nieuws

Grote stappen vooruit in kankeronderzoek vezels

bouwbreed Premium

De laatste tien jaar zijn er volgens het Asbestinstituut te Montreal grote stappen vooruit gedaan ten aanzien van het onderzoek naar het mogelijk kankerverwekkend potentieel van een aantal vezels. Studies van vezeldimensies, ‘levensduur’ en doses, helpen duidelijk te maken waarom sommige vezels zoals het crysotiel (witte asbest) als veilig moeten worden beschouwd bij lage dosering.

Nog maar twintig jaar geleden hadden wetenschappers, aldus het instituut, nog geen idee van het mechanisme van de kankerverwekkendheid van vezelmaterialen. Het hoofdonderwerp van studie behelsde het verband tussen de lengte en dikte van de vezel en zijn kankerverwekkenheid. Het werd al gauw duidelijk, dat hoewel de dimensies enige variaties in de kankerverwekkendheid van verschilende vezels konden verklaren, er ook andere factoren bij waren betrokken. Wetenschappers ontdekten dat er niet alleen een groot verschil in dimensies van vezels bestond, maar dat ook de ‘levensduur’ bij opname in het lichaam nogal verschilde.

De structuur van vezels is zodanig dat sommige door hun structuur en het verdedigingsmechanisme van het lichaam dat lichaam vlugger verlaten dan andere. Pas de laatste 1015 jaar heeft het concept van de levensduur of biopersistentie een toenemend belangrijke rol gespeeld in het begrijpen van de kankerverwekkendheid van vezelmaterialen. Vandaag de dag houden wetenschappers zich bezig met het evalueren van de kankerverwekkendheid van vezelachtig materiaal als interactie tussen dosis, afmetingen en de levensduur of biopersistentie.

Dosis

Reeds in de 16e eeuw schreef de Zwitserse fysicus Paracelsus, dat alle substanties toxisch ke zijn als je er maar genoeg, dus te veel van binnenkrijgt. Nu is duidelijk geworden dat er grote verschillen zijn in de verschillende te inhaleren vezels die in de industrie worden gebruikt. Er is een concensus ontstaan die duidelijk maakt, dat er voort durende waarden zijn voor persistentie die varieren van erg kortdurende persitentie met derhalve een korte levensduur, tot praktisch ondefinieeerbare persistentie met een heel lange levensduur van verschillende inhaalleerbare vezels. Uit dierproeven en biologische simulaties is onder andere gebleken dat de asbestvezel crysotiel of witte asbest een korte levensduur heeft en een korte persistentie. Voor amfibolen is dat, zoals we al eerder in Cobouw beschreven, een heel andere zaak. Onder de amfibolen vallen als voornaamste de crocidoliet of blauwe asbest en de amosiet of bruine asbest. Deze hebben een lange levensduur en een lange persistentie. Terwijl crysotiel in enkele weken of maanden het lichaam compleet heeft verlaten, hebben crocidoliet en amosiet ongeveer een halveringstijd van enige tientallen jaren.

Variatie

Man-made mineral fibres (MMMF) heeft in de loop der tijd een grote variatie in bioresistente en oplosbaarheid van een groot aantal verschillende vezels laten zien.

Die zaken hangen onder andere af van hun fabricageproces en chemische samenstelling.

Bijvoorbeeld, glasvezels met een hoog aluminiumgehalte zijn duurzamer in het lichaam aanwezig dan die met een laag Al-gehalte. Dierstudies van het Institute of Occupational Medicine in Edinburgh hebben aangetoond dat crisotiel (witte asbest) en glasvezels ongeveer even snel het dierlichaam verlaten. Dat in tegenstelling tot crocidoliet (blauwe asbest) waarbij maar een geringe verwijdering werd vastgesteld.

Drie d’s.

Vandaag de dag zien wetenschappers de drie d’s van ‘dose, dimension and durability’), vrijvertaald ‘dosis, dimensie en duurzaamheid’, of wel dosis, afmetingen en levensduur. Met levensduur wordt dan bedoeld de tijd dat vezels in het (long) weefsel aanwezig zijn.

Bij lage doses vertonen de meeste vezels geen waarneembare gezondheidseffecten. Als alle parameters hetzelfde blijven en de dosis bijvoorbeeld stijgt, dan heeft dit effecten op de potentiele gezondheidsrisicos.

Gelijksoortige vezels die minder lang zijn dan 5 micrometer worden gemakkelijk door het lichaam afgebroken door het natuurlijke defensiesysteem.

Van vezels van 10, 20 of 30 micron en langer, is het in toenemende mate waarschijnlijk dat ze niet worden afgebroken en in de longen achterblijven.

Reageer op dit artikel