nieuws

Belangrijkste knelpunten infrastructuur aangepakt

bouwbreed Premium

De extra middelen die het kabinet de komende vijf jaar wil uittrekken voor investeringen in de infrastructuur (in totaal tussen de f. 8,5- en f. 9 miljard) maken het mogelijk in de nabije toekomst vrijwel alle grote knelpunten in de infrastructuur aan te pakken.

‘Er blijft natuurlijk altijd wat te wensen over, maar het zal dan toch vooral gaan om poen van secundair belang.’

Aldus minister Maij-Weggen in een toelichting op de begroting van Verkeer en Waterstaat voor 1994.

De regering geeft hoge prioriteit aan de aanleg en verbetering van de infrastructuur ter versterking van de economi sche structuur. Hiertoe is een extra investeringsimpuls aangekondigd van f. 5 miljard in de periode 1994-1998.

Daarvan wordt f. 4,25 miljard geinvesteerd in de fysieke infrastructuur, f. 500 miljoen in bodemsanering en f. 250 miljoen in kennisinfrastructuur.

Bijna f. 1 miljard van de impuls is al verwerkt in de V en W-begroting voor 1994.

Met het extra geld wordt een aantal knelpunten versneld opgelost. Ten eerste zal de bereikbaarheid in en rond Schiphol, het Rotterdamse Havengebied en enkele andere belangrijke economische centra worden aangepakt. Veel aandacht gaat daarbij uit naar de realisatie van achterlandverbindingen.

Tevens zal worden geinvesteerd in de verwezenlijking van een aantal stadsgewestelijke openbaar vervoer-poen, mede in het kader van de Vier de Nota Ruimtelijke Ordening Extra.

Ten derde wordt meer geld uitgetrokken voor het oplossen van een aantal knelpunten in het hoofdwegennet en het spoorwegennet.

Woningwet-leningen

De investeringsimpuls wordt voorgefinancierd via de opbrengst uit de vervroegde aflossingen van Woningwet-woningen, en moet uiteindelijk worden betaald met aardgasbaten, de Common Area-baten en de opbrengst van de verkoop van aandelen Koninklijke PTT.

Behalve op de bovengemelde f. 5 miljard kan ook nog worden gerekend op een bijdrage uit het Fonds Economische Structuurversterking (voorheen het Aardgasbatenfonds) voor aanleg van de Betuwelijn (gepland in 1994) en de Hoge Snelheidslijn (gepland in 1996), en op aanvullende middelen van private financiers.

Die laatste bijdrage wordt geschat op f. 4- tot f. 5 miljard in de periode 1994-2003.

Een en ander resulteert in een ‘aanzienlijk versterkte bouwstroom’ van f. 8,5- tot f. 9 miljard in de komende vijf jaar.

Minister Maij-Weggen zei te hopen dat de Nederlandse aannemerij de meeste vruchten zal plukken van de omvangrijke investeringen in de infrastructuur. Dit, ondanks het feit dat ook buitenlandse bedrijven ke meedingen in de strijd om de verwerving van de diverse projecten.

‘Er wordt in de tweede helft van de jaren negentig deksels hard gebouwd’, aldus de bewindsvrouw. ‘En dan klinkt het misschien chauvinistisch, maar ik hoop dat de Nederlandse bouwers hiervan maximaal zullen ke profiteren.’

Reageer op dit artikel