nieuws

Brutering leidt tot lagere huurstijging

bouwbreed

Dankzij de brutering is het mogelijk een trendbreuk te bewerkstelligen in het naoorlogse huurniveau. De huurstijging kan vanaf 1995 substantieel lager worden gesteld dan tot op heden het geval is. Er kan worden uitgegaan van een gemiddelde van 3,7 tot 3,8%. Zonder brutering zou het in veel gevallen 5,5% zijn.

Dat bleek bij de presentatie van het principe-akkoord over de brutering, zoals dat afgelopen weekeinde in Heemskerk is bereikt tussen het ministerie van VROM, Nationale Woningraad, het NCIV, en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Staatssecretaris Heerma blijkt aan alle belangrijke voorwaarden van de sociale verhuurders om hun medewerking te verlenen aan de bruteringsoperatie tegemoet te zijn gekomen.

Er vindt bijvoorbeeld geen herverdeling van vermogen tussen arme en rijke corporaties plaats.

De garantiefaciliteiten van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw worden uitgebreid tot borgstelling voor herfinanciering ten behoeve van die corporaties die hierbij problemen ondervinden. Voor deze uitbreiding is door het rijk een bedrag beschikbaar gesteld van f. 150 miljoen.

En er is een zodanig flankerend beleid geformuleerd voor de corporaties met meer dan 40% DKP-woningen in hun bezit, dat deze ook in staat zijn een huurontwikkeling te realiseren die overeenkomt met de ontwikkeling van de huren in de sector als geheel.

Als parameters is gekozen voor een inflatie van 3%, een subsidie-afbraakpercentage van 5%, een gemiddelde huurverhoging van 3,7 tot 3,8%, die overigens op termijn zelfs kan uitkomen op het niveau van de inflatie.

Bij de presentatie van het akkoord toonden de betrokkenen (Heerma, Kempen, Aquina en Dordregter) zich uiterst tevreden over het bereikte resultaat. De woordvoerders van NWR, NCIV en VNG lieten weten het akkoord in ieder geval met een positief advies aan de leden voor te zullen leggen.

Daarna moeten de leden zich uitspreken. De koepels hebben in dit verband de inspanningsverplichting op zich genomen de leden zoveel mogelijk over te halen mee te doen aan de privaat-rechtelijke overeenkomst met het rijk.

Staatssecretaris Heerma merkte op dat hij de duidelijke goedkeuring moet hebben van de sector voordat hij met de opstelling van een Bruteringswet kan beginnen. ‘Instemming van de algemene ledenvergaderingen is wat dit betreft niet voldoende.’ Voor 15 maart 1994 wordt besloten of verder wordt gegaan met de bruteringsoperatie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels