nieuws

Dijk- en oeverbekledingen onderwerp CUR-rapporten

bouwbreed

De waterbouw is in Nederland een punt van constante, hoge aandacht. Dat vindt zijn weerslag in de onderzoeksinspanning op het gebied van de waterbouwkundige toepassingen van materialen.

De CUR te Gouda rapporteerde recentelijk over onderzoek van: gezette taludbekledingen, cementbetonnen plaatbekledingen en de constructieve eigenschappen van schuimbeton.

Het Civieltechnisch Centrum Uitvoering Reserarch en Regelgeving (CUR) heeft tot doel het bevorderen van kennis en kunde op het gebied van de civiele techniek, in het bijzonder de waterbouw, utiliteitsbouw en woningbouw.

De instelling publiceerde onlangs onder meer een rapport over de dimensionering van gezette taludbekledingen. Deze vorm van dijkbekleding is vanouds een onderdeel van de traditionele waterbouwkunde.

Het ontwerp van dergelijke bekledingen was tot voor kort vooral een zaak van ervaring, zoals dat in het nog steeds bestaande vak van steenzetter in de praktijk wordt gebracht.

Maar ook op dit gebied zijn moderne inzichten doorgedrongen:sinds het begin van de jaren tachtig is onderzoek uitgevoerd naar de stabiliteit van gezette taludbekledingen.

Bij de CUR is in samenwerking met de Technische Adviescommissie voor de Waterkeringen (TAW) nu CUR-rapport 155 ‘Handboek voor dimensionering van gezette taludbekleding, verschenen. De in het handboek beschreven ontwerpmethodieken zijn van toepassing op bekledingen van basalt en andere natuursteen, betonblokken en -zuilen, en blokkenmatten. Plaatbekledingen samengesteld uit eenheden met een groter oppervlakte dan 1 m2 vallen hierbuiten.

Gezette bekledingen worden aangebracht op onderlagen van granulair materiaal, een geotextiel en/of een kleilaag.

Twee dimensioneringsmethoden worden in het handboek tot in detail beschreven. Het gaat om een globale en een analytische benadering. De globale methode is gebaseerd op een computermodel en is snel en gemakkelijk toe te passen. De analytische methode richt zich op de stabiliteitsbepalingen van toplaag en de daaronder aanwezige lagen.

De uitvoeringsaspecten komen voornamelijk aan de orde bij de behandeling van de overgangsconstructies en bij de ontwerpaspecten van de constructie als geheel.

Plaatbekleding

In CUR-verband is de laatse jaren uitgebreid onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van toepassen van cementbetonnen plaatbekledingen op dijken en oevers. Het onderzoek heeft geresulteerd in een basisrapport dat is aangevuld met vier deelrapporten waarin case-studie zijn beschreven.

Het samenvattend rapport 156 ‘Cementbetonnen plaatbekledingen op dijken en oevers’

gaat in op ontwerp- en uitvoeringsaspecten van vooral col loidaal beton. Deze betonsoort bezit gunstige eigenschappen voor waterbouwkundige toepassingen. Het wordt samengesteld uit:grind, zand, cement en water. Door toevoeging van polymeren krijgt het mengsel een zeer samenhangend karakter. Bij het storten in water ontmengt het mengsel niet. Bovendien behoeft het niet te worden verdicht.

Breuksteen, gepenetreerd met colloidaal beton van een dichte structuur blijkt een waterdichte oeverbekleding te ke vormen. Open colloidaal beton is als doorgaande plaat zeer geschikt als bekleding op alle typen dijken en oevers. De open structuur is in beginsel waterdoorlatend, hoewel deze eigenschap door inslibbing kan verminderen.

In het basisrapport (CUR-156) wordt een methode gegeven voor de sterktebeoordeling van cementbetonnen plaatbekledingen, terwijl ook aan materiaal en uitvoeringsaspecten de nodig aandacht is besteed. In vier deelrapporten (90-1 en 90-3tm5)is de ontwerpmethode getoetst aan de praktijk en zijn specifieke uitvoeringsaspecten nader beschreven.

Schuimbeton

Ondanks de toenemende toepassing van schuimbeton en de verrichte onderzoeken is een aantal belangrijke constructieve eigenschappen nog maar in beperkte mate bekend. In CUR-verband is daarom onderzoek uitgevoerd. Ook bestaat behoefte aan een betrouwbare methode voor het vaststellen van de wateropname. Dit laatste houdt verband met de gewichtsbepaling bij toepassing als ophoogmateriaal. Schuimbeton wordt onder meer toegepast in funderings- en ophooglagen op slappe ondergrond, werkvloeren en afschot-isolatielagen op platte daken.

De resultaten van het onderzoek zijn weergegeven in CUR-rapport 160 ‘Constructieve eigenschappen en wateropname van schuimbeton’. Uit de resultaten blijkt dat een aantal onderzochte mechanische eigenschappen van schuimbeton een duidelijk verband te vertonen met de 28daagse kubusdruktsterkte.

Het gaat om de vierpuntsbuigtreksterkte, de E-modulus, de afschuifsterkte en de hechtsterkte aan verhard grindbeton en betonstaal. Tevens blijkt de hygrische krimp af te nemen met een toenemende volumieke massa.

Bij het bepalen van de genoemde eigenschappen blijkt in veel gevallen overigens een grote spreiding in de resultaten op te treden. Daarom wordt aanbevolen sommige beproevingen in vijfvoud uit te voeren.

Ten aanzien van de wateropname werd een goede overeenstemming geconstateerd tussen de resultaten verkregen van laboratoriumproefstukken en die van semi-praktijkproefstukken. Het blijkt dus dat de toegepaste beproevingsmethoden in het laboratorium geschikt zijn om het wateropnamegedrag in de praktijk te ke voorspellen.

Alle genoemde publikaties zijn te verkrijgen bij de CUR te Gouda.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels