nieuws

Specifiek gerechtsgebouw in Deense Holstebro

bouwbreed Premium

In het Deense Holstebro verrezen de laatste jaren enkele opvallende voorbeelden van hedendaagse architectuur. Na het structuralistische museumcomplex van Hanne Kjaerholm in Cobouw van 4 juni gaat het ditmaal om een betrekkelijk klein gerechtsgebouw. Een actuele ontwerpopgave waarvoor we in ons land zelfs een beroep doen op buitenlanders, rijksbouwmeesters en poontwikkelaars.

Het is niet alleen de architectenkeuze die het gerechtsgebouw in Holstebro zo interessant maakt, al werd die in Arkitektur DK onder new trends gerangschikt. Veeleer is het in de actualiteit van opdrachten voor overheidsgebouwen indrukwekkend zoals de Deense overheid architectonische kwaliteit nastreeft. Geen overmatig dikke woorden en dito rapporten, maar een bewust beleid. Men kan dan ook gerust de heftigste bezwaren tegen het gerechtsgebouw van Holstebro in stelling brengen, maar het streven naar architectonische kwaliteit is ondubbelzinnig. Geen gemarchandeer met poontwikkelaarsarchitectuur die zo multifunctioneel inzetbaar is, dat er in de toekomst zo nodig een standaardkantoor voor de verhuur of een supermarkt van te maken is. Integendeel, het gaat om een perfect op het programma van eisen toegesneden gerechtsgebouw. Dat mag men ook in het stadsbeeld als zodanig herkennen. Kortom, een lesje architectonische kwaliteit voor overheden.

Klein paleis

Het gerechtsgebouw in Holstebro, een kleine stad in het westen van Jutland, globaal ter hoogte van Aarhus, valt ondubbelzinnig op in het stadsbeeld. De situatie is overigens niet echt fraai, aan een rondweg om het centrum, dicht bij het station.

Maar het is wel een vrijstaand gebouw, met op de achtergrond wat woningen. Op de hoek van het terrein staat nog een koffieshop als een overjarige bouwkeet geparkeerd, die kennelijk is geaccepteerd vanwege oudere rechten op de locatie.

Dat alles heeft de drie Nielsens (jawel, architectenbureau Nielsen, Nielsen & Nielsen) er niet van weerhouden om er een klein ‘paleis van justitie van te maken.

Het gebouwtje had vanaf de straatzijde eventueel een bank ke zijn, maar het dan nadrukkelijk aanwezige visitekaartje in de vorm van een lichtbak en een geldautomaat ontbreken. De architectuur heeft iets statigs en legt het accent op de huisvesting van een belangrijke rijksdienst.

Dat gebeurt dus met zeg maar bescheiden machtsvertoon, maar niet onmenselijk.

Uitwaaierende volumen

Het gebouw manifesteert zich als een aantal min of meer uitwaaierende bouwvolumen die aan een centrale hal zijn gelegen. Daarboven verheft zich een licht hellende dakplaat die naar de voor- en achterzijde, zoals bij gebruik van vakwerkliggers mogelijk is, dunner wordt. De vloeiend gebogen onder- en bovenzijde eindigen in een afgeronde overgang, als ‘boeiboord’. De verschillende lagere bouwvolumen staan deels onder het dak en binnen de glaspuien van de hal eronder.

Aan de straatzijde liggen twee bouwvolumen van twee bouwlagen met kantoorruimten, vergaderzaaltje en een lunchkamer aan weerskanten van de entree, waarvan er een ruim een meter naar achteren is geschoven.

Aan de achterzijde liggen twee rechtzalen met daartussen een apart bouwvolume voor de kamers van de rechters. Wat terzijde van de grootste rechtzaal is een cel opgenomen.

De ruimte van de hal achter de entree spoelt om de bouwvolumen heen, die vrij nadrukkelijk als doosjes van beton zijn behandeld. Dat materiaal is in het zicht gebleven, en zowel binnen als buiten voorzien van geaccentueerde naden tussen de bekistingsplaten en de zichtbaar gelaten sporen van de afstandhouders voor beide kistwanden. Vooral sedert Tadao Ando zijn Japanse architectuur minimaliseert met dit schaalmiddel, vindt dat veel belangstelling. De geaccentueerde naden herinneren daarbij aan klassiek opgaand werk met een bekleding van blokken en platen natuursteen. Bovenal treft in dit exterieur het contrast tussen de gesloten blokjes en de door glaswanden open hal als bindend element.

Klassiek?

Als geheel maakt het gebouwtje een klassieke indruk. Maar niet in de postmoderne vorm van een spraakmakend bouwblokje op de belangrijke modelwijk van enkele jaren geleden bij Odense. Daar ontwierp de architect een poortgebouw in klassieke vorm en prutste er vervolgens wat woningen in.

In het gerechtsgebouw is op moderne wijze een plattegrond ontworpen, die vervolgens in de opbouw met veel enthousiasme vorm is gegeven. Beide kantoorstroken hebben in de voorgevel strakke horizontaal gekoppelde ramen en daartussen een enkel afwijkend raamtype.

Beeldbepalend zijn de drie overmaatse zuilen voor de entree. Constructief zou zeker niet meer nodig zijn geweest dan de drie slanke kolommen er naast, voor het naar binnen geschoven kantoorgedeelte.

Maar als suggestie van een portaal herinneren de kolommen aan vroege gerechtsgebouwen in Denemarken van de neoklassieke architect Christian Frederik Hansen. De even schuin naar binnen hellende zijgevels van de kantoorstroken roepen het Thorvaldsen Museum van Gottlieb Bindesbemeentell in Kopenhagen in herinnering.

Aan de achterzijde zijn de bouwvolumen van beide gerechtszalen vrijwel geheel gesloten, op een raster van kleine vierkante raampjes en een smalle verticale lichtstrook, die in de dakplaat omknikt, na.

Intussen kan men zich door de wat overmaatse entreekolommen op het verkeerde (?) been van de postmodernisten laten zetten. Maar dakvorm, overstekken, glaspuien en dergelijke details ke even zo goed herinneringen oproepen aan moderne architecten als Le Corbusier en Oscar Niemeijer.

Vormcategorieen

Aan de Haagse Academie van Bouwkunst werd ooit lesgegeven in vormcategorieen, waarbij studenten nieuwe vormen moesten ontwikkelen. Ze mochten in ruwe schetsen aangeven wat specifieke bouwvolumen voor ziekenhuizen, gerechtsgebouwen of raadhuizen zouden ke vormen. Dat was geen eenvoudige zaak en beredeneren bleek nog moeilijker.

Daar werd ik in Holstebro aan herinnerd.

Je kan een gebouw vanuit stijlrichtingen interpreteren die soms tegengesteld blijken. Maar er is daar wel een gerechtsgebouw neergezet. Het had ook op andere manieren gekund en persoonlijke voorkeuren geven uiteenlopende benaderingen. Maar het is niet die bijna schijnheilige koehandel waarin rijksoverheden aan de ene kant bezield pleiten voor architectonische kwaliteit, en dat vervolgens praktizerend vertalen in multifunctioneel bruikbare gebouwen waarbij hooguit een authentieke gevel van een internationale ster-architect wenselijk zou zijn, omdat inlandse ontwerpers er geen passende vorm aan zouden ke geven.

Tegen die achtergrond verrees er in Holstebro een interessant en heel respectabel gerechtsgebouw. De architecten kregen er ruimte voor kwaliteit, die zich ook manifesteert in het interieur, waarvoor zij naar een goede Deense traditie ook accessoires zoals meubelen en verlichtingsarmaturen mochten ontwerpen, en heel veel aandacht hebben geinvesteerd in de detaillering. De familie Nielsen heeft die kansen met driemaal beide handen aangegrepen voor een overtuigend ontwerp.

De voorgevel van de entree is gemarkeerd door drie overmaatse kolommen. Boven beide vleugels verheft zich de licht hellende en dubbel gebogen dakplaat van de hal.

Plattegrond van het gerechtsgebouw met de onderling even verschoven kantoorstroken en de drie uitwaaierende bouwvolumen voor twee rechtzalen en kamers van de rechters.

Interieur van de hal van het gerechtsgebouw, gezien naar een kantoorstrook toe. Links de entreeruimte met brug tussen de galerijen op de verdieping en geheel rechts tussen twee pilonen de entree van een rechtzaal.

Interieur van een rechtzaal waarin betimmeringen, zitplaatsen en verlichtingsarmaturen eveneens door de architecten voor dit gebouw zijn ontworpen.

Reageer op dit artikel