nieuws

Overwerk in b&u daalt maar stijgt in gww

bouwbreed

Het overwerk in de grond-, weg- en waterbouw is het laatste jaar fors toegenomen. In de burgerlijke- en utiliteitsbouw daarentegen daalde het aantal uren overwerk per werknemer.

Dat blijkt uit de maandelijkse conjunctuurtest van het Economisch Instituut Bouwnijverheid (EIB) in Amsterdam.

In juni 1993 maakte de overwerkende werknemer in de bouw gemiddeld 15,7 overuren. In mei 1992 was dit nog 13,4.

De stijging wordt geheel voor rekening van de gww genomen waar het gemiddeld aantal overuren per overwerkende werknemer met ruim de helft toenam. In de b&u daalde zowel het percentage werknemers als het gemiddelde aantal uren overwerk. Het percentage bedrijven waar op zaterdag werd overgewerkt nam eveneens in de b&u af en in de gww toe.

Dat er in de gww zoveel is overgewerkt betekent overigens niet dat het in deze sector opeens veel beter gaat, zo tekent het EIB aan. Het is waarschijnlijker dat de gww-bedrijven hun personeelsbestand zover hebben ingekrompen dat bij iedere (tijdelijke) opleving van de activiteiten een extra beroep moet worden gedaan op het resterende personeel.

Ten opzichte van mei 1993 is de bedrijvigheid in totaal overigens weinig veranderd. Der tien procent van de 429 ondervraagde bedrijven meldde een toename van de bedrijvigheid.

Eenzelfde percentage had echter met een afname te maken.

Hoewel in de gww de bedrijvigheid wederom is toegenomen is de beoordeling van de hoeveelheid onderhanden werk toch negatiever dan in mei 1993. De hoeveelheid zelf is echter, uitgedrukt in maanden werk, gelijk gebleven. In zowel de woning- als utiliteitsbouw is deze hoeveelheid iets groter dan een maand geleden. Hierdoor nam voor de bouwnijverheid in haar geheel het werk toe van 5,5 tot 5,7 maanden.

De hoeveelheid bouwbedrijven die moeilijkheden ondervond bij de voortgang van de werkzaamheden is ten opzichte van vorige maand afgenomen. Dit ondanks het feit dat in de gww de stagnatie als gevolg van een gebrek aan order behoorlijk is toegenomen.

Personeel

Over de personeelsbezetting was men in juni negatiever dan in mei. Slechts 5 procent van de bedrijven verwacht de komende maanden nieuw personeel aan te nemen, terwijl 12 procent verwacht personeel te moeten laten gaan. Ten opzichte van juni 1992 is nauwelijks een verandering te constateren.

Dat het met de bouwconjunctuur nog steeds niet de goede kant uitgaat blijkt ook uit het forse percentage bedrijven dat een prijsdaling verwacht. Met name in de gww zien veel bedrijven zich geconfronteerd dalende prijzen.

Reageer op dit artikel