nieuws

Baggeraar staart zich blind op uitsluitend het baggeren

bouwbreed

De aannemers in de baggersector moeten zich niet blindstaren op uitsluitend het baggerproces. Om in de toekomst nog voldoende werk te hebben, zullen zij ook aan planontwikkeling voor nieuwe haveninfrastructuren en kustgebieden moeten doen.

Ook marketing blijkt een ondergeschoven kindje.

Dat is een van de vele conclusies in het onderzoeksrapport ‘De economische kracht van de baggerindustrie. Als ‘geschenk’ aan het cluster baggeren, dat bestaat uit overheid, aannemers, werven en toeleveranciers, liet jubelaris IHC Holland -de werf bestaat 50 jaar- de sterke en zwakke kanten van deze branche in kaart brengen.

Met het cadeau, dat gisteren door W.A. Lubberhuizen, voorzitter Vereniging Centrale Baggerbedrijf (CB) werd overhandigd aan de minister van Economische Zaken, dr. J.E.

Andriessen, moet de sector in staat worden geacht taferelen uit het verleden te voorkomen.

Verbreding van het werkveld -planontwikkeling- is een van de adviezen waarmee de TNOsamenstellers op de proppen komen. Met baggeren sec heeft deze industrie haar langste tijd gehad. De baggerba ronnen moeten ervoor zorgen al in een vroeg stadium betrokken te worden bij uitbreidingsplannen voor havens en kustgebieden. Ook moeten zij meer dan ze nu doen de deur plat lopen bij de Europese Gemeenschap en de Wereldbank. Internationale organisaties worden steeds belangrijker bij de financiering van infrastructurele werken.

De kansen voor de baggersector liggen ook op het land bij grote infrastructuurwerken in binnen- en buitenland land.

Het is dan ook de verklaring dat de scheidslijn tussen droge en natte waterbouw verflauwt.

De grootste Nederlandse baggeraar, Koninklijke Boskalis Westminster, heeft dit onderkent en tracht op vriendelijke wijze concurrent Ballast Nedam over te nemen. Doel is het versterken van de droge en natte waterbouwactiviteiten om uiteindelijk uit te groeien tot de aannemer van infrawerken in en om het water.

Overcapaciteit

Maar de toekomst wordt ook bepaald in hoevere de baggerdirecties in staat zijn hun (scheeps)capaciteit in de hand te houden. Een zwakke kant blijft het gevaar van overcapaciteit. Het baggerbedrijf is namelijk een erg conjunctuurgevoelige sector. Op dit moment is het de meest florerende sector binnen de bouwnijverheid.

Maar het is ook wel eens an ders geweest. De jaren ’80 liggen nog vers in het geheugen.

Toen moest als gevolg van het teveel aan materieel de sector fors afslanken. Duizenden werknemers in binnen- en buitenland verloren hun baan en vele schepen werden opgelegd.

Het probleem is dat het aantal klanten beperkt is: alleen overheden. Als ineens de vraag wegvalt, zoals bijvoorbeeld na 1996 in Hong Kong zal gebeuren, dan moet voor mens en materieel ander werk worden gevonden.

De concurrentie zit niet stil. De grootste bedreiging komt uit Japan, Zuid-Korea, de Verenigde Staten en Taiwan. De baggeraars daar beschikken over grote vloten en een omvangrijke thuismarkt. Veelal worden zij bovendien door hun overheid ondersteund met exportfinanciering.

Helaas is voor de internationaal werkzame aannemers, die tweederde van hun omzet in het buitenland behalen, tweederde van de internationale baggermarkt (van f. 9miljard per jaar) gesloten. De vraag is in hoeverre die markten op den duur opengaan als de al zeven jaar slepende wereldhandelsbesprekingen van de Gatt (Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel) positief worden afgesloten. De samenstellers menen dat de overheid onverdroten de liberalisering van de wereldhandel moet blijven ondersteunen.

De thuismarkt is niet al te best, omdat de Nederlandse overheid niet veel aanbesteedt.

Er worden steeds minder nieuwe werken uitgevoerd en ook het onderhoud van de waterwegen blijft achter.

Patstelling

‘De patstelling ten aanzien van milieubaggeren dient opgeheven te worden. Hiertoe ke nieuwe contractvormen worden ontwikkeld, waarbij de overheden mee-profiteren van de produkt- en technologie-ontwikkelingen.

Dit is ook in het voordeel van de baggeraars, omdat het marktvergrotend werkt”, staat in het rapport. De samenstellers zijn van mening dat het terrein van het milieu een kansrijk gebied is waar de baggersector niet mag ontbreken.

Om de impasse te doorbreken moet regelgeving en praktische uitvoering van het milieubaggeren dichter bij elkaar worden gebracht. Door de huidige stringente eisen, die ook nog eens steeds veranderen zijn de nodige saneringen bijna onbetaalbaar geworden.

Rijkswaterstaat bracht onlangs naar buiten dat de komende 20 jaar ruim 100 miljoen m2 slib moet worden geschoond. Rapport: ‘Het opslaan van het verontreinigd slib in een stabiliserend depot zal de kosten van sanering aanmerkelijk verlagen.’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels