nieuws

Museale kwaliteit in de architectuur voor …

bouwbreed

Museale kwaliteit in de architectuur voor Vitra Het eerste gerealiseerde gebouw van architect Zaha Hadid staat in Weil am Rhein, een dorp net over de grens bij Bazel. Het gebouwtje voor een bedrijfsbrandweer heeft de ‘papieren architect’ tot een bouwmeester van formaat verheven omdat het futuristische ontwerp perfect werd uitgewerkt. Het gebouw was nauwelijks in gebruik toen Tadao Ando er een studiecentrum realiseerde. Van wat oudere datum zijn een stoelenmuseum van Frank Gehry en een fabricagehal van Nicholas Grimshaw. Bijna gereed is de nieuwste hal van Alvaro Siza.

Kortom er is een uiterst veelzijdige collectie gebouwen verrezen bij het drielandenpunt van Zwitsers, Frans en Duits grondgebied. De architecten zijn buitenlanders die van grotere afstanden aanvlogen en de architectonische kwaliteit tot grote hoogte opvoerden. De man achter al deze spectaculaire gebouwen is fabrieksdirecteur Rolf Fehlbaum, een vervente verzamelaar van stoelen die er een publiekstoegankelijk museum voor liet bouwen. Het vormt het enige onderdeel van het complex dat men ’s middags van binnen kan bekijken.

Van een ‘openluchtmuseum voor hedendaagse architectuur’ wil mijn rondleidster van de afdeling marketing/communicatie bij Vitra eenvoudig niet horen, want het museum heeft voor haar het image van een collectie stoffige oudheden. Dat is wat onlogisch geredeneerd want men is er terecht trots op dat de Vitra-produkten in veel museale collecties zijn opgenomen, maar ook nog dagelijks als duurzame gebruiksartikelen over de toonbank gaan.

Vitra staat voor de fabricage en levering van de perfecte stoelen uit de fameuze ‘Aluminium Group’ van Charles Eames, maar ook maakt men ballorige, in kleinere kring hoog aanzien genietende postmoderne vormwil van ontwerpers als Boris Sipek. De tegenstellingen in de collectie treft men ook aan binnen het afwisselende bedrijfscomplex aan de rand van Weil am Rhein. Directeur Fehlbaum denkt echter blijkens een interview in ‘Baumeister’ breder en erkent de kleurrijke kritieken ‘Ja, ja, Disneyland of dierentuin, ik vind dat steeds heel lustig. Ten eerste houd ik van Disneyland. Ten tweede ziet natuurlijk ieder die wat gevoel heeft, dat hier een compositie is nagestreefd als een levendige en pluriforme werkgemeenschap.’

Architectuur Wim van Heuvel Rolf Fehlbaum voert daarmee bewust een eigenzinnig architectuurbeleid. Dat begon overigens in de jaren zeventig aanzienlijk tammer. Een deel van de fabriek brandde in enkele uren af. Men besloot tot herbouw, met gebruikmaking van een deel van de produktieruimte die minder schade had opgelopen.

Nicholas Grimshaw

Als ontwerper werd de Britse high-tech architect Nicholas Grimshaw aangetrokken. Hij begon met een zeg maar stedebouwkundig plan, waarin toekomstige uitbreidingen op een streng raster werden gepland. Hij leek er een gespreid bed met toekomstige vervolgopdrachten te ontwikkelen.

De eerste twee fasen realiseerde Grimshaw inderdaad zelf. Het zijn betrekkelijk eenvoudige fabriekshallen. Karakteristiek is de hoofdopzet van grote rechthoekige fabrieksruimten met zo min mogelijk tussensteunpunten, maar niet gedomineerd door de toen veel in Engeland toegepaste hijgerige bouwtechniek van hoog aan onlogische masten opgetuigde hangconstructies. Het is meer technische architectuur zonder kermis-atracties waarbij de constructie eenvoudig binnen de gevelhuid is opgesteld en gecompliceerd onderhoud voorkomt.

Maar de fabrieksruimten werden wel optimale hallen met plattegronden waarin het flexibele fabricageproces zich makkelijk kan vernieuwen. Alleen op de kop werden kantoorruimten in twee bouwlagen ingebouwd. Maar kleedruimten, toiletgroepen, trappen en dergelijke werden als uitbouwen buiten de eigenlijke bedrijfshal aangebouwd.

De gevels kregen eenvoudig een sandwich-opbouw met aan de buitenzijde een afwerking van gegolfd aluminium, waarin horizontaal gekoppelde raamstroken zijn opgenomen. De uitbouwen zijn met een afwijkende blauwe golfplaat bekleed. Het vormt een sympathieke fabrieksarchitectuur in het landschap met een voormalige kersenboomgaard aan de periferie van het dorp.

Claes Oldenburg

Ingrijpend in de planningsprocedure was de opdracht aan Claes Oldenburg en zijn vrouw Coosje van Bruggen om een sculptuur voor Vitra te ontwerpen. De in Zweden geboren Oldenburg ontwikkelde zich in de Verenigde Staten via happenings en softsculpturen tot de man achter de enorm uitvergrote gebruiksvoorwerken op stedebouwkundige schaal. Een wasknijper bleek goed voor een tientallen meters hoge sculptuur en een troffel voor een twaalf meter hoge sculptuur op de Hoge Veluwe in de beeldentuin van Rijksmuseum Kroller-Muller. Museum BoymansVan Beuningen bezit een sculptuur in de vorm van een schroefboog als fantasie voor een Maasbrug op verkleinde schaal in de museumtuin. Oldenburg werkt sedert hij de Nederlandse Coosje van Bruggen via Sonsbeek buiten de Perken leerde kennen, samen met deze kunsthistorica voor zijn monumentale sculpturen. Terzijde van de weg in Weil am Rhein balanceert een (in de meubelbranche ongebruikelijke!) klauwhamer op vijf meter hoogte op een schroevedraaier en tang. De naieve vergroting werd in de Vitra-fabriek gemaakt; Oldenburg nam de bevriende architect Frank Gehry mee om de exacte situering van de sculptuur in het terrein te bepalen.

Frank Gehry

De contacten met directeur Fehlbaum bevielen zo goed, dat hij Gehry de volgende opdracht gaf voor uitbreiding met een bedrijfshal en een apart museumgebouw dat zijn groeidene stoelencollectie recht zou doen.

De deconstructivistische architect Gehry ontwierp in het spoor van zijn Britse collega Grimshaw een eenvoudige grote rechthoekige bedrijfshal, met uitbouwen voor secundaire ruimten. De rond lopende hellingbaan zorgde voor een plastisch accent aan een verder doosvormig industriegebouw.

Alle remmen werden losgelaten bij het spectaculaire kleine museum voor stoelen, dat terzijde van de entree van het voor publiek ontoegankelijke bedrijfsterrein staat. Het gebouw is een gebouwde sculptuur geworden waaraan we in Cobouw bij de opening ruime aandacht hebben besteed.

Na de opening verbijsterde het de afdeling marketing/communicatie dat de stroom architectuurtoeristen van ’s morgens vroeg tot na zonsondergang bleef aanzwellen, vaak met bussen tegelijk aangevoerd en soms buiten de openingsuren.

Men raakte bijna verlegen met de grote belangstelling.

Zaha Hadid

De uit het Midden-Oosten afkomstige Zaha Hadid heeft jarenlang flitsende ontwerpen gemaakt, die eveneens tot het deconstructivisme worden gerekend. Ze zijn verwant aan de Weense architectengroep Coop Himmelblau die de dakopbouw van het Groninger Museum hebben ontworpen. Zowel de Weense architecten als Zaha Hadid ontwierpen enkele jaren geleden in Groningen een videopaviljoen dat inmiddels is afgebroken. Het ontwerp van de Weense architecten was karakteristiek door de bliksemschicht-vormige bouwdelen, alsof het min of meer transparante bouwsel klaar stond om op te vliegen. Het ontwerp van Hadid stond in het centrum van Groningen en wordt wellicht opgebouwd op de binnenplaats van de gemeentelijke Dienst Ruimtelijke Ordening/Economische zaken.

Eerder werkten deze ontwerpers mee aan een manifestatie van Architectuur Internationaal Rotterdam (AIR), ieder met een sculptuur. Hadid ontwierp een drijvende sculptuur die ongeveer schaal 1:5 in een stadsgracht bij Boymans werd geexposeerd (waarvan reconstructie in de vijver van het Nederlands Architectuurinstituut wellicht te overwegen ware geweest) en de sculptuur van Coop Himmelblau staat nog steeds op de hoek van de Eendrachtsweg en West Zeedijk.

Hadid, die vanavond acht uur een openbaar toegankelijke lezing verzorgt in het Berlage-Instituut aan het IJsbaanpad in Amsterdam, leverde in Weil am Rhein zon belangrijke bijdrage aan de hedendaagse architectuur, dat die apart in deze aflevering van Cobouw/WeekUit wordt besproken.

Tadao Ando

Hetzelfde, maar een week later, geldt voor het eenvoudige studiecentrum dat de Japanse architect Tadao Ando, bij een eerdere Master Class aan het Berlage Instituut door Hertzberger een van de vijf beste architecten ter wereld van nu genoemd, onlangs opleverde. Het gaat om een aantal ruimten waar bedrijfsinstructies gegeven ke worden aan kleine groepen medewerkers, maar waar ook kleine bijeenkomsten georganiseerd ke worden. Beiden, Hadid en Ando, bouwden in beton, met een zekere perfectie, maar in uiteenlopende architectuuropvatting.

Alvaro Siza

Tijdens mijn bezoek werd de laatste hand gelegd aan een grote frabriekshal naar ontwerp van de Portugees Alvaro Siza, die ook in de Haagse Schilderswijk een complex woningbouw heeft gerealiseerd.

Daar experimenteerde Siza al met het gebruik van baksteen voor de gevels.

In Weil am Rhein ontstond de grootste Vitra-bedrijfsruimte als een bijna volmaakte doos van rode baksteen. In de gevel ligt op een basement van platen natuursteen een stalen U-balk met de open zijde in het zicht. 1,5 centimeter daarboven verheft zich, ogenschijnlijk zwevend via een opvangconstructie naar het binnenspouwblad, zon meter of vijf rode baksteen.

Zeer grote ramen boven het basement hebben een overmaatse negge van ruim veertig centimeter. Maar het binnenspouwblad is opgetrokken in blokken metselwerk met isolatiepakket en spouw, waardoor de negge ruimer dan gebruikelijk kon worden. Het inmense geveloppervlak is onderverdeeld door dilatatievoegen in het metselwerk, dat door twee Britse metselaars werd opgetrokken. Aan de bovenzijde is de dakrand opnieuw uitgevoerd als stalen U-profiel. De doosvorm kon niet strenger gedetailleerd en vormt een prachtig contrast met de dynamische brandweerpost van Hadid. Die wordt overigens wel naar de tweede plaats verdrongen door een in aanbouw zijnde luchtbrug over de ontsluitingsweg als verbinding tussen oude en nieuwe bedrijfsruimten .

Architectonische kwaliteit

Daarmee heeft Rolf Feldbaum naast zijn veelzijdige collectie stoelen inmiddels een even gevarieerde collectie architectuur.

Men kan van mening verschillen over details, over de ontwerpopvattingen en het materiaalgebruik, maar overal is een architectonische kwaliteit nadrukkelijk aanwezig. De keuze voor heel bewust geselecteerde architecten is duidelijk en overtuigend, voor mij zelfs aanvaardbaarder dan sommige meubelontwerpers. Dat levert Vitra wel een rijke oogst op aan gratis publiciteit, met name in de vakbladen voor een brede doelgroep van clientele. Maar voor alles lijkt Rolf Fehlbaum er de bevrediging van een collectioneur in te vinden.

Soms dringt een vergelijking met het bouwprogramma van de Kruller Mullers rond de Hoge Veluwe zich op. Maar de architectuurtoerist moet zich in Weil am Rhein aanpassen aan de regels die Vitra stelt. Want het bedrijf is geen (werkend) museum. Men kan slechts van buiten de omrastering met hekken bedrijfsruimten gadeslaan. Andos gebouwtjes ligt daar los voor naast de sculptuur van Claes Oldenburg en Gehry’s stoelenmuseum. Alleen dat laatste is van dinsdag tot en met vrijdag van 14 tot 18 uur en in de weekends van 11 tot 17 uur toegankelijk.

En volgend jaar komt een nieuw bedrijfscomplex van Frank Gehry gereed, aan de overzijde van de grens, in een buitenwijk van Bazel.

Foto boven: Claes Oldenburg ontwierp de sculptuur op de voorgrond, bij Vitra vervaardigd, en vroeg Frank Gehry bij het bepalen van de situatie te assisteren. Uiteindelijk betekende dat een introductie op het ontwerp voor het stoelenmuseum op de achtergrond.

Foto naast:Beton en glas waren de voornaamste bouwmaterialen voor de brandweerpost van Zaha Hadid in een dynamisch deconstructivisme.

De technische architectuur van Nicholas Grimshaw vormde de eerste invulling van het ‘stedebouwkundige plan’ na de brand. Secundaire functies werden als uitbouw aan de rechthoekige bedrijfsruimte toegevoegd.

Het gebouwtje van Tadao Ando is deels ingegraven en wordt aan twee zijden door ver buiten het bouwvolumen doorlopende muren gekenmerkt, die deels een verdiepte buitenruimte omsluiten.

De ruimtewerking in Frank Gehry’s stoelenmuseum is vaak verrassend, vooral op de verdieping met rechts een vide en kruisvormig daklicht dat als prisma door het dak steekt.

De strakke baksteenarchitectuur van Alvaro Siza rust op een plint van platen natuursteen, ingeklemd tussen twee stalen gevelbanden. De negges om de royale kozijnen zijn twee strekken diep.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels