nieuws

Staatssecretaris Heerma houdt vast aan verdeling sv-gelden

bouwbreed

Van de resterende rijksbijdrage in de stadsvernieuwing, in totaal circa f.11 miljard, gaat 55,5% naar de grote vier, 24,9% naar de 23 middelgrote gemeenten, 4,3% naar de overige rechtstreekse gemeenten en 15,3% naar de niet-rechtstreekse gemeenten.

Staatssecretaris Heerma is in beginsel bereid om op verzoeken in te gaan waarin wordt gevraagd om binnen een bepaalde groep met geld te schuiven.

Op dit moment liggen er verzoeken van het Interprovinciaal Overleg, namens de nietrechtstreekse gemeenten, en de Vereniging Nederlandse Gemeenten namens de 23 middelgrote gemeenten. De grote vier hebben alleen gevraagd om een verhoging van de rijks bijdrage en niet om een verschuiving ten bate van Utrecht.

Op basis van het uitgelekte concept-voorstel kon al worden geconcludeerd dat Utrecht van de vier grote steden er met 2,4% het meest bekaaid vanaf komt. Reden voor het college van B en W van Utrecht om een brief naar de Tweede Kamer te sturen, waarin wordt gesteld dat dit veel te weinig is.

Een jaarlijkse bijdrage van f.17 miljoen, in plaats van f.43 miljoen, is volgens B en W amper voldoende om de lopende poen te financieren. Zij voorspellen dat, als wordt vastgehouden aan het huidige voorstel, het stadsvernieuwingsprogramma in Utrecht vanaf 1996 “geheel stil” komt te liggen.

Gehandhaafd De 2,4% voor Utrecht blijkt desondanks te zijn gehandhaafd, evenals de andere percentages uit het concept. Am sterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht krijgen per 1 januari 1994 gezamenlijk 55,5%. Dit is in de huidige verdeling 46,4%.

De 23 middelgrote gemeenten krijgen 24,9%, 0,1 procent minder dan in de huidige situatie. De overige rechtstreekse gemeenten krijgen 4,3% (was 5,2%). De niet-rechtstreekse gemeenten tenslotte ontvangen via de provincie 15,3% (was 23,3%).

Van de grote vier krijgt Den Haag er het meeste bij. De rijksbijdrage was 8,6% en stijgt nu met 6,4% naar 15%.

Amsterdam komt op een goede tweede plaats, en ziet de rijksbijdrage stijgen van 20,9% naar 25%. De bijdrage in de stadsvernieuwing van Rotterdam stijgt met 0,4%, van 12,7% naar 13,1%. Utrecht is, zoals gezegd, de enige van de grote vier wiens rijksbijdrage daalt, van 4,1% naar 2,4%.

De staatssecretaris zegt zijn besluit te baseren op de Kwalitatieve Woning Registratie 1989/1990 (KWR). Uit dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat in Den Haag relatief veel vooroorlogse woningen staan, die in slechte tot zeer slechte staat verkeren. In Utrecht verkeert het vooroorlogse woningbestand in relatief goede staat.

Schuiven Hoewel de staatssecretaris de grote steden kennelijk in de gelegenheid stelt om in het totaal van de rijksbijdrage per groep te schuiven met het geld, blijkt uit de reacties van Den Haag en Amsterdam dat deze steden er niets voor voelen geld in te leveren ten gunste van Utrecht.

“We willen het zo houden” , aldus een woordvoerder van Amsterdam. Hij zei verder “blij”

te zijn met de huidige verdeling. “We komen hiermee een stuk verder.”

Ook Den Haag ziet in de toekenning van 15 procent “een erkenning” van het feit dat de residentie tot nu toe “altijd is onderbedeeld” . Een verschuiving van geld naar bijvoorbeeld Utrecht wordt door een woordvoerder met de woorden “daar voelen wij helemaal niets voor” resoluut van de hand gewezen.

Rotterdam is op zich wel bereid iets af te staan, maar stelt daarbij als voorwaarde dat het voordeel dat de havenstad nu krijgt niet geheel verloren gaat. Een voordeel dat door Rotterdam in het algemeen al als “te klein” wordt ervaren.

“Wij willen meer” , stelt de woordvoerder namens de Rotterdamse wethouder Vermeulen dan ook met nadruk: “We zijn teleurgesteld, boos en verbaasd over deze verdeling.”

Als er in zijn ogen al een nieuwe verdeling binnen de 55 procent-groep moet plaatshebben dan moet worden gekort op de rijksbijdrage aan Den Haag en Amsterdam. “Dat is een kwestie van loyaliteit.”

Vervolg op pag.2

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels