nieuws

Maij: waterbouwers mogen niet mopperen Er is …

bouwbreed Premium

Maij: waterbouwers mogen niet mopperen Er is sinds 1989 veel geinvesteerd in aanleg en verbetering van het vaarwegennet.

De onderhoudsachterstand is een stuk ingelopen. En in de periode 1994-1998 wordt het aanleg- en onderhoudsbudget nog eens verhoogd met in totaal f. 350 miljoen. ‘Dus de bedrijfstak mag niet mopperen.’

Die conclusie trok minister Maij-Weggen op een persconferentie over de begroting voor 1994. In die begroting wordt geconstateerd dat Nederland in vergelijking met de ons omringende landen over kwalitatief goed hoofdvaarwegennet beschikt.

Hoofdvaarwegen

Wel is het zaak die kwaliteit te behouden. Daarom wordt er tussen van 1994 tot en met 1998 circa f. 1,3 miljard geinvesteerd in aanleg en verbetering van de hoofdvaarwegen.

De investeringsimpuls maakt het mogelijk poen of delen ervan eerder uit te voeren. Het gaat dan bijvoorbeeld om de gedeeltelijke verruiming van het Amsterdam-Rijnkanaal, de renovatie van de Oranjesluizen, de modernisering van de Maasroute door uitbreiding en aanpassing van de voorhavens, en de bouw van water-, weg- en railkruisingen, zoals de Dintelhavenbrug en een spoorbrug bij Gouda.

Vertraging is opgetreden bij de bochtverbeteringen van de Waal. Deze zullen twee jaar later gereed komen, omdat er nog nadere studie nodig is.

De modernisering van de Maasroute, die geschikt moet worden gemaakt voor de tweebaks-duwvaart is eveneens vertraagd en zal niet voor het jaar 2008 worden afgerond.

Het onderhoud van de vaarwegen blijft problematisch. In vergelijking met vorig jaar wordt in 1994 ruim f. 33 miljoen minder geinvesteerd (f. 327 miljoen versus f. 360- in 1993).

Achterstand

Of dat de jaren daarna ook nog zo zal zijn, is nog de vraag. In de begroting wordt geconstateerd dat de beschikbare budgetten flink in omvang zijn afgenomen, waardoor het moeilijk is om de achterstand in het onderhoud beduidend in te lopen.

Redenen voor het afnemende budget zijn de bezuinigingen die op deze post zijn doorgevoerd en de hogere kosten als gevolg van de hogere eisen die aan het onderhoud worden gesteld.

Bijkomend probleem is dat er nog steeds geen baggerspeciedeponies voorhanden zijn, waar het vervuilde baggerslib, dat vrijkomt bij onderhoudswerkzaamheden, kan worden gestort. Reden is het feit dat de provincies, waar de stortplaatsen gepland zijn, niet willen meewerken.

Op al deze problemen zal worden ingegaan in de al eerder aangekondigde beleidsevaluatie ‘Onderhoud-nat’. De nota wordt dit najaar afgerond. De bevindingen zijn mogelijk aanleiding om het budget te verhogen.

Het probleem van de baggerspecie-deponies zal volgens minister Maij-Weggen uit de wereld zijn als de Nimby-wet van kracht wordt. Daarmee immers ke de provincies die nu nog dwarsliggen, tot planologische medewerking worden gedwongen.

Voor een overzicht van de nieuwe poen wordt verwezen naar de tabel ‘Programma vaarwegennet’.

Reageer op dit artikel