nieuws

‘Een vennootschap kan van binnenuit worden …

bouwbreed Premium

‘Een vennootschap kan van binnenuit worden beconcurreerd als aandeelhouders of bestuurders nevenactiviteiten, gericht tegen de vennootschap, ontploooien.’ Volgens nummer 16/17 van Onderneming sluiten wettelijke bepalingen nevenactiviteiten niet uit. Ook voor vennooten van maatschappen en vennootschappen onder firma (VOF) bestaat geen verbod op nevenactiviteiten. De Hoge Raad besliste eerder dat een vennoot een VOF geen concurrentie mag aandoen omdat die daarmee het doel van de vennootschap ondermijnt. Expliciete afspraken tussen vennoten maken bepaalde (neven)activiteiten evenwel mogelijk. De uitspraak van de Hoge Raad houdt verband met het bijzondere karakter van de VOF en de commanditaire vennootschap. De uitspraak kan niet zonder meer woprden toegepast op aandeelhouders van naamloze- of besloten vennootschappen. Bestuurders of commissarissen van BV’s of NV’s krijgen over het geheel genomen slechts zelden ruimte voor het ontplooien van nevenactiviteiten.

‘Als een gemeente werk wil maken van duurzaam bouwen doemen er obstakels op. De milieudienst stuit op sceptische mede-ambtenaren, wantrouwige corporaties en onduidelijke bevoegdheden. De milieu- en de bouwpoot van VROM lopen ook niet steeds in dezelfde pas.’ Duurzaam bouwen staat volgens nummer 7/8 van ROM nog in de kinderschoenen.

Technisch kan er heel veel, experimenten zijn er genoeg maar routine is het nog lang niet. De Delftse milieuwethouder C. van der Bie meent dat er nogal wat schort aan bijvoorbeeld aan de verspreiding van informatie zoals die over aanbevolen materialen. De rijksoverheid zou zich actiever ke opstellen inzake het stellen van milieu-eisen. Het Bouwbesluit gaat volgens de wethouder nauwelijks in op milieu. De gemeenten staan door het ontbreken van regels politiek zwakker dan in de tijd van de gemeentelijke bouwverordening. Alles overlaten aan de markt brengt naar verwacht nauwelijks enige beweging in het duurzame bouwen.

‘Wanneer men beroep doet op een niet-geregistreerde aannemer of onderaannemer dan dient de medecontractant 30 procent in te houden bij elke betaling en de ene helft hiervan door te storten aan de fiscus, de andere helft aan de R.S.Z. Bovendien is men aansprakelijk voor de sociale en fiscale schulden van deze nietgeregistreerde onderaannemer.’ Volgens nummer 33 van Bouwkroniek geldt hetzelfde bij inschakeling van een onderaannemer die op het moment van bestelling wel geregistreerd stond, maar die registratie tijdens de uitvoering van het werk verliest. In dit geval is evenwel geen sprake van hoofdelijke aansprakelijkheid. Zodra een aannemer na schrapping het bijbehorende nummer niet van briefpapier en facturen verwijdert, kan deze worden veroordeeld voor valsheid in geschrifte en oplichting. De medecontractant kan zich in zulke gevallen niet beroepen op overmacht omdat hij verplicht is de gang van zaken omtrent registraties te volgen in het Belgisch Staatsblad.

Reageer op dit artikel