nieuws

D66 wil minimum stellen aan woningbouwprogram

bouwbreed

‘Staatssecretaris Heerma zegt altijd: ‘Bij een lage rentestand bouwen we meer woningen, en bij een hoge rentestand moeten we maar met wat minder genoegen nemen.’ Op zich ondersteun ik die gedachte, maar dan moet er toch een bepaald bodemniveau worden afgesproken. Als het op de woningmarkt helemaal fout gaat, waardoor de doelstelling om het woningtekort terug te dringen tot 2% in 2005 in gevaar komt, moet de overheid ke ingrijpen.’

Dat vindt Machteld VersnelSchmitz, die woordvoerster zal zijn namens de Tweede Kamerfractie van D66 bij de behandeling van de begroting van het ministerie van VROM.

Op een aantal punten heeft D66 nog wel het een en ander aan te merken op de onderdelen volkshuisvesting en ruimtelijke ordening van de begroting voor 1994, zo blijkt.

‘De hele bende’, aldus Versnel, ‘staat of valt met het welslagen van de brutering.

Op zich is het een interessante gedachte. We staan op het punt een loden last op de nek van de rijksoverheid structureel weg te werken. Maar er doemt wel een aantal problemen op, met name voor de groeigemeenten en de corporaties met een lage algemene bedrijfsreserve en veel DKP-woningen.”

Staatssecretaris Heerma wees in een toelichting op de begroting al op het verschil tussen een corporatie met veel DKPwoningen in Oost-Juinen en een corporatie in West-Juinen met weinig DKP-woningen.

De Oostjuinense corporatie moet de huurverhoging vrijwel geheel besteden ter compensatie van het subsidie-afbraakpercentage. Haar ABR blijft dus laag. Bij de corporatie in West-Juinen is het subsidie-afbraak-percentage niet zo van belang. De opbrengst van de huurverhoging vloeit grotendeels naar de ABR, en feitelijk wordt deze corporatie slapend rijk. Daarmee is het verband tussen de bruteringsoperatie en de plannen van Heerma voor de afschaffing van de exploitatiesubsidies evident. Versnel: ‘Heerma voert immers zelf als argument aan voor de afschaffing van de exploitatiesubsidies dat de corporaties zon hoge ABR hebben, dat ze geen subsidie nodig hebben.

Maar dat is niet dus overal zo.

Voor de corporaties met weinig eigen vermogen moet dan ook een voorziening worden getroffen.”

Zij ziet echter ook wel dat herverdeling van bedrijfsreserves tussen de corporaties niet mogelijk is. ‘Dat is te moeilijk, sterker nog, dat is onuitvoerbaar. Ik denk eerder aan een soort waarborgconstructie, waarbij een beroep wordt gedaan op de onderlinge solidariteit van corporaties. Bijvoorbeeld door uitbreiding in die richting van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw of het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting.’

Subsidies

D66 is altijd behoorlijk sceptisch geweest over de haalbaarheid van het (semi-)subsidieloos bouwen. In die visie is niets veranderd, maar volgens Versnel betekent de stimuleringsbijdrage van f. 5000 toch al een hele verbetering ten opzichte van het optimistische scenario van de Trendbrief.

Zij vindt het ook positief dat er mogelijkheden zijn geschapen om meer maatwerk te leveren, door over te gaan van generieke naar specifieke beleidsinstrumenten. ‘Het beleid kan daar worden ingezet waar het nodig is.’

Versnel meent wel dat met name ten behoeve van de Vinexlocaties specifieke instrumenten ingezet moeten worden.

‘Het ligt daar helemaal vast.’

De oplossing voor de zich voortslepende onderhandelingen moet volgens haar worden gezocht in het verstrekken van meer locatiesubsidies. ‘In de begroting wordt het totale budget voor de locatiesubsidies echter verlaagd. Dat is een verkeerde keuze.’

Bouwprogramma

Een andere verkeerde keuze is dat Heerma de overblijvende budgetten in het kader van het Besluit Woninggebonden Subsidies (door de staatssceretaris begroot op f. 1000 miljoen) gebruikt om te bezuinigen. ‘Er dreigt f. 300 miljoen aan BWSgelden over te blijven. Dan vind ik dat je dit geld moet gebruiken als smeermiddel om de Vinex-onderhandelingen los te trekken.’

De aantallen woningen in het indicatieve bouwprogramma worden op zichzelf onderschreven door D66. ‘De aantallen ondersteun ik, maar of het lukt om ze te halen, moet nog worden bezien. Heerma zegt weliswaar altijd: ‘Bij een lage rentestand bouwen we meer woningen, en bij een hoge rentestand moeten we maar met wat minder genoegen nemen’.

En op zich deel ik die gedachte ook.

Maar dan moet er toch ergens iets worden ingebouwd, als het slecht gaat op de woningmarkt. Wat te doen als het economisch slecht blijft gaan, of als de rente zo fors stijgt dat er opeens een tekort aan BWSgelden ontstaat? Wat te doen als de algemene bedrijfsreserve van corporaties in omvang afneemt? Je zult als overheid toch de woningbouw die je je hebt voorgenomen, moeten ke waarmaken.

Daarom moet er een bepaald bodemniveau worden afgesproken. Als het op de woningmarkt helemaal fout gaat, waardoor de doelstelling om het woningtekort terug te dringen tot 2% in 2005 in gevaar komt, moet de overheid ke ingrijpen. Dan moet de overheidsbemoeienis in de volkshuisvesting weer worden vergroot.”

De woordvoerster van D66 vindt dat een volgend kabinet daar een halszaak van moet maken. ‘Het nieuwe kabinet moet de terugdringing van het woningtekort tot 2% in 2005 tot inzet van het regeringsbeleid maken en dus opnemen in het regeerakkoord.’

Rest, vlak voor de verkiezingen, nog de vraag hoe D66 de afgelopen vijf jaar onder staatssecretaris Heerma ervaren heeft. Versnel: ‘Heerma heeft wel degelijk een ommezwaai weten te bewerkstelligen in de volkshuisvesting.

Een ommezwaai richting decentralisatie, die logisch is, goed is gedoseerd, en goed is voorbereid. Dan moet je erkennen dat deze staatssecretaris een fikse prestatie heeft geleverd.

Als het goed gaat heb je vanaf 1995 jaar een hele andere en veel kleinere VROM-begroting. Maar ja, dan moet het natuurlijk wel goed gaan…”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels