nieuws

De markt voor bodemadviesbureaus is slecht …

bouwbreed

De markt voor bodemadviesbureaus is slecht voorbereid op de komende concurrentieslag.

Deze bedrijven denken en werken niet vanuit de behoeften van hun opdrachtgevers. Bovendien zijn er nogal wat opdrachtgevers ontevreden. Veel opdrachtgevers hebben volgens nummer 7 van Milieu Magazine de indruk dat de taximeter van de onderzoeksbureaus steeds harder gaat lopen, dat een rapport meestal eindigt in een aanbeveling voor verdere onderzoeken en dat uiteindelijk de rapportages onleesbaar zijn. De bureaus zullen zich marktgerichter moeten opstellen omdat hun aantal toeneemt bij een afnemende vraag naar bodemonderzoek.

Er bestaat twijfel over de omzetgroei van de bodemadviseurs. Dat komt door de dalende overheidsuitgaven, de onzekerheid omtrent de verplichting de bodem volledig te herstellen en door de conjunctuur die het beleid inzake ruimtelijke ordening van de gemeenten bepaalt. Particulieren en bedrijven zullen belangrijker opdrachtgevers voor de bureaus worden dan de overheden.

We moeten terug naar de investeringsquotes van kort naar de Tweede Wereldoorlog. Uit die periode ke we overigens meteen hoop putten: ook toen werd de werkgelegenheidssituatie als vrij hopeloos gezien. Door de opbouw van een voor die tijd moderne industrie, gekoppeld aan een breed gedragen lange-termijnbeleid is Nederland er toen in geslaagd als die werkzoekenden op te nemen. Prof. dr.

A. van der Zwan meldt in nummer 32 van Onderneming dat de ernst van het vraagstuk nu zo groot is dat er wel een kentering moet komen. De Nederlandse groeikracht schiet volgens hem tekort. Als wereldwijd de produktiviteit met 2 tot 3 procent stijgt moet de Nederlandse economie 3 tot 4 procent per jaar stijgen om een netto-opnamecapaciteit van arbeid te hebben. Er dient een fundamenteel andere aanpak te komen die een appel doet op een nieuw en groeiend ondernemersschap. Dat moet weer leiden tot een brede laag doorgroeiende middelgrote industriele ondernemingen. Die voorkomt dat het economische funbdament trilt wanneer het minder goed gaat met de grote bedrijven.

Nederlandse bedrijven hebben in het algemeen moeite succesvol in te spelen op aanbestedingen door de overheid. Ondernemers onderschatten zowel de mogelijkheden die er zijn als de moeilijkheden die zij daarbij ke tegenkomen. Volgens nummer 8/9 van Ondernemen in Europa hanteren ondernemers die eerder zaken deden met overheden en publiekrechtelijke organisaties vaak een dubieuze struisvogelpolitiek. Men vertrouwt erop dat de reeds bestaande contacten garant staan voor opdrachten in de toekomst en orienteren zich nauwelijks op de formele regels die van toepassing zijn op de aanbesteding van werken, leveringen en diensten. Deze houding kan funest uitpakken bij Europawijde aanbestedingen. Sommige aanbestedende diensten zijn bezig met een inhaalslag uit angst voor (nog meer) beroepsprocedures door bedrijven die zich in hun belangen geschaad achten. Nogal wat bedrijven gaan ervan uit dat deze formele aanpak alleen op papier wordt gevolgd en dat men toch wel de aanbesteding krijgt. Het komt ook voor dat bedrijven niet of nauwelijks van het bestaan van de geldende regels afweten. Deze houding zal voor deze bedrijven betekenen dat het werk naar anderen gaat.

Zeker mag men niet stellen dat de bouw afstevent op een catastrofale crisis maar men kan ook niet ontkennen dat momenteel gewerkt wordt in een periode van ongewoon scherpe concurrentie. In de bouw dient men na de negatieve BNPgroei van dit jaar hoe dan ook voor volgend jaar rake klappen te verwachten. Volgens nummer 40 van Bouwkroniek doet zich onder meer in de wegenbouw een forse concurrentieslag voor. De overheid besteedt zon 20 procent minder aan infrastructuur. Aanbestedingen voor hsl-werken maken om die reden offertes los waarvan het eindbedrag ver beneden de ramingen van de ingenieurs blijft. De prijsverlagingen leveren rekeningen op die 20 tot 30 procent beneden de kostprijs blijven. Woningbouw en renovatie lijken in Belgie het beste resultaat te boeken.

De beheersing van de rente blijft evenwel een probleem.

Ook de sociaal-economische toestand blijkteen remmende factor voor nieuwe bouwpoen.

Onderhoud en beheer van bedrijventerreinen staan in toenemende mate in de belangstelling. Ze dienen een belangrijke rol te spelen bij het op peil houden van de kwaliteit van het vestigingsmilieu van bedrijventerreinen. Volgens nummer 6 van Bedrijfsvastgoed vond onderhoud en beheer veelal plaats als een eenzijdige activiteit van de overheid. Nu vindt men dat bedrijven hieraan zelf ook een bijdrage ke leveren. De deelname van meerdere bedrijven levert een aanzienlijks kostenbesparing op. Uitbesteding aan professionele dienstverleners waarborgt een betere kwaliteit. Uitbesteding aan derden maakt dat er minder zorg aan de dienstverlening hoeft te worden besteed wat de flexibiliteit in de organisatie verhoogt. Daarbij kan een ondernemer door middel van deze opzet beschikken over faciliteiten die individueel niet haalbaar zijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels