nieuws

India blijft ondanks onrust zakelijk gezien veelbelovend

bouwbreed

De recente gebeurtenissen in India geven aanleiding tot het vertellen van een heel somber verhaal.

De onrust is er en er zijn onlusten maar tegelijkertijd hebben er ook heel positieve ontwikkelingen plaats. Hetzelfde geldt voor Europa want ook daar gebeurt heel veel wat niet goed is. En desondanks betrekt niemand de strijd die in Joegoslavie aan de gang is op de gang van zaken in bijvoorbeeld Nederland. Die benadering zou ook voor India moeten gelden want het gaat hierbij om een land dat de oppervlakte van Europa beslaat.

Onder meer Nederlandse ingenieursbureaus ke volgens directeur drs. A. Heijn van het bureau Inventure/India uit Amsterdam een niet onbelangrijke bijdrage leveren aan de uitvoering van milieuwerken in India. Er hebben tot op heden veel open lozingen plaats die de aanleg van waterzuiveringen noodzakelijk maken. In het verlengde van dergelijke poen ligt de ontwikkeling van het zogeheten ecotoerisme. Het gaat hierbij om de realisatie van een soort bungalowparken naar Indiase maatstaven; het tegendeel van wat aan de Spaanse kusten zijn beslag kreeg. De EG stelt voor dergelijke initiatieven middelen beschikbaar. Voor de uitvoering komt bijvoorbeeld Club Mediterranee of een plaatselijke keten in aanmerking. Het blijft echter een vraag hoe ecologisch dit ecologisch toerisme is. Exploitatie van de voorzieningen vereist nu eenmaal dat de vakantiegangers met een vliegtuig naar India vertrekken.

Volkshuisvesting Hoge prioriteit hecht de overheid aan de verbetering van de volkshuisvesting. Het land kan hiervoor gebruik maken van middelen die de Werelbank beschikbaar stelt. Verbetering van de volkshuisvesting houdt volgens Heijn echter wel in dat de steden steeds meer mensen aantrekken. Mede daardoor valt er veel voor te zeggen om op het platteland poen tot ontwikkeling te brengen.

Voorzieningen die daar vrijwel helemaal ontbreken zijn bijvoorbeeld ziekenhuizen. Nederlandse bedrijven zouden daaraan een niet onbelangrijke bijdrage ke leveren. Hetzelfde geldt voor de aanpak van de infrastructuur in de meer dan overvolle steden.

Oude banden spelen een niet onbelangrijke rol in de zakelijke contacten tussen de Europese landen en hun vroegere kolonien. Zo weet het Franse bedrijfsleven zich een niet onaanzienijke positie te verwerven in een groot aantal Afrikaanse staten. India stond voor 1948 onder Brits bestuur maar het blijkt dat ondernemingen uit het Verenigd Koninkrijk vergeleken met bedrijven uit andere landen relatief minder succes in India boeken.

Duitsland profileert zich volgens Heijn sinds de onafhankelijkheid in India via de veertien Kamers van Koophandel die het land er sindsdien instelde. Deze Kamers vormen voor voorpost-detachement dat voor de Duitse bedrijven informatie verzamelt over de markt en wat daarmee samenhangt.

Als gevolg daarvan slagen bijvoorbeeld grote concerns als Siemens en AEG erin belangrijke opdrachten in de wacht te slepen. In het verlengde daarvan profiteren Duitse aannemers van deze toewijzingen.

Handelsmissie De zakelijke contacten tussen India en Nederland zullen naar Heijn verwacht binnenkort een nieuwe stimulans krijgen tijdens het bezoek dat staatssecretaris Y. van Rooy van Buitenlandse Handel aan het land brengt. Van Rooy maakt deze handelsmissie met een niet onaanzienlijk aantal bedrijven. In dit gevolg zitten onder meer vertegenwoordigers van Van Oord ACZ uit Gorinchem, van IHC Holland en TNO en van het VNO, van het ministerie van Verkeer en Waterstaat en van de ING Bank. De laatste organisatie beschikt reeds over een voorpost in Bombay. Het ligt vooralsnog niet in de bedoeling deze voorpost verder uit te bouwen. Temeer omdat het aanvragen van een licentie forse kosten met zich meebrengt. ABN-AMRO zit al zon veertig jaar in India. De activiteiten begonnen in Bombay en Calcutta en leidden later tot de inrichting van een kantoor in Delhi. Volgens de plannen opent de bank later ook een vestiging in Madras. De activiteiten van de bank verlopen tevens naar alle tevredenheid omdat de organisatie enkele jaren terug een belangrijke Indiase deskundige in dienst nam.

De aanwezigheid van ABNAMRO maakt het volgens Heijn voor de Nederlandsche Credietverzekerings Maatschappij (NCM) gemakkelijker de gang van zaken in India te laten uitzoeken en verifieren.

Mede daardoor toont de NCM zich wat toeschietelijker dan pakweg twee jaar geleden. Op dit moment gelden er voor het kortlopende beleid geen beperkingen. Voor middellang beleid geeft de NCM als maximum schadevergoeding van een transactie groter dan f.50 miljoen geen dekking.

Privatisering De reis van Van Rooy komt welbeschouwd op een wat ongelukkig moment gezien de onrust die er in India heerst.

De voorbereidingen begonnen volgens Heijn evenwel zon driekwart jaar geleden toen de situatie er nog anders uitzag.

Het gaat hierbij weliswaar om politieke geschillen maar omdat de politiek nauw is verweven met het zakenleven kan dat vergaande gevolgen hebben. Te denken valt bijvoorbeeld aan de uitermate moeizame procedures omtrent de planning van infrastructurele poen. De eerder begonnen privatiseringen vergroten evenwel de kans op een succesvolle afwikkeling van activiteiten. Niet alles verloopt nog naar tevredenheid maar het blijkt dat onder meer de vergunningverlening aanmerkelijk sneller verloopt dan voorheen toen belangstellenden helemaal geen vergunning kregen toegewezen. Maar evenals vroeger blijft het voor een ondernemer zaak dat hij wat extra initiatief toont, wil hij dat zijn aanvraag wat hoger op de stapel komt te liggen.

India beschikt nauwelijks over olie maar zit desondanks op grote rijkdom. In het land komen volgens Heijn enorme hoeveelheden graniet voor.

Het ligt in de bedoeling een fors aantal groeven in exploitatie te nemen en het graniet te exporteren. Vroeger vond het graniet al veel toepassing in de Indiase bouw maar de verwerking gebeurde niet bedrijfsmatig. In het buitenland groeit de belangstelling voor het voorkomen van graniet.

Vooral Japan toont meer dan grote interesse in groeven en wist langs een omweg zaagmachines het land binnen te brengen.

Graniet Een voorbeeld van de verhoogde plaatselijke activiteiten in het granietwezen biedt volgens Heijn de aankoop door een Indiaas bedrijf van locaties en van Finse machines voor de winning en bewerking van graniet. Het lag aanvankelijk in de bedoeling dat deze onderneming in Rotterdam een bedrijfsterrein zou verwerven voor de bouw van een depot.

Via deze vestiging zou het bedrijf het Indiase graniet verder over Europa verdelen. Tijdens de voorbereiding bleek dat er in de granietsector nauwelijks iets zonder Italiaanse inmenging gebeurt. Mede daardoor koos het Indiase bedrijf ervoor in zee te gaan met een Italiaanse onderneming. De Italiaanse invloed op de granietmarkt reikt tot ver buiten de Europese grenzen. Bedrijven uit dit land verwierven inmiddels grote voorkomens in onder meer Brazilie en ZuidAfrika.

Een ander produkt waarmee India een niet onaanzienlijke export op gang kan brengen betreft volgens Heijn het hout van de bomen die op rubberplantages staan. Deze bomen leven zon 25 jaar waarna ze ke worden gekapt en verwerkt. Vooralsnog bestaat er nog niet zo veel belangstelling om het hout als halfprodukt uit te voeren. Liever voegt men door de verwerking tot onder meer keukens en meubels een hogere waarde toe. Anders dan voor het rubber toont India zich voor de export van het rubberhout nog weinig actief.

In bijvoorbeeld Nederland zou het hout zich een interessante positie op de (bouw)markt ke verwerven omdat het van plantages komt waarbij de overheid toeziet op herplant van gekapte bomen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels