nieuws

Recessie is niet diep maar duurt langer dan verwacht

bouwbreed

De economische recessie die na de Golfoorlog begon, is weliswaar niet zeer diep, maar duurt toch langer dan aanvankelijk werd verwacht. De economische groei in West-Europa vertraagt en de investeringen nemen af. Dat te geldt ook voor de bouwactiviteit die in 1992 ongeveer 1% minder zal zijn dan in het voorafgaande jaar. Voor 1993 wordt een verdere daling met bijna 2,5% verwacht. Vooral de particuliere utiliteitsbouw, die reeds enkele jaren afneemt, zal verder dalen. Per land zijn er echter vrij grote verschillen. De totale Westeuropese bouwproduktie zal in 1992 ongeveer 1% minder zijn dan in het voorgaande jaar; voor 1993 wordt een verdere daling met bijna 2,5% verwacht. Aldus de instituten, samenwerkend in Euro-construct op de bijeenkomst van 18 december jl. in Parijs. Daarmee stelt Euroconstruct zijn verwachtingen van zomer 1992, toen nog met respectievelijk -0,7% voor 1992 en +0,5% voor 1993 werd gerekend, niet onbelangrijk naar beneden bij, terwijl de toen voorziene opleving voor 1993 nu verkeert in een daling die de vermindering van 1992 nog overtreft.

Lichte recessie

De achtergrond van dit verandere inzicht is het uitblijven van het herstel van de economische groei. Na de in het algemeen gunstige ontwikkelingen in de tweede helft van de jaren tachtig begon die groei na de Golfoorlog te stagneren.

Weliswaar werd aanvankelijk verwacht dat in 1992 een herstel zou beginnen, maar dat is tot dusverre uitgebleven. De economische groei nam zelfs verder af en bedraagt nu minder dan 1% per jaar.

De oorzaak daarvan is niet in de laatste plaats het hoge rentepeil, waardoor bedrijven hun voorraden afbouwen, bezuigigen op investeringen en hun produktieprocessen rationaliseren. Mede als gevolg van dat laatste steeg de werkloosheid en was de loonstijging bescheiden, waardoor ook de gezinsbestedingen stagneerden. De hoge rentelasten en tegenvallende belastingopbrengsten van overheden maakten ook die laatste terughoudend in hun uitgaven. Deze veranderingen resulteerden in lagere totale nationale bestedingen, waardoor de groei van de bruto nationale produkten afnam.

Voor alle Westeuropese landen tezamen bedraagt de economische groei in 1992 minder dan 1% en voor 1993 wordt nauwelijks een verbetering verwacht. In de meeste landen blijft echter het bruto binnenlands produkt, hoe bescheiden ook, nog stijgen. Alleen in Finland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden is die ontwikkeling negeatief.

Duidelijker nog spreekt de recessieve ontwikkeling uit de daling van de investeringen. In de jaren 1991 en 1992 tezamen namen die in de 15 landen waarvoor cijfers werden verstrekt met bijna 2% af en voor 1993 wroden een verdere daling met 1,3% voorzien. In 1991 daalden de investeringen reeds in acht landen, in 1993 zullen dat er, naar het zich laat aanzien, tien zijn, met het Verenigd Koninkrijk, Finland en Zweden als negatieve koplopers.

Bouw blijft stagneren

De bouw ondergaat, zoals verwacht kon worden, de invloed van de economische stagnatie.

In alle landen tezamen daalde de bouwproduktie in 1992 met 1%, terwijl voor 1993 een daling met bijna 1,3% wordt voorzien. Deze cijfers zijn echter geflatteerd door een nog gunstige ontwikkeling in enkele landen, waarvan vooral West-Duitsland. Zonder dat laatste land was de daling in 1991 reeds 1,2%, in 1992 2,5% en naar verwachting zal dat in 1993 2,1% zijn, zodat de bouwactiviteit in West-Europa, zonder de nog vrij gunstige gang van zaken in West-Duitsland, in drie jaar tijds met 5% vermindert.

Zoals in een recessie verwacht kan worden, is de daling het grootst in de particuliere utiliteitsbouw, die in de jaren 1991 tot en met 1993 met bijna 12,5% afneemt. Ook de woningbouw ondergaat in die periode een daling, die ruim 4,5% bedraagt. Ondanks dat de publieke utiliteitsbouw tot dusverre nog een stijging liet zine, is de gehele sector nieuwbouw van gebouwen reeds sedert 1990 in de mincijfers. In 1992 en 1993 is dat eveneens met de grond-, water- en wegenbouw het geval, zodat in 1993, behoudens in de renovatie en het onderhoud, de daling algemeen zal zijn geworden.

de betreffende cijfers zijn vervat in tabel 1.

Verschillen per land

Tabel 2 schetst de ontwikkeling van de totale bouwproduktie per land. Vijf landen sluiten 1992 nog met een stijging af en vier daarvan voorzien ook voor 1993 nog een groei van de bouwproduktie. In de overige landen is de ontwikkeling negatief en in sommige daarvan regelrecht desastreus. Het ernstigst is de situatie in de Skandinavische landen:Finland zag zijn bouwactiviteit in 1991 en 1992 tezamen met 16,5% dalen, waar in 1993 nog eens ruim -10% aan wordt toegevoegd. De daling zal daardoor in drie jaar tijds niet minder dan ruim 34% zijn.

Ook in Zweden en Noorwegen is de daling relatief groot, namelijk respectievelijk 14,5% en 6% in drie jaar. In Denemarken lijkt het tij te keren, maar het herstel is nog miniem. Ook in het Verenigd Ko ninkrijk daalde de bouwproduktie met sprongen, zij het dat het er op begint te lijken dat het dieptepunt nu toch langzamerhand wordt bereik.

Opvallend is de voortdurend gunstige ontwikkeling in Oostenrijk, waar in alle sectoren de produktie reeds gedurende een reeks van jaren een groei laat zien. Ook in West-Duitsland was de gang van zaken op de bouwmarkten tot dusverre relatief gunstig, maar door een verwachte geringere groei van de produktie in de particuliere sectoren en een daling in de publieke sectoren zal de groei in 1993 niet onbelangrijk geringer zijn dan in voorgaande jaren.

Opvallend

Tabel 3 is een compilatie van de baaierd van cijfers in de congresstukken en biedt de meest relevante cijfers voor Nederland en een aantal ons omringende land. Het meest opvallend in de Nederlandse cijfers is de verwachte daling van de produktie in de particuliere utiliteitsbouw met 8% in 1992 en niet minder dan 15% in 1993. Daaraan zullen, blijkens tabel 4 waarvoor wij de gegevens aan de congresmap ontleenden, in 1992 of 1993 alle subsectoren in meerdere of mindere mate deel hebben.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels