nieuws

Bouwbond FNV wil royement van racistische leden

bouwbreed

Leden van de Bouw- en Houtbond FNV die zich racistisch uitlaten lopen grote kans door het bondsbestuur te worden geroyeerd. De Bouw- en Houtbond wil een vuist maken tegen de toenemende vreemdelingenhaat. Een voorstel om racistische uitlatingen en houdingen aan te pakken wordt momenteel in een non-discriminatiecode uitgewerkt. De uiteindelijke nota wordt binnenkort aan het bondsbestuur gepresenteerd.

Aldus Roel de Vries, voorzitter van de Bouw- en Houtbond FNV, gisteren op de bondsraadsvergadering in Amersfoort.

In zijn inleiding trok De Vries fel van leer tegen de opkomende vreemdelingenhaat in Nederland. Onomwonden stelde hij vast dat er voor mensen met een intolerante houding en gedrag over racisme en vreemdelingenhaat geen plaats is in de Bouw- en Houtbond FNV.

‘Leden die zich op enigerlei wijze racistisch uitlaten worden voor royement bij de bondsraad voorgedragen.’

Een voorstel hiertoe wordt momenteel in een non-discriminatiecode uitgewerkt. De Vries deed in in zijn inleiding een oproep voor meer tolerantie. ‘To lerantie ten opzichte van medeburgers door hen de mogelijkheid te bieden als volwaardige burger deel te nemen aan de samenleving. Daarin past gen racisme. Daarin past geen vreemdelingenhaat. En daarin past ook niet het aanzetten tot vreemdelingenhaat.’

Taak

Een ander heikel punt in de komende jaren vormt volgens De Vries de taak die vakbonden krijgen om de gaten die door de politiek in het sociaal zekerheidstelsel worden geslagen, te dichten. Alle voorstellen die dit kabinet op tafel heeft gelegd, treffen de werknemers op de meest pijnlijke plek: hun sociale zekerheid. Het zijn de werknemers die de prijs gaan betalen voor de hoge werkloosheid, en de werkgevers blijven zoals gebruikelijk, buiten schot. In zijn inleiding hekelde hij de koers die de regering heeft uitgestippeld om de in het slop geraakte economie weer vlot te trekken.

‘Geen enkele bepaling heb ik in de miljoenennota ke lezen, waarin de werkgevers worden verplicht hun steentje bij te dragen aan het oplossen van de werkloosheidsproblematiek’, aldus de Vries.

Om zijn woorden kracht bij te zetten somde de Bouw- en Houtbond-voorzitter een aantal voorstellen op: – Werkgevers hoeven voort–aan niet meer vooraf een ontslagvergunning aan te vragen en ke wanneer ze dat maar willen mensen op straat zetten.

– De arbeidstijdenwet wordt gewijzigd waardoor de vrije zaterdag en zondag ter discussie komen te staan.

– De vergunningen voor uitzendbureaus komen te vervallen waardoor de bouwnijverheid een gretige prooi gaat worden van koppelbazen.

– Er zal wettelijk worden bepaald dat een aantal banen op het minimumloonniveau moet komen.

– En tenslotte moeten de inkomens worden bevroren anders kondigt minister De Vries een loonmaatregel af.

‘Het zijn’, zo hield De Vries zijn gehoor voor, ‘allemaal voorstellen waarvan de prijs door de werknemers wordt betaald. En de werkgevers zijn muisstil. Een loonmaatregel vinden zij niet goed, maar de voorstellen tot flexibilisering van de arbeidsmarkt werd met algemene goedkeuring ontvangen.’

En het is onder andere die flexibilisering waar De Vries zich zorgen over zegt te maken. ‘Het is een mondiale trend dat collectieve arbeidsovereenkomsten steeds meer plaats moeten gaan maken voor individuele arbeidsovereenkomsten. In Nieuw Zeeland, Engeland, de Verenigde Staten en de Scandinavische landen is de vakbeweging in een extreem zwakke positie terecht gekomen. Daar is de flexibiliering van de arbeidsmarkt al volop ingevoerd en Nederland wordt er nu, zo is duidelijk, rijp voor gemaakt.’

Grote rol

De Vries dicht de komende jaren dan ook een grote rol toe aan de vakbond om de gaten in het sociale zekerheidsstelsel te dichten. ‘Dat gebeurde al eerder toen wij als Bouw- en Houtbond de eerste bond werden die het wao-gat wist te dichten. Dat heeft de minister van Sociale Zaken ons niet in dank afgenomen.’ Overigens haastte hij zich te benadrukken dat de vakbond niet per definitie overal tegen is. ‘Ook wij zien wel het belang in van een gematigde loonkostenontwikkeling. En ook vinden wij dat tegenover het recht op een uitkering een plicht tot arbeid bestaat. Maar die banen moeten er wel zijn. En ook de uitvoeringsinstanties van de sociale zekerheidswetten, die in de wandelgangen uitkeringsfabrieken worden genoemd, behoeven renovatie.

In dit kader bracht De Vries de gezamenlijke nota van de vakcentrales FNV en CNV ‘Werk, werk en nog eens werk’ naar voren waarin de nodige voorstellen op het gebied van de werkgelegenheid zijn gedaan.

Drie pijlers

Een dergelijk beleid moet naar zijn mening steunen op drie pijlers waarbij het gaat om een versterking van het economsiche structuurbeleid, het inzetten van uitkeringsgelden voor scholing en garantie- of inloopbanen voor een zo groot mogelijke groep werkloze werknemers, en de bevordering van de herverdeling van arbeid via deeltijdarbeid.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels