nieuws

Bouwwerkgevers praten ‘grensoverschrijdend’

bouwbreed

‘In de loop der jaren zijn er betere grensoverschrijdende contacten ontstaan tussen de diverse werkgeversorganisaties in de bouw en aanverwante sectoren. Aanvankelijk op functionarissenniveau, de directeuren van de organisaties zeg maar. Later zijn er ook bestuurlijk relaties gelegd. Onderwerpen die regelmatig aan de orde komen zijn vestigingswetgeving, aanbestedingenbeleid, vakopleiding en vakmanscap, detachering van personeel etc.’

Dat zegt secretaris James Gerwert van het gewest Limburg van het Nederlands Verbond van Ondernemers in de Bouwnijverheid (NVOB). Hij laat zich positief uit over de samenwerking die in de achterliggende jaren is gegroeid tussen het NVOB en Duitse (met name Kreishandwerkerschaft Heinsberg) en Belgische (Syndikale Kamer voor de Bouwnijverheid van Belgisch-Limburg) zusterorganisaties.

Deze relaties ontstonden eigenlijk min of meer bij toeval.

Beter gezegd: uit problemen die medio jaren tachtig speelden. ‘Van de zijde van de Duit se bouw werd toen nogal fel geageerd tegen het aanbestedingsbeleid van provincie en gemeenten in Limburg. Dat zou in de ogen van Duitse aannemers sterk protectionistisch zijn. Dergelijke geluiden werden ook door Belgische bouwbedrijven geuit. Toen is het initiatief genomen om onder het motto ‘onbekend maakt onbemind’ daarover eens nader met elkaar van gedachten te wisselen. Want die kritiek was in onze optiek grotendeels onterecht en kwam voornamelijk voort uit onbekendheid met het Nederlandse prijsregelend systeem’, aldus Gerwert.

Basis gelegd

De verhelderende gesprekken die daarop volgden vormden uiteindelijk de basis voor het regelmatige contact dat nu bestaat. Alleen vindt dat niet echt euregionaal (tussen de bouwwerkgeversorganisaties uit de drie landen dus) plaats, maar bilateraal: ‘Dus Duitsland-Nederland, NederlandBelgie en Belgie-Duitsland.’

Volgens de Limburgse NVOBsecretaris zijn die contacten over en weer nuttig. ‘We hebben veel identieke problemen.

Zoals bijvoorbeeld de instroom van nieuwe, jonge vaklieden.

Bij de Kreishandwerkschaft bestonden plannen om daar wat aan te doen. Wij op onze beurt hadden ook acties op sta pel staan. Die initiatieven hebben we met elkaar besproken”, licht hij toe. In het kader van die gesprekken over de vakopleiding heeft het NVOB een kennismakingsbezoek gebracht aan het grootschalige vakopleidingscomplex in Simmerath. Multifunctioneel van opzet, want het leidt niet alleen op voor de bouw maar voor alle mogelijke andere sectoren.

Wat hem het meest is bijgebleven van het overleg over de vakopleiding is het grote verschil in aanzien tussen vaklieden in Duitsland en Nederland.

‘Een Duitse meister-metselaar is heel wat anders dan de metselaar die wij kennen. Vaklieden hebben in Duitsland veel meer aanzien’, meent hij. Wat hem ook getroffen heeft is het feit dat een leerling in Duitsland niet in dienst is van een samenwerkingsverband maar van een bouwbedrijf. ‘En een bouwbedrijf dat geen leerlingen in dienst heeft, wordt door zijn omgeving met een scheef oog aangekeken’, merkt hij op.

Advisering

Uiteraard is grensoverschrijdend werken een van de meest besproken onderwerpen. ‘Logisch, want dat is een ingewikkelde zaak. Het mooie van de onderlinge contacten is nu dat we elkaar op dit gebied ke adviseren. Als een Nederlands bedrijf een Duitse partner zoekt ke wij daarbij bemiddelen via onze Duitse collegas. En omgekeerd uiteraard’, stelt hij vast.

Gerwert signaleert een toenemende belangstelling bij Limburgse bouwbedrijven om over de grens in Duitsland te gaan werken. ‘Niet zo verwonderlijk. Want veel Duitse bouwbedrijven hebben de steven in oostelijke richting, naar de nieuwe deelstaten, gericht.

Dat geeft lucht in de grensstreek. Met andere woorden: er ontstaat ruimte op de markt.

Een aantal Limburgse aannemers is in dat gat gesprongen.

En dat aantal neemt alleen nog maar toe’, zegt hij.

In schril contrast daarmee staat het werken door Limburgse aannemers aan Belgische kant van de grens: ‘Die markt is niet zo interessant, omdat die er niet florissant bijstaat. De Duitse markt biedt veel meer perspectief. daarbij komt dat de Belgisch-Limburgse bouwbedrijven geduchte concurrenten zijn. Ze leveren een goed produkt tegen redelijke prijs. Het is dus niet gemakkelijk voor een Nederlands bedrijf daar een stukje markt te veroveren.’

Een regelmatig terugkerend onderwerp in het overleg is de Vestigingswetgeving. Dit mede als gevolg van de beslissing van de Tweede kamer om de bestaande regelgeving ingrijpend aan te passen.

Kruisverbanden

‘Met name het schrappen van het criterium vakmanschap was voor de Duitse aannemers aanleiding om bij de Nederlandse regering daartegen bezwaar aan te tekenen’, geeft Gerwert aan.

Volgens hem zijn er met de Duitse en Belgische organisaties inmiddels goede kruisverbanden ontstaan. ‘We bespreken problemen (die soms gemeenschappelijk van aard zijn) en ondersteunen elkaar daar waar mogelijk, met name in adviesverlenende en beleidsondersteunende sfeer’, concludeert hij.

‘Wij hebben als NVOB een paar jaar geleden boeken uitgebracht over werken in Duitsland en in Belgie. De Belgen hebben die informatie nu gebruikt als basis voor hun recent verschenen boeken over werken in Nederland en in Duitsland. Dat geeft nog eens aardig weer hoe constructief en vruchtbaar de samenwerking is. Ook al zijn we het overigens soms best wel eens hartgrondig met elkaar oneens. Maar dat wordt dan altijd strikt zakelijk uitgesproken…’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels