nieuws

Noordelijk Wegenbouwcentrum wil kwaliteit in gww bevorderen

bouwbreed

Het Noordelijk Technische Wegenbouwcentrum (NTWC) bestaat dit jaar 35 jaar.

Het centrum werd in 1958 opgericht, onder meer om de sterke onderlinge concurrentie tussen de gww-bedrijven tegen te gaan. Inmiddels is het centrum uitgegroeid tot ‘het ondernemingshuis’ voor de gehele gww-sector in Noord-Nederland. Er worden cursussen gegeven, symposia gehouden en contactdagen georganiseerd.

“Als het om wegenbouw gaat hebben de noordelijke provincies altijd een voortrekkersrol bekleed” , aldus directeur drs.

M. Noppers van het NTWC.

“In het Noorden, daar gebeurt het” , zo zegt hij lachend in zijn werkkamer in het twee jaar geleden opgeleverde gebouw van het NTWC in Groningen.

Directeur ing. H.C. Bakker van het Noordelijk Wegenbouwlaboratorium knikt instemmend: “Inderdaad. Veel zaken waar de landelijke gwwsector profijt van heeft zijn hier geinitieerd. Ik denk aan het laboratorium, maar ook aan de wegmeetdienst en, op opleidingsgebied, de GOAs.

Het zijn gewoon actieve mensen hier.”

Bevordering van kwaliteit, kennis en kunde staan bij het organiseren van de NTWC-activiteiten voorop. Daarnaast is het centrum de ontmoetingsplaats voor alle betrokkenen in de gww-sector in het Noorden.

De doelgroep waarvoor de activiteiten worden ontwikkeld zijn niet alleen de bedrijven in de gww-sector. Ook de opdrachtgevers (rijk, provincies en gemeenten) en instellingen die met de gww-sector verwant zijn zoals ingenieursbureaus en scholen behoren tot die groep.

Het centrum is opgericht door de NVWB. Er vindt echter een steeds verdergaande samenwerking plaats met de -VAGWW. Noppers: “Voorheen deden we dat eigenlijk stilzwijgend, maar tegenwoordig profileren we ons binnen het NTWC steeds duidelijker gezamenlijk. Zo hebben we onlangs voor het eerst samen de Noordelijke Contactdag georganiseerd. Het is ook logischer ten opzichte van de opdrachtgevers. We hebben tenslotte dezelfde boodschap.”

Leerstoel

Het Wegenbouwlaboratorium, dat zijn huisvesting naast het NTWC heeft, werd in 1960 opgericht. In navolging hiervan werden twee jaar later het oostelijke en zuidelijk laboratorium gevestigd. De activiteiten van de lab’s richten zich op het gehele gww-gebied; van kust- en oeverwerken tot baggerwerken. Het laboratorium werd onlangs gecertificeerd door Sterlab en staat nu voor een nieuwe uitdaging. Door de toenemende certificering van produkten en de verdergaande uitbesteding van onderzoek door Rijkswaterstaat gaan de drie wegenbouwlaboratoria nauw samenwerken. De kennis wordt gebundeld in een overkoepelende stichting Keuring Onderzoek en Advies Civiele techniek (KOAC). Het dienstenpakket zal worden verbreed en verdiept.

De oprichting van de KOAC houdt tevens in dat de laboratoria niet meer gekoppeld zijn aan de regionale afdelingen, maar rechtstreeks onder het hoofdkantoor van de NVWB in Den Haag vallen. Een en ander houdt in dat de KOAC zich voortaan direct kan laten informeren door hoogleraar wegbouwkunde aan de TU Delft prof. dr. ir. A.A.A. Molenaar. De leerstoel wegbouwkunde wordt gedeeltelijk betaald door de NVWB.

Bakker: “Een ander voordeel is dat we het onderzoek beter ke coordineren. Voorheen werd er nog wel eens dubbel werk gedaan. De opdrachtgevers zullen er niet zo veel van merken. Ze geven gewoon de opdrachten aan het laboratorium dat ze het beste uitkomt.

Intern bekijken we vervolgens welk laboratorium het onderzoek het meest doelmatig kan uitvoeren.”

Rationele planning

Met de continuiteit in de opdrachtenstroom gaat het in het Noorden aanzienlijk beter, zo vertelt Noppers. Alweer een jaar geleden liet het NTWC een brief uitgaan naar de opdrachtgevers van gww-werken in de regio. Hierin werden de problemen die de wijze van aanbesteden voor de gww-sector met zich meebracht uiteengezet. In de zomer moest in feite tweederde van het werk in eenderde van de tijd worden uitgevoerd. In de wintermaanden was er relatief weinig te doen. Ook sociaal gezien een weinig werkbare situatie.

“We hebben dit jaar een aanzienlijke verbetering ke constateren. Men lijkt er van opdrachtgeverszijde begrip voor op te ke brengen.

Daarnaast gaan de opdrachtgevers inzien dat het ook in hun eigen belang is. Immers, als het werk beter verdeeld is kan de aannemer zijn mensen en materieel efficienter inzetten. Dat bespaart geld, waardoor het werk goedkoper kan worden uitgevoerd.”

Daarnaast signaleert Noppers nog een andere tendens. De opdrachtgevers, met name de overheden, houden zich steeds meer bezig met rationele planning mede als gevolg van de verschuiving in het wegenbeheer. Daarnaast gaan de ze steeds meer in zee met gecertificeerde bedrijven waardoor ze bijvoorbeeld minder controlewerk hoeven uit te voeren.

Rijkswaterstaat heeft zelfs laten weten vanaf 1997 alleen nog maar met gecertificeerde bedrijven in zee te willen gaan.

Het gevolg hiervan is dat de opdrachtgevers veel minder werk zelf hoeven uit te voeren.

Waar voorheen alles in het bestek moest worden voorgeschreven en er zowel tijdens als na het werk een opzichter aanwezig moest zijn, kan nu worden volstaan met het in zee gaan met gecertificeerde bedrijven. Deze bedrijven zijn immers verplicht een eigen controle uit te voeren die nog eens steekproefsgewijs wordt herhaald door de wegenbouwlaboratoria.

Directeur drs. M. Noppers (links) van het NTWC en directeur ing. H.C. Bakker van het wegenbouwlaboratorium: “…In het Noorden gebeurt het…” .

Vos Fotografie

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels