nieuws

Investeren in Oost-Europa is rekenen met lange termijn

bouwbreed Premium

Voor de korte termijn valt er weinig winst te verwachten op investeringen in Oosteuropese zaken. Dat gebeurt pas na een periode van drie of vier jaar. Bedrijven als Ahold en Philips, die de eerste mogelijkheid te baat namen om een activiteit in Tsjechie en Polen te beginnen, boeken nu de eerste winst op die ondernemingen. Aldus A. Slag van de Economische Studenten Vereniging van de Katholieke Universiteit Nijmegen ( 1) .

Oostelijk Europa biedt volgens Slag een markt met ruim 630 miljoen mensen. Greep krijgen op die markt vereist van de westerse ondernemer een pioniersmentaliteit. Daardoor kan het oosten van Europa zich ontwikkelen tot een regio met lage lonen en kan men met de goedkope arbeidskracht bijvoorbeeld werk aannemen dat in traditionele lage lonen-landen als Korea en Taiwan te duur wordt. Naar verwacht zal de beloning in Oost-Europa in de eerstkomende jaren onder het westerse niveau blijven.

Mede door de lage beloning is het eerder regelmaat dan uitzondering geworden dat mensen twee banen hebben.

Rendement op kortere termijn levert volgens Slag vooral de sector voedingsmiddelen op.

Investeringen zal hier ook een vraag naar bouwwerken laten ontstaan. Een grotere hoeveel heid bouwwerken komt vrij met investeringen in de wegenbouw en in andere nationale poen. Te denken valt hier aan ziekenhuisbouw en aan poen voor de telecommunicatie.

De infrastructuur en de bijbehorende voorzieningen in oostelijk Europa zijn dermate slecht dat ongeveer 30 procent van de oogsten tussen het veld en de bestemming bederft. Als gevolg daarvan neemt de efficientie in de verwerkende bedrijven af en stagneert de bevoorrading van de winkels.

Plaatselijke bedrijven

Inzake de uitvoering van werken is het volgens Slag niet onlogisch te verwachten dat bijvoorbeeld de overheid de inzet van plaatselijke bedrijven verplicht stelt bij onder meer de aanleg van wegen. Het westers consortium dat zon po onder die voorwaarde aanneemt staat dan voor het probleem dat in het plaatselijke bedrijf andere normen en waarden gelden dan in de westerse ondernemingen.

Het meest kenmerkende verschil is het marktgerichte denken. De gang van zaken omtrent vraag en aanbod levert in het oosten van Europa nogal wat problemen op; het gevolg van de planeconomie. Andere gevolgen van deze organisatievorm zijn het gebrek aan verantwoordelijkheid dat zich nog steeds voordoet en de lage arbeidsproduktiviteit.

Bijdrage Westen De ernst van deze tekortkomingen ten spijt gaat het volgens Slag hier niet om onover komelijke problemen. Binnen een generatie zullen naar verwachting de gevolgen van de planeconomie zijn verdwenen.

Nu al blijkt dat de jongere generaties de zaken anders willen aanpakken.

Westerse bedrijven ke daar het hunne aan bijdragen door bijvoorbeeld te investeren in de overdracht van kennis en onder meer werknemers op het chefniveau hier op te leiden.

Mede daardoor kan er een begin worden gemaakt met het verminderen van het kennisgebrek omtrent coordinatie. Westerse bedrijven ke deze tekortkoming ook verminderen door de bedrijfsformule in franchise uit te geven. Het aanstellen van Westerse bedrijfsleiders in Oost-Europese vestigingen is doorgaans niet aan te raden. Het vinden van de juiste kandidaten levert ecevwel nogal wat moeilijkheden op omdat uitgesproken managers nog nauwelijks zijn te vinden. In oostelijk Europa geldt Volgens Slag nog steeds de stelregel ‘kennis heeft men, relaties gebruikt men’ terwijl in het westen de regel geldt ‘kennis gebruikt men, relaties heeft men’.

Grijs circuit

Als gevolg daarvan liet het netwerk van relaties in de Oost-Europese landen een uitgebreid grijs circuit ontstaan.

Voor de aannemerij betekent dit dat het niet altijd zeker is dat de laagste inschrijver het aanbestede werk toegewezen krijgt. Westerse bedrijven verkijken zich soms op het belang en de omvang van dit grijze circuit.

Grote(re) ondernemingen beschikken doorgaans over mensen die het informele circuit kennen en de tijd ke vrijmaken om langs die weg hun belangen te behartigen. Het midden- en kleinbedrijf heeft die contacten niet, vooropgesteld dat men van het bestaan van het grijze circuit afweet.

De economische wet- en regelgeving is volgens Slag in Tsjechie en Hongarije momenteel het verst gevorderd. De huidige juridische organisatie is evenwel nog steeds aan verandering onderhevig.

In Polen verloopt de inrichting van het economische bestel nog wat minder voorspoedig.

Het land herstelt zich daarentegen van de gevplgen die de economische shocktherapie eerder teweeg bracht. De resultaten van die aanpak rechtvaardigen de verwachting dat Polen over enkele jaren een bloeiend economisch leven heeft. In het verlengde daarvan ligt de verwachting dat de Visegrad-overeenkomst die Polen, Hongarije, Tsjechie en de Slowaakse Republiek eerder sloten een slagvaardig handelsblok laat ontstaan.

( 1) Op zaterdag 9 oktober houdt de Economische Studenten Vereniging in samenwerking met het NCW een congres in Nijmegen over investeren in Oost-Europa.

Nadere inlichtingen verstrekt de ESV via telefoon 080-611929 of fax 080-611846.

Reageer op dit artikel