nieuws

Minderhedenakkoord in gedrang door recessie

bouwbreed Premium

Sociale partners hebben in 1990 een akkoord getekend om 60000 allochtonen een baan te geven. De bouw heeft toegezegd een evenredig deel hiervan (3000) voor zijn rekening te nemen. Het tij om aan dit minderhedenakkoord vorm te geven zit echter niet mee. ‘Met de huidige recessie zal het moeilijk worden’, zo stelt bedrijfsadviseur minderheden voor de bouw Richard Thiele. ‘Om vorm te geven aan het akkoord hebben we een groeimarkt nodig.’

Als enige sector heeft de bouwnijverheid aan het begin van dit jaar een eigen minderhedenadviseur toegewezen gekregen. De bouw heeft dit te danken aan het feit dat hij al enkele jaren sectoraal arbeidsmarktbeleid voert in samenwerking met de Arbeidsvoorziening. Met de oprichting van de stichting Bouw-Vak-Werk is de bedrijfstak (regionaal) vertegenwoordigd. Samen met arbeidsvoorziening zijn de bouwbestanden geschoond en is een systeem opgezet om de werkloosheid nauwkeuriger te ke registreren (ABB-bewijs). Zelfs worden er prognoses opgesteld om vast te stellen welke vaklieden waar nodig zijn. Daarnaast werden scholings- en werkervaringsverbanden opgezet voor langdurig werklozen.

In totaal werden er, toen sociale partners in 1990 in SERverband het Minderhedenakkoord aangingen, 51 bedrijfsadviseurs minderheden aangesteld: een voor de bouw en vijftig voor de rest van de arbeidsmarkt. De adviseurs zijn nu ongeveer een jaar bezig met hun taak om met name werkgevers van advies te voorzien bij het voeren van allochtonenbeleid. Algemeen bekend is inmiddels dat de resultaten tot nog toe tegenvallen. Mede om die reden heeft de Tweede Kamer in juli de Wet Evenredige Arbeidsdeelname goedgekeurd. Hierin wordt bepaald dat bedrijven en arbeidsorganisaties met meer dan 35 werknemers voortaan aan de Kamer van Koophandel moeten melden hoeveel allochtonen ze in dienst hebben.

Boot missen Op zijn werkkamer op het hoofdkantoor van stichting Bouw-Vak-Werk in Gouda zegt Richard Thiele dat hij een versnelde mentaliteitsverandering van deze wet verwacht.

‘Bedrijven zullen gaan beseffen dat ze niet om allochtonen heen ke. Blijven ze het bestaan van hen desondanks ontkennen dan missen ze trouwens de boot. In de toekomst zijn ze immers voor een groot deel van deze mensen afhankelijk. In Amsterdam zijn werkgevers zich daar in het algemeen beter van bewust. Dat kan ook niet anders. Inmiddels is vijftig procent van de kinderen op de Amsterdamse basisscholen van allochtone afkomst. Daar kun je natuurlijk je ogen niet voor sluiten.’

Krimpende markt

Het werk van Thiele bestaat voor een groot deel uit het afleggen van bedrijfsbezoeken, tot nog toe een keer op uitnodiging, maar veelal op eigen initiatief. In verband met de recessie stuit hij echter regelmatig op het probleem dat werkgevers niet erg open staan om allochtonen in het bedrijf op te nemen, simpelweg omdat ze nauwelijks in staat zijn hun eigen mensen in dienst te houden. Geen onwil dus, maar een krimpende markt die het bewerkstelligen van evenredigheid in de weg staat. Deze ontwikkeling vormt voor Thiele overigens aanleiding om zich te richten op het traject dat vooraf gaat aan een baan in de bouw, te weten de samenwerkingsverbanden en scholings- en werkervaringsverbanden (SWEV’s) waar een vakopleiding wordt gegeven.

Thiele: ‘De kansen liggen nu bij het samenwerkingsverband en het SWEV. Als allochtonen goed zijn opgeleid hebben ze een grotere kans in de bouw werkzaam te blijven. Het grote aantal ongeschoolde allochtonen dat nu in de bouw werkt vliegt er als eerste uit wanneer het werk afneemt. Dat blijkt onder andere uit de cijfers van ww-aanvragen in bijvoorbeeld Rotterdam.’

Het systeem van werkend leren is volgens Thiele dan ook het aangewezen traject voor allochtonen omdat ze beter begeleid worden, een vakopleiding krijgen en veelal een taalcursus wanneer dat nodig is.

Sceptisch

Het zal echter onmogelijk blijken alle allochtonen die in de bouw werken op het gewenste minimumniveau van primair leerlingwezen te krijgen. Nog steeds gaat immers een groot aantal direct de bouw in. Om deze groep een sterkere positie op de arbeidsmarkt te geven is scholing op de werkplek een belangrijk instrument. ‘De bijscholing in het kader van 35b kan in deze gevallen worden aangewend om het vakmanschap te vergroten.’

Volgens Thiele is er bij werk gevers zelden sprake van onwil om allochtonen in het bedrijf op te nemen. Wel komt het voor dat werkgevers het bestaan van deze groep simpelweg ontkennen. ‘De aanname van bouwplaatspersoneel verloopt vaak via een circuitje.

Veel loopt via de uitvoerder. In feite zou het aanname beleid via de hogere echelons moeten worden aangestuurd.” Daarnaast is er sprake van onbekendheid met het Minderhedenakkoord.

Volgens Thiele is het feit dat de minderhedenadviseurs bij Arbeidsvoorziening zijn ondergebracht daar voor een deel debet aan. ‘Het was beter geweest wanneer we als bedrijfsadviseurs konden opereren vanuit de vier grote werkgeversorganisaties (VNO, NCW, KNOV en NCOV, red.). Hoewel de Arbeidsvoorziening inmiddels voor eenderde deel wordt bestuurd door werkgevers komt het toch anders over als je een werkgever namens het VNO aanspreekt op zijn verantwoordelijkheden inzake het minderhedenbeleid.’

Reageer op dit artikel