nieuws

Sinds de omwenteling heeft het staatsmonopolie op …

bouwbreed Premium

Sinds de omwenteling heeft het staatsmonopolie op de restauratie van het Hollanderviertel in Potsdam plaatsgemaakt voor een veelheid van initiatieven, van zowel liefdadigheidsverenigingen als Duitse en Nederlandse architecten. Doordat allen eigen ideeen hebben over hoe het er ooit allemaal uitzag, is de eenheid in aanpak uit de DDR-tijd ver te zoeken. ‘Zo ontstaat in de de wijk een staalkaart van diverse restauratiemethodes’, aldus een Nederlandse architect, die in de wijk actief is.

Maar nog steeds overheersen aftakelende panden, waarvan niet duidelijk is wie zich de rechtmatige eigenaar mag noemen. En het opknappen van enkele gebouwen met Nederlandse steun kan niet beginnen, omdat een renderende exploitatie niet hard is te maken, tot verdriet van de Potsdamse architect die de order heeft gekregen en daarvoor andere opdrachten heeft laten schieten.

Op mijn eerste reis naar Potsdam in 1980 belandde ik in het cafe Haider bij de Nauener Tor, de markante gele stadspoort. Het was een prive-bedrijf, waar eigengemaakt ijs werd geserveerd. Er speelde een muziekkapel. Kortom het was er gezellig -iets wat je niet bepaald kon zeggen van de meeste andere horecagelegenheden, die doorgaans in handen van de staat waren.

Toen ik begin 1993 het cafe -dat op de hoek van de Hollandse Wijk ligt- opnieuw met een bezoek wilde vereren, bleek het pand dichtgetimmerd: de nieuwe bezitter vroeg zoveel huur, dat de exploitant het niet meer draaiende kon houden.

De huidige eigenaar wil er nu een bank vestigen, maar hier zet de de gemeente Potsdam de voet dwars: die wil hier per se een horecabestemming houden. Totdat er ergens een knoop zal worden doorgehakt is het pand, dat dringend aan een opknapbeurt toe was, een prooi van de elementen. Cafe Haider zoekt inmiddels een nieuwe stek, zodat de Hollandse Wijk dit markante trefpunt waarschijnlijk voorgoed kwijt is.

Veel van dergelijke onverkwikkelijke eigendomsproblemen spelen in het hele Hollanderviertel parten. De voormalige uitspanning ‘Zum Fliegenden Hollander’, die in het hart van deze door Jan Bouman ontworpen 18de-eeuwse wijk ligt, is al sinds de jaren zestig dicht wegens bouwvalligheid, alle ideeen om er een trefpunt van te maken ten spijt. Het pand was al verkocht aan een bierbrouwerij, maar er meldde zich plotseling iemand die meende meer rechten op het pand te hebben, zodat ook daar een patstelling is ontstaan.

De omwenteling van ‘Karl-Marx’ naar ‘Dmarks’ heeft niet die verlichting gebracht waarop veel mensen die in de wijk actief zijn hadden gehoopt. In de DDR-tijd ontbraken de materialen. Nu zijn het de nieuwe eigendomsverhoudingen die opspelen.

Want niemand gaat een gebouw aanpakken als hij niet voor de volle honderd procent zeker weet dat hij de enige rechtmatige eigenaar blijft. Maar slechts bij hooguit eenderde van de panden is opgehelderd wie de werkelijke bezitter is. Aanspraken op de gebouwen lopen tot in de Verenigde Staten toe en gaan terug tot 1933, toen er al bewoners op de vlucht sloegen voor de nazi’s.

Expositie

Tijdens de oorlog werden enkele panden verwoest. Gedurende het DDR-regime werd het aantal verwoeste panden aangevuld tot tien. De andere huizen vielen ten prooi aan verval en plannen voor een totale sloop kwamen steeds dichterbij. De omwenteling van 1989 betekende een, in ieder geval voorlopige, redding. Op dit moment wordt de helft hiervan gesaneerd.

De rest is nog steeds met verval bedreigd.

In het oudste deel van de wijk aan de Mittelstrasse is door een initiatiefgroep van bewoners een kleine expositieruimte ingericht met onder meer een maquette van de wijk en veel fotos en kopieen van documenten. Helaas kan de expositie slechts op aanvraag worden bekeken: er is een ‘ABM-Stelle (soort Duitse banenpooler) aangevraagd voor de functie van toezichthouder, maar dit verzoek is nog niet ingewilligd.

Om de hoek aan de Friedrich-Ebert-Strasse heeft de Potsdamse architect Christian Wendland zijn kleine werkruimte ingericht. Hij kent de stad door en door, en al jaren ijvert hij voor de restauratie van de Hollandse Wijk, eerst in dienst van de gemeente, nu als zelfstandige.

De JanBoumannverein -een vereniging, die in het leven is geroepen om het Hollanderviertel op te knappen- heeft Wendland aangetrokken voor het renoveren van twee panden bij de Nauener Tor. In de panden zouden winkels, kantoor- en vergaderruimtes, woningen en logeerruimtes ke komen, en men hoopt zelfs op een Nederlandse culturele vertegenwoordiging, die in deze plek -vlakbij de toekomstige Duitse hoofdstad- ideaal zou zitten.

De onlangs vanuit de Lighthouseclub opgerichte Stichting Hollandse Wijk Pots–dam, die sponsors wil werven om concrete restauratiepoen aan te pakken, wil ook bij dit po graag de bijspringen.

Dan moet van de desbetreffende panden wel duidelijk zijn wie de eigenaar is, en moet de exploitatie financieel rond zijn.

Dat is nog niet het geval, hoewel de JanBoumanVerein, een pand wel voor een symbolisch bedrag in langdurige bruikleen heeft gekregen. Zolang de exploitatie echter niet concreet is, kan er nog niets van de grond komen. Zolang kan ook Christian Wendland in de panden niet aan de slag. Dit tot zijn grote ongenoegen. ‘Om hier mijn handen vrij te hebben, heb ik andere opdrachten afgeslagen.

Ik weet op dit moment eigenlijk nauwelijks hoe ik het hoofd boven water moet houden”, aldus de teleurgestelde architect.

Wandelende door de buurt bekijkt hij met een sceptische blik de panden waar de restauratie wel op gang komt. Op de hoek van de Bassinplatz staat een nieuwbouwpand leeg, dat volgens een naambordje een advocatenkantoor zou moeten zijn. De herbouw is enigszins in stijl van de rest van de wijk. Wendland heeft er echter geen goed woord voor over: ‘Een speculatiepand, absoluut niet in stijl herbouwd’, zegt hij, wijzend op de ramen en de buitenproportioneel hoge dakkapellen.

Om de hoek langs de Hebbelstrasse wordt volop gerestaureerd door een Duitse bouwbedrijf. De inhoud van een vuilcontainer lijkt er op te wijzen dat mensen waarvan je zou mogen verwachten dat ze het bouwkundig erfgoed op waarde weten te schatten, hiervan juist weinig respect aan de dag leggen: opgestapeld in de afvalbak liggen de 260 jaar oude oorspronkelijke deuren met scharnieren, ramen en kozijnen. ‘Een paar jaar geleden, toen alles hier nog van de staat was, hebben we die hier opgeslagen om ze van de ondergang te redden. Moet je zien wat er nu mee gebeurt. Oerdegelijk hout, handgesmede scharnieren. Die kosten een fortuin. Dat gooien ze zomaar weg. Straks haal ik mijn wagen om het op te halen.

Zijn ze nou helemaal!”

Raamlijsten

Even later wijst hij op het pand aan de Mittelstrasse 25, dat er op het oog weer goed bij staat. Er is een kleine winkel in gevestigd en er zijn geen moderne uithangborden of spotjes. Toch kan de architect er niet veel enthousiasme voor opbrengen: ‘De raamlijsten zijn twee centimeter breder dan het hoort. Dat is ook heel duideijk te zien als je het vergelijkt met de andere vensters in de wijk.’

De restaurateur van de gevel is de Nederlandse architect Pieter van Traa, die in opdracht van de woningbouwvereniging GEWOBA en enkele particulieren inmiddels vijf gevels heeft aangepakt. Enkele jaren geleden kwam hij als redacteur van het blad van de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond in contact met de GEWOBA, die in het gebied een reeks panden beheert. Hij zegt dat hij de breedte van de raamlijsten heeft ke afleiden uit het oorspronkelijke kozijnhout.

Dat de breedte afwijkt verklaart hij uit het feit dat de huizen over een periode van meerdere jaren zijn gebouwd door verschillende bouwmeesters.

Staalkaart

Dat er veel verschillen in aanpak zijn betreurt hij niet. ‘Deze wijk is een soort staalkaart aan het worden voor verschillende restauratiemethoden. Op zich vind ik dat helemaal geen probleem. Eenvormigheid in de restauratie kan ook leiden tot saaiheid.’, aldus Van Traa, hiermee haaks staand op de mening van Christian Wendland, die betreurt dat een uniforme aanpak, zoals die in de DDR-tijd in nabijgelegen Brandenburgerstrasse plaatsvond, niet meer mogelijk is.

Van Traa hoopt dat de meningsverschillen over de aanpak tot staan ke worden gebracht door een ‘alles omvattende publikatie over de wijk, waaraan op dit moment wordt gewerkt door bouwkundige Norbert Blumert, die zijn jarenlange ervaringen met de wijk als ‘Gebietsdenkmalpfleger’ in dienst van de Potsdamse momumentenzorg aan het papier heeft toevertrouwd.

De Nederlandse architect prijst de Oostduitse vaklieden die bij de renovaties betrokken zijn. ‘De opleidingen voor het echte handwerk waren in de DDR beter dan in de Bondsrepubliek.’ Hij is optimistisch over de toekomst van de wijk. ‘Ik hoop dat het een positief verhaal wordt.

Er wordt al zoveel negatiefs geschreven over de vroegere DDR.”

Deze gevel is aangepakt door de Nederlandse architect Pieter van Traa.

Eduard Bekker Dit huis aan de Mittelstrasse wacht nog op betere tijden. De eigenaar is niet te traceren. De lantaarnpaal, geinspireerd op een voorbeeld uit het Amsterdamse Begijnhof en geleverd door een Nederlands bedrijf, moet het 17-de eeuwse karaker van de wijk benadrukken. Een uitgebreide overlegronde heeft van het oorspronkelijk model echter weinig heel gelaten.

Reageer op dit artikel