nieuws

Verdere scheiding van bouwen sloopafval noodzakelijk

bouwbreed Premium

‘Materieeldiensten dienen zich actief op te stellen ten aanzien van de milieuproblematiek om een duurzame ontwikkeling van onze samenleving en de wereld mogelijk te maken.’

Dat benadrukte K. den Herder, poleider van het directoraat-generaal Milieubeheer van het ministerie van VROM, in zijn uiteenzetting op de Komat-themadag, over achtergronden en doelstellingen van de wet- en regelgeving op dit gebied en de effecten daarvan op materieeldiensten.

Zo is met betrekking tot de afvalstoffenproblematiek in het Nationaal Milieubeleidsplan NMP-plus als doel geformuleerd een reductie van de afvalstroom met tussen de 70- en 80% door toenemend hergebruik. De emissie van stoffen zal met 80- tot 90% moeten worden teruggedrongen.

Voor de afvalpreventie en het hergebruik betekent deze doelstelling dat de hoeveelheid te storten afval aanzienlijk gaat afnemen: van 17 mln ton in 1990 tot 5 mln ton in 2000. De hoeveelheid afval waaraan een nuttige toepassing moet worden gegeven, zal van 20 mln ton stijgen tot 33 mln ton.

Aangezien de berg bouw- en sloopafval, inclusief afval van materieeldiensten, 12 mln ton bedraagt tegen 5 mln ton huishoudelijk afval, staat de bedrijfstak bouw voor een niet geringe opgave.

Wet- en regelgeving

Voor de concretisering van dit voorgenomen beleid worden wijzigingen in de wet- en regelgeving doorgevoerd. Door het in werking treden van de Wet Milieubeheer, waarin sectorale wetten zoals de Afvalstoffenwet en de Wet Chemisch Afval zullen opgaan, treedt een drastische wijziging op in de bestaande situatie.

Ook het delegeren van bevoegdheden naar de provincies betekent een ingrijpende bestuurlijke verandering. Met ingang van 1 maart 1993 is de provincie bevoegd gezag geworden voor het bewaren en be-/verwerken van chemisch afval. Bovendien zal de provinciale milieuverordening -naast de al bestaande provinciale milieuplannen- een grote rol gaan spelen voor de vergunningverlening.

Een van de consequenties van deze decentralisatie van overheidsbeleid is, dat voor het laten verwerken van bedrijfsafvalstoffen in een andere provincie vooraf haar schriftelijke ontheffing nodig is.

In de forumdiscussie werd met name gewezen op de proble men, die hieruit ke voortkomen voor landelijk opererende bouwbedrijven. Hoewel volgens Den Herder interprovinciaal overleg plaatsvindt over de onderlinge afstemming van verordeningen voor bedrijfsafvalstoffen, zijn verschillen daartussen een bijna onvermijdelijke consequentie van de politieke beslissing tot invoering van decentralisatie.

Toekomstvisie

Het baken waarop de bouw nu en in de toekomst moet gaan koersen, is de ‘Beleidsverklaring milieu-taakstellingen bouw 1995’ dat ook door de georganiseerde bouwbedrijven is ondertekend. Daarin is een uitwerking opgenomen van de NMP-doelstellingen voor de bouw. Den Herder wees in dit verband op de rol, die materieeldiensten ke spelen bij een betere scheiding van bouw- en sloopafval. Intern overleg hierover in bouwbedrijven lijkt hem wenselijk om te voorkomen dat bijvoorbeeld in de verkeerde containers wordt geinvesteerd.

Daarnaast dient men rekening te houden met nieuwe wettelijke bepalingen. In het voorjaar van 1994 zal naar verwachting een algemeen stortverbod van kracht worden. Ongeveer twee jaar later zal het onderdeel Bouw- en sloopafval in werking treden. Dit betekent dat bouw- en sloopafval in principe niet meer gestort mag worden en alleen gecertificeerde sorteerbedrijven nog restfracties naar de stort mogen brengen.

Storttarieven

Het ligt voor de hand dat deze ontwikkeling, storttarieven snel zal doen stijgen. Bovendien zullen exploitanten in de toekomst meer opbrengsten nodig hebben voor het aanbrengen van extra voorzieningen ter voorkoming van (verdere) verontreiniging van bodem en grondwater. Ook de overheid draagt bij aan de stijging van de storttarieven door op basis van het wetsvoorstel ‘verbruiksbelasting op milieugrondslag’ met ingang van januari 1994 f. 17,50 per ton te heffen. De opbrengst gaat naar de Algemene Middelen.

Tegen deze achtergrond benadrukte Den Herder de noodzaak als materieeldiensten actief te werken aan de opzet van een bedrijfsmilieuzorgsysteem en de werking ervan regelmatig te evalueren. Hierdoor voorkomt men verrassingen, vooral in calculaties.

Tijdens de themadag was algemeen de gedachte, dat milieubescherming serieuze aandacht van materieeldiensten verdient om in de nabije toekomst een efficiente bedrijfsvoering te ke blijven garanderen.

Reageer op dit artikel