nieuws

Historie van de volksbuurt in het hart van de Haagse Schilderswijk

bouwbreed Premium

Een kwart van de Nederlandse bevolking woonde er sinds begin deze eeuw, in een arbeiderswijk. Het Volksbuurtmuseum in de Haagse Schilderswijk biedt vanaf november een blik op de geschiedenis en de cultuur van arbeiders in de grote steden. Maar er is en komt meer: theater, cursussen, symposia en rondleidingen door de slechtst bekend staande wijk van Den Haag.

‘Het was natuurlijk een fluitje van een cent geweest om dit museum in de binnenstad te vestigen’, zegt directeur John Duivesteijn. De initiatiefnemers kozen voor de moeilijkere weg van een nieuw gebouwd museum dat niet alleen toonzaal is. ‘Zoek de mensen maar op. Bovendien zijn we ook een maatschappelijke instelling: we willen de diverse groepen in de wijk met elkaar in contact laten komen.’

Duivesteijn is realist in de resultaten daarvan. ‘De hele wijk is de te jaren omver geschoffeld. Je moet er een paar decennia voor uittrekken voordat we echt met elkaar ke leven.’ Het museum heeft een concept dat voor zover bekend, uniek is. De huidi ge bevolking (voor een groot deel buitenlanders) heeft geen relatie met de geschiedenis van de volksbuurt.

Theaters

In het gebouw zijn daarom twee theaters: een binnen en een in de open lucht. De diverse bevolkingsgroepen ke daar theater en muziek brengen. Duivesteijn hoopt nog op geld van de gemeente voor enkele topacts uit onder meer Turkije. Ook komen er cursussen theater en dans voor bij voorbeeld allochtone vrouwen en jongeren.Naast de vaste expositie over de arbeiderswijken, zijn er wisseltentoonstellingen, waarvan de eerste onlangs is geopend.

‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet’, voor kinderen, over discriminatie. Duivesteijn past er echter voor om alleen iets aan discriminatie in de Schilderswijk te doen. ‘Het is een algemeen probleem. Ik ben er van overtuigd dat in goede wijken nog meer gediscrimineerd wordt dan hier. Een groot deel van de Haagse bevolking heeft vooroordelen over de Schilderswijk, maar is er nog nooit geweest.

Laat die mensen ook maar eens hierheen komen. Je wordt echt niet op elke straathoek beroofd. De overheid benadert het ook teveel als probleemwijk. Maar ik heb hier veertig vrijwilligers rondlopen waar veel creatiefs uitkomt.”

Kwaliteit

De directeur predikt geen cultuur met een hoofdletter C, maar wel kwaliteit. ‘De meeste tentoonstellingen zijn toch voor mensen met een vrij hoge opleiding en abstractievermogen. Wij presenteren ons laagdrempelig.’ Videos, fotos, diaseries en de nabouw van een woonkamer en keuken uit 1935 zijn daar voorbeelden van. Het idee om de historie van de arbeiderswijk vast te leggen ontstond in de jaren tachtig, toen de stadsvernieuwing begon.

‘Uit een soort nostalgie’, zegt Duivesteijn. In de Schilderswijk is die vernieuwing nog in volle gang. De wijk verandert snel, veel is tegen de vlakte gegaan. De laatste grote fase is net in gang gezet. Veel huizen zijn dichtgetimmerd, klaar voor de sloop. Volgens de directeur zullen (voormalige) bewoners van wijken als De Pijp in Amsterdam en het Oude Noorden in Rotterdam zich ook ke vinden in de basistentoonstelling over de arbeiderswijken.

‘Het vertelt het verhaal van de trek van mensen naar de grote stad op zoek naar inkomen, de revolutiebouw, sanering in de jaren zestig, stadsvernieuwing, arbeid.’ Ook komt er aandacht voor de diverse stadsdialecten: oftewel ‘plat’ Haags, Amsterdams, Rotterdams en Utrechts.

Gezelligheid

En natuurlijk wordt de spreekwoordelijke ‘gezelligheid’ van de arbeiderswijk niet vergeten.

‘Mensen leefden daar meer op straat, komen uit hetzelfde milieu in een recessie terecht.

Ze bieden elkaar creatieve oplossingen en saamhorigheid, overleven en tackelen problemen. Na de Tweede Wereldoorlog is dat langzaam uit elkaar gevallen, dan zijn mensen ook niet meer zo afhankelijk van elkaar.”

Het Volksbuurtmuseum in de Hobbemastraat is herkenbaar aan een rode toren van 28 meter hoog. Duivesteijn vindt het een symbool dat je als culturele instelling niet alleen maar serieus hoeft te zijn. ‘Het uitzicht is gewoon leuk. En het is een orientatiepunt.’

Reageer op dit artikel