nieuws

Technologische voorsprong voorwaarde voor continuiteit

bouwbreed Premium

Een bouwwerk in uitvoering imponeert dikwijls niet door het daarvoor ingezette materieel. Er is een keet opgebouwd voor het bouwpersoneel, het werk staat in de steigers en bouwliften of een enkele torenkraan completeren vaak het beeld. Voor de oppervlakkige waarnemer bestaat materieel dan ook hoofdzakelijk uit transportmiddelen, die waarschijnlijk weinig problemen zullen opleveren bij de aanschaf, inhuur en het gebruik ervan.

Zo’n lekenoordeel is begrijpelijk. Wie staat stil bij de soms zeer complexe produktieprocessen, die opgezet en gaande dienen te worden gehouden om te ke voorzien in de vraag van de consument c.q. de opdrachtgever naar een woning, kantoor of fabriekscomplex?

Ook wij zijn toch dikwijls uitsluitend geinteresseerd in het gebruik!

Een dergelijke reactie op de betekenis van materieel mag dan voor de hand liggen, maar wordt gevaarlijk -zelfs letterlijk als het gaat om de veiligheid van bouwplaatspersoneel en omstanders- indien bouwbedrijven de inzet van materieel voor de realisatie van bouwwerken van ondergeschikt belang achten of soms zelf bagatelliseren. De materieelpost neemt toch dikwijls niet meer dan een paar procent van de begroting in beslag?

En, ‘het is maar gereedschap’.

Een van de consequenties van zon opstelling is de neiging tot het verwaarlozen van de materieelfunctie als onderdeel van de organisatie van het bouwproces. Dit, in het bijzonder wat betreft de invloed ervan op de produktiviteit en de kwaliteit van het werk, en niet in de laatste plaats op het creeren van goede arbeidsomstandigheden voor het bouwplaatspersoneel.

Bouwbedrijven, en wij hebben het hier met name over de grotere ondernemingen, die van mening zijn dat het onderhouden van een materieeldienst overbodig is (geworden) omdat de markt voor bouwmaterieel ruimschoots voorziet in mogelijkheden tot inhuur c.q. uitbesteding, geven daarmede blijk onwetend te zijn van de ontwikkeling, die het materieel momenteel ondergaat om van ‘eenvoudig gereedschap’ uit te groeien tot een ‘tool of management’. Daarmede dreigen zij een wissel te trekken op hun eigen continuiteit.

Materieelbeleid

Het artikel vorige week in deze rubriek, over de betekenis van de materieeldienst van Wilma Bouw voor de uitvoering van het stadhuis en de bibliotheek in Den Haag is in dit verband illustratief voor hetgeen met een modern materieelbeleid kan worden bereikt. In de grond van de zaak zien wij hier een poging tot het professionaliseren van de materieelfunctie in de organisatie van het bouwproces. Men zou zelfs ke beweren, dat met behulp van een andere kijk op en de wijze van inzet van materieel, getracht wordt de technologie voor onderdelen van het uitvoeringsproces te verbeteren.

Bedenk hierbij, dat technologische vernieuwing in eerste instantie dikwijls niet betrekking heeft op nieuwe techniek. Het gaat er veeleer om, het aanbod van de reeds aanwezige technieken op een zodanige wijze organisatorisch te combineren, dat een hogere efficientie kan worden behaald en daarmede een concurrentievoorsprong.

Voorsprong

Als gevolg van de harde en in toenemende mate internationale concurrentie, waarmee Nederlandse bouwbedrijven nu en in de toekomst te maken krijgen, wordt het behalen en instandhouden van een technologische voorsprong een voorwaarde voor behoud van continuiteit. Bouwbedrijven zullen daarom alle registers in hun organisatie moeten opentrekken om continu te ke streven naar een -veelal geringe- technologische voorsprong.

Op welke gebieden kan een materieeldienst in dit kader een bijdrage leveren? In de eerste plaats door verbetering van de produktiviteit op de bouwplaats door middel van het opvoeren van de mechanisatiegraad. Voortdurend zal naar methoden moeten worden gezocht om de efficientie van arbeid op de bouwplaats te verhogen. Niet alleen van het eigen personeel, maar ook van werkzaamheden die langzamerhand volledig tot het domein van de onderaanneming worden gerekend. Hierdoor kan een bouwbedrijf produktiviteitsvoordelen behalen, die in twee richtingen uitwerken.

Enerzijds kostenreducties als gevolg van door het eigen personeel behaalde produktiviteitsstijging, anderzijds ke arbeidsintensieve werkzaamheden weer in eigen beheer worden uitgevoerd in plaats van deze uit te besteden.

En dat levert weer toegevoegde waarde op.

Tegelijkertijd dient zich een ander, zij het een meer indirect voordeel aan. Het beeld wordt bestreden, dat door de continue uitbesteding van onderdelen van de uitvoering aan toeleveranciers en onderaannemers het bouwbedrijf aan het verworden is tot een ‘empty concept of a corporation’. De ze aanduiding gebruiken wij met opzet om aan te geven dat wij hier te maken hebben met een internationaal verschijnsel. Het valt buiten het bestek van dit artikel om hierop nader in te gaan, maar het bouwbedrijf dat over mogelijkheden beschikt om voor bepaalde uitvoeringswerkzaamheden eigen alternatieven aan te bieden, blijft ook een speler op die gespecialiseerde onderaannemingsmarkten.

Verschuiving

Een van de oorzaken waarom de afgelopen decennia een structurele verschuiving van activiteiten van de bouwplaats naar de voorfase heeft plaatsgevonden, ligt in de stabiele produktie-omstandigheden die eigen zijn aan fabrieken. Prefabricage biedt mogelijkheden voor schaalvergroting door mechanisatie en automatisering, die resulteren in lagere kostprijzen. Gelet op de structurele beweging naar de voorfase, zullen waarschijnlijk hogere winstmarges worden behaald en behouden. Er ontstaat bovendien financiele ruimte voor produktontwikkeling en men komt tevens in de gelegenheid een herkenbare marktpositie op te bouwen.

Meer dan tot op heden zouden bouwbedrijven moeten onderzoeken in hoeverre deze organisatieprincipes op bouwplaatsen ke worden toegepast.

Dat begint met de inrichting van de bouwplaats. Een moderne materieeldienst wordt bij de voorbereiding -zelfs bij de prijsvorming- van een werk betrokken om te adviseren over bijvoorbeeld de meest optimale logistieke stromen.

Denk hierbij aan de benodigde horizontale en verticale transportcapaciteit, de situering van personeelsaccomodaties naast en in het werk, de mogelijkheden van mechanisatie van werkmethoden, enzovoort.

Vanuit werktuigbouwkundige en bouw-organisatorische invalshoeken wordt aldus gezocht naar mogelijkheden tot verhoging van de produktiviteit en het creeren van goede arbeidsomstandigheden voor het bouwplaatspersoneel.

Deze vroegtijdige inschakeling van de materieeldienst zal ten slotte leiden tot de invoering van een bouwplaatsinrichting, die zo goed mogelijk voorziet in het scheppen van een stabiele werkomgeving voor de uitvoering.

Reageer op dit artikel