nieuws

Minder wind door korte straten en lage gebouwen

bouwbreed

Architecten ke bijdragen aan de beperking van de windhinder in de stad door toepassing van twee vuistregels. Gebouwen mogen niet hoger zijn dan 20m aan de kust tot 50m in het binnenland. Straten mogen niet langer zijn dan acht maal de hoogte van de omringende gebouwen.

De vuistregels zijn opgesteld door drs. M. Bottema, die op 12 januari promoveert op het proefschrift ‘Wind climate and urban geometry’. Hij deed hiervoor onderzoek binnen de vakgroep Fysische aspecten van de gebouwde omgeving van de faculteit Bouwkunde van de TU Eindhoven. Bottema is in 1988 aan de Universiteit Utrecht afgestudeerd als meteoroloog.

In het proefschrift staat, dat in Nederland in het open veld windhinder voorkomt gedurende 22% van de tijd en regen gedurende slechts 7%. Er is dus alle reden voor ontwerpers om in een vroeg stadium rekening te houden met de gevolgen van wind. Bottema maakt daarbij onderscheid tussen windhinder en gevaar. Van hinder is sprake bij een windsterkte vanaf 4Beaufort en er dreigt gevaar bij een windsterkte van 8Beaufort.

Comfort

Volgens Bottema ke architecten aanzienlijk bijdragen aan het comfort in de stad door in het ontwerpstadium reeds rekening te houden met zijn vuistregels. De essentie daarvan is, dat gebouwen niet te veel wind mogen ‘vangen’ en dat de wind niet te veel in de straten mag ke ‘duiken’.

Ook bij hoge gebouwen en lange straten is het mogelijk aan deze voorwaarden te voldoen.

Er moeten dan wel bijzondere maatregelen genomen worden.

De eigenschappen van een ontwerp ke aan de hand van een maquette in een windtunnel beproefd worden. Bottema daarentegen heeft gebruik gemaakt van een computerprogramma, waarmee een windtunnel wordt nagebootst. Hij heeft een grote hoeveelheid vormen en afmetingen van gebouwen en straten in het programma ingevoerd. Door de rangschikking van deze elementen te varieren is hij tot zijn vuistregels gekomen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels