nieuws

Voor lange duur champagne-mousse is ook het glas van essentieel belang

bouwbreed

Een van de kenmerken van een goede champagne is een fijne en lang aanhoudende mousse. Zo hebben wij het geleerd, zo zegt iedereen het, niemand spreekt het tegen en zo is het een leerstelligheid geworden met een bijna grondwettelijk gezag.

Maar een proeverij bij Sprankling, Jan A. de Konings Champagneboutique aan het Lange Voorhout in Den Haag, bracht een gezelschapje wijnschrijvers aardig aan het twijfelen en leverde zelfs genoeg argumenten ter ontzenuwing van deze bewering. De gebruikte glazen waren de voorgeschreven ‘flutes’ (links) waarvan de kelk aan de bovenkant iets toeloopt om het bouquet vast te houden. Misschien lukte dat ook wel, maar de minstens even essentieel geachte pareling was na een paar minuten geheel verdwenen.

Dat kan natuurlijk aan een merk of zelfs een enkele fles liggen, veronderstelden wij, maar toen het symptoom zich bij acht proevers van vijf champagnes voordeed, liet De Koning andere glazen komen.

En jawel, bij de recht in een punt toelopende glazen -zeg maar de verkeerde (rechts)- deed zich het euvel niet voor; de mousse bleef tot de te kubieke centimeter actief, alsof ze uit een geheim reservoir uit de steel kwam. Het was een ontdekking van groot wetenschappelijk belang, die verdient in scripties aan de orde te worden gesteld en vastgelegd.

Voor de gevorderde champagneliefhebber kwam er op deze proeverij trouwens meer interessants naar voren. Ik doe een greep. Goedkoop is Champag ne niet. Van de dertig merken op de proeftafel -Sprankling heeft er 38, inclusief alle merken van Le Syndicat des Grandes Marques- was de goedkoopste f.43 en de duurste ruim vier keer zoveel. Het zou prachtig zijn als de hoogst scorende een der laagst geprijsde was. Maar daar was geen sprake van. In dit geval manifesteerde zich weer de oude vaderlandse wijsheid dat alle waar naar zijn geld is. Als verreweg de beste werd een der duurste, de hier nauwelijks bekende en slecht verkrijgbare Salon 1982, aangewezen. “De Champagne van mijn leven” , zei Proefschrifts Jan van Lissum over deze (her)ontdekking van Jan de Koning. De cooperatie Salon et Cie. is het kleinste lid van Le Syndicat des Grandes Marques. Ze werd in 1921 opgericht door champagneliefhebber/bonthandelaar Euge`ne-Aime Salon. Het huis produceert slechts blanc de blancs-champagne, gemaakt van uitsluitend de Chardonnay-druif dus en dan alleen nog in goede jaren. Dat betekent dat er in de 63 jaar sinds de oprichting maar 21 millesi mes zijn uitgebracht, maximaal 8000 per oogstjaar. De helft daarvan gaat naar de Verenigde Staten. Euge`ne-Aime Salon overleed in 1928.

Aparte vermelding verdient ook het eerbetoon voor de Bollinger Special Cuvee Brut. Bollinger, waar men net als bij Salon uitzonderlijk hoge kwaliteitsnormen aanlegt, wil bij vergelijkende blindproeverijen nog wel eens het oordeel ‘geschikt voor de Engelse markt’

opgeplakt krijgen, maar hier was de lof onvermengd, algemeen hoog. ‘Prettig gestoord’

was het door mij geciteerde oordeel van een der gasten over Jan A. de Koning bij de opening van diens zaak in oktober jl. Deze criticus hield van champagne, maar geloofde niet in een speciaal en alleen aan dat onderwerp gewijde zaak. Maar wie ziet hoe het nu, een paar maanden later, al loopt aan het Lange Voorhout, wie er komen zoeken en vinden, kan twee strepen zetten; een onder het woord prettig en de ander door het woord gestoord.

HANS SCHMIDT

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels