met een lange staat van verdienste, die tot een uitstekend resultaat hebben geleid.

Opmerkelijk is overigens het succes van deze reeks boeken van de RvdM met uitgeverij Waanders. Van de vroegst verschenen delen zijn er meerdere uitverkocht en worden herdrukt. Daarnaast is er vanuit verschillende steden op aangedrongen ook aan die gemeenten een deel te wijden. Dit leidt tot een aparte tweede reeks waarin volgend jaar de eerste delen tegemoet gezien kunen worden van Groningen en Tilburg, naast twee provinciale delen over Friesland en Limburg.

E. van der Kleij: ‘Architectuur en stedebouw in NoordHolland 1850-1940’. Uitgeverij Waanders, Zwolle 1993.

Formaat: 19 x 24,5 cm, 176 blz. ISBN: 90 6630 364 6.

Prijs: (ingenaaid) f 35,00.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels