nieuws

Jaarlijks inschrijfgeld voor Handelsregister onrechtmatig

bouwbreed Premium

De EG-rechter vindt de bijdrage die Nederlandse ondernemers moeten betalen bij inschrijving in het Handelsregister onrechtmatig. In ons land is iedere ondernemer die een bedrijf start verplicht zich te laten inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Vervolgens moet de ondernemer jaarlijks een bedrag betalen, gebaseerd op het in de onderneming gestoken vermogen.

Bij een BV is dat volgens tabel een tarief over de som van het aandelenkapitaal, plus reserves en leningen van langer dan een jaar. Het tarief loopt op van f. 60 tot maximaal f. 24000 per jaar. Op verzoek van de Italiaanse regering heeft de EG-rechter onlangs dit systeem in strijd verklaard met de EG-richtlijn uit 1969.

Die verbiedt een lidstaat andere heffingen dan kapitaalsbelasting bij oprichting van een vennootschap op te leggen. De heffing is alleen toegestaan als de bijdrage het karakter heeft van een vergoeding voor een dienst. Omdat er bij dat jaarlijkse inschrijfgeld geen koppeling bestaat met de dienst die de Kamer van Koophandel verricht, oordeelt de EG-rechter de heffing onrechtmatig. De inschrijving van een BV met een eigen vermogen van f. 1 miljoen is net zoveel werk voor de K.v.K als een BV van f. 45000. Ondernemers ke op grond van de EG-uitspraak binnen de beroepstermijn van dertig dagen bezwaar aantekenen bij de K.v.K. Het is te verwachten dat de uitspraak van de EG-rechter binnenkort aanleiding zal zijn voor een aanpassing van de Wet op het Handelsregister.

De vraag blijft nog open wat te doen met de bijdragen uit het verleden. De betreffende EGRichtlijn 69/335 had uiterlijk 1 januari 1972 in nationaal recht moeten zijn omgezet. Niet ondenkbaar is dat ook de in het verleden betaalde bijdragen teruggevorderd zouden ke worden. Dit is echter een complexe materie die nog bestudeerd moet worden.

Btw-terugvordering

Opnieuw is grote onduidelijkheid ontstaan over de terugvordering van btw op bouwgrond. Die discussie sleept nu al jaren. Sinds het arrest over een zaak in Sint Oedenrode is door de rechter vastgesteld dat gemeentes geen btw over bouwgrond mogen berekenen als aan dat perceel geen werkzaamheden zijn verricht. Dat had tot gevolg dat diverse civielrechtelijke procedures zijn opgestart om de btw van gemeentes terug te vorderen. Inmiddels hebben tal van rechtbanken -gebaseerd op de fei ten- daar uitspraken over gedaan. Alle rechters oordeelden tot nu toe vanuit de vraag of de BTW in het betreffende geval wel of niet door de gemeente moest worden terugbetaald. In april dit jaar koos de rechtbank in Zwolle voor een heel andere benadering. De Zwolse rechter vindt dat er geen sprake is van een ‘onverschuldigde betaling’

door de koper. In gewoon Nederlands; hij vindt niet dat de btw niet berekend had mogen worden. Want daarvoor -aldus de Zwolse rechter- is vereist dat ‘de rechtsgrond ontbreekt of vervalt’. Anders gesteld; pas als de transactie ongedaan wordt gemaakt, vervalt de rechtsgrond.

Dat is niet het geval. Dus constateert de Zwolse rechter ‘is er sprake van wederzijdse dwaling’. Zowel de gemeente als de koper hebben ‘te goeder trouw gehandeld’. Die dwaling komt overigens wel voor rekening van de koper. Maar dat is ook weer niet zo erg want de koper heeft op z’n overdrachtsbelasting bespaard. (Het tariefsverschil tussen btw en overdrachtsbelasting wordt kennelijk gemakshalve over het hoofd gezien.) En bovendien heeft de gemeente geen voordeel bij de btw-vordering gehad, want die heeft dat weer netjes afgedragen. Het eind van het liedje is dat de beurs van de gemeente gesloten blijft. Afwachten of de visie van de Zwolse rechtbank de trend zet bij andere btw-kwesties op bouwgrond.

Zes jaar

In mei 1993 is de ervaringstermijn in de vestigingswet voor het uitoefenen van de meeste beroepen op zes jaar gesteld.

Een ondernemer die een bouwbedrijf wil beginnen kan nu ook met zes jaar ervaring -zonder over de vereiste vakbekwaamheidspapieren te be schikken- een vergunning bij de K.v.K aanvragen. De zes jaar ervaring is ook op het gebied van de handelskennis vereist. Slechts voor enkele beroepen als zelfstandig ondernemer geldt een minimale ervaringstermijn van drie jaar, bijvoorbeeld de ambulante markthandel, honden toiletteren en het uitvaartbedrijf. In alle EG-landen gelden dezelfde ervaringstermijnen en vakbekwaamheidsdiplomas. Wie in Nederland over de vereiste ervaringstijd of vakbekwaamheidsdiplomas beschikt om een bedrijf uit te oefenen, kan daarmee in iedere lidstaat terecht.

Milieubeheer

Per 1 maart 1993 is de wet Milieubeheer in werking getreden. Daar is een nieuw vergunningenstelsel aan gekoppeld.

In plaats van vijf afzonderlijke vergunningen inzake luchtverontreiniging, geluidshinder, afvalstoffen, chemische afvalstoffen en de hinderwet is voortaan maar een centrale milieubeheervergunning nodig. Deze vergunning moet bij de gemeente worden aangevraagd.

De onderneming moet behoorlijk veel gegevens verstrekken die zijn vastgelegd in het Inrichtingen en Vergunningen Besluit (IVB). Gemeentes mogen alleen een beheervergunning verstrekken als er geen belangrijke nadelige gevolgen zijn voor het milieu. Eisen zijn onder andere zorg voor doelmatige verwijdering van afvalstoffen, zuinig gebruik van energie en grondstoffen, zorg voor de beperking van de nadelige effecten op het milieu van het verkeer van personen, enzovoort. Ook per 1 maart jl. is het Besluit Opslag in Ondergrondse Tanks -het zogenaamde BOOT-Besluit- in werking getreden. Daarin zijn de regels vastgelegd voor het bezit, gebruik en de verwijdering van deze tanks. Alle tanks die niet in gebruik zijn moeten bijvoorbeeld voor 1 september 1993 zijn aangemeld bij de gemeente.

Parkeerboete

Wie een parkeerboete niet betaalt, krijgt steeds vaker een naheffingsaanslag. Dat kost al gauw f. 70. Sinds 1991 kan de gemeente een parkeerovertreding strafrechtelijk (boete) of fiscaal afhandelen.

Nu zou de belastingplichtige natuurlijk voor de belastingrechter ke betwisten dat de naheffing rechtmatig is opgelegd. Maar uit jurisprudentie blijkt dat de rechter bijna nooit clementie verleent. Een lichamelijk gehandicapte voerde aan dat hij niet bij de parkeermeter van 1,50 meter hoog kon en daarom niet kon betalen. Een kapotte parkeermeter is ook geen reden voor een pardon. De rechter constateerde dat de gemeente geen klachten over een defecte parkeermeter had binnengekregen. Dus betalen. Zelfs wie even wegloopt om geld te wisselen voor de parkeermeter. Of ontdekt door andere autos te zijn ingebouwd. Tot en met de moeder die in hoge nood haar auto bij een meter zette, om haar zoontje -die zich in een zuurtje verslikte- te helpen. Smoezen noch gegronde redenen zijn geen excuus. Wie het ‘papiertje van de parkeerwachter onder zijn ruitenwisser vindt, is… de klos.

Vragen en problemen op het gebied van belastingen en accountancy ke worden doorgebeld aan Paul Schol, Moret Ernst & Young Accountants, Arnhem. Tel.: 085 – 209500.

Reageer op dit artikel