nieuws

Pensioenrechten in BV’s doorlichten

bouwbreed Premium

Ondernemers met pensioenrechten in een BV krijgen per 1 januari te maken met wetswijzigingen in het kader van de Brede Herwaardering II. In ons land is de opbouw van pensioen onbelast; de uitkeringen zijn te zijner tijd normaal belast volgens het schijventarief. Andere EG-landen hebben een belaste opbouw en onbelaste uitkering.

Veel succesvolle landgenoten stopten in het verleden hun pensioenopbouw in een eigen Pensioen BV, verhuisden op latere leeftijd naar het buitenland en genoten daar van een onbelaste uitkering. De Nederlandse fiscus greep twee keer mis, zowel tijdens de opbouw- als de uitkeringsperiode. Die situatie wordt na een overgangsfase door reparatiewetswijzigingen onmogelijk gemaakt.

Ondernemers hebben voor de opbouw van pensioenrechten twee opties; het afstorten van de jaarlijkse premie bij een verzekeringsmaatschappij of een opbouw binnen de eigen BV (werkmaatschappij, holding of aparte Pensioen-BV).

Bij pensioen in eigen beheer, mogen de jaarlijkse reserveringen ten laste van het resultaat worden gebracht. De ondernemer houdt zelf de beschikking over zijn inleg. Soms zijn de liquiditeiten om af te storten bij een verzekeraar in de beginjaren van het bedrijf ook niet aanwezig en wordt noodgedwongen voor opbouw van een ouderdomspensioen in eigen beheer gekozen. De wetgever heeft onder de reparatiewetgeving die mogelijkheid open gehouden. Pensioenopbouw in eigen beheer blijft bestaan. Alleen de fiscale ontsnapping aan het eind van de rit is straks afgesneden.

Bij beeindiging van de onderneming via ‘verkoop van de BV’ had de ondernemer opnieuw twee opties. Hij kon alsnog zijn pensioenkapitaal afstorten bij een verzekeraar en levenslang een periodieke uitkering verwerven. Of hij stortte het pensioenkapitaal af bij zijn eigen Pensioen-BV die hem een periodieke uitkering verschafte. Na 1 januari 1994 is de constructie met de eigen Pensioen-BV van de baan.

De aandelen van de Pensioen BV zijn vaak in het bezit van de kinderen, waarmee bij vroegtijdig overlijden van de ondernemer successierechten worden bespaard. Onder de wetswijzigingen in Brede Herwaardering II is voortaan de waardestijging van de aandelen belast voor successierechten. De vlucht naar PensioenBV’s die vorig jaar is ingezet om de opgebouwde pensioenrechten in eigen beheer buiten de risicosfeer te houden, is tot op heden nog geen succes. Ofschoon formeel tot nieuwjaar 1994 de oprichting van Pensioen-BV’s wettelijk is toegestaan, heeft het ministerie nog steeds geen goedkeuringen afgegeven. De fiscale wereld maakt zich daar ernstig zorgen over.

De Brede Herwaardering II wil dat iedere pensioenregeling wordt ondergebracht in de BV waarin ook de onderneming wordt gedreven of bij ‘bepaalde soorten verzekeraars’ wordt afgestort. Eigen beheer is alleen toegestaan, mits het kapitaal in de risicosfeer zit. Alleen in die situatie is de reservering nog aftrekbaar van de winst.

Als eigen verzekeraar is de eigen Pensioen-BV straks uitgesloten.

‘Dwingen’

De wetgever wil de ondernemer ‘dwingen’ de premie af te storten bij professionele Nederlandse verzekeraars of bij een professioneel pensioenfonds. Onder een professioneel pensioenfonds verstaat de reparatiewet niet de directie pensioenfondsen (Pensioen-BV’s of Pensioen Stichtingen) maar een apart fonds opgericht door elf of meer onafhankelijke aandeelhouders. Aan zon fonds mogen wel aftrekbare reserveringen worden gedaan.

In de praktijk zullen deze niet gemakkelijk van de grond komen.

In een enkelvoudige BV zit het pensioenkapitaal in de risicosfeer. Dat regime mag dus onder de reparatiewet worden voortgezet. Alleen de ondernemer krijgt een probleem zodra hij zijn bedrijf wil staken en zijn ondernemingsactiviteiten verkoopt. In feite houdt hij dan weer een Pensioen-BV over en die weg is na 1 januari 1994 afgesneden. De wet zet de ondernemer voor het blok: progressief volgens schijventarief over de pensioenpot met de fiscus afrekenen, of alsnog afstorten bij een verzekeraar.

In de praktijk verkoopt een ondernemer die stopt meestal zijn aandelen om te ke afrekenen tegen 20% IB (aanmerkelijk belangbelasting) over het verschil tussen de verkoop- en verkrijgingsprijs van zijn aandelen. Maar de aandelen van een enkelvoudige BV zijn in de praktijk slechts verkoopbaar als het pensioen uit de BV is gehaald. Dus wordt de ondernemer indirect gedwongen zijn pensioenpot af te storten bij een verzekeraar.

Voor de opgebouwde eigen pensioenpot in Pensioen-BV of Holding geldt tot 31 december 1993 de ‘eerbiedigende werking’. In de wet worden dat de ‘bestaande aanspraken’ genoemd. Daarna treedt een overgangstermijn in werking waarin de ‘aansluitende aanspraken’ voor een gelijke termijn als de opbouw die voor 1 januari 1994 heeft plaatsgevonden ook nog worden geeerbiedigd met een maximum van tien jaar. Ondernemers die in 1983 of eerder zijn gestart met opbouw in eigen beheer, mogen daarmee tot 31 december 2003 doorgaan. In veel gevallen is er voor oudere ondernemers die voor 2003 hun pensioendatum bereiken, weinig aan de hand. Wel moeten zij er rekening mee houden dat als ze kiezen voor aansluitende aanspraken na 1 januari 1994, vanaf 1 januari 1997 er nieuwe beleggingseisen voor het hele pensioenkapitaal van kracht worden. De wetgever verplicht vanaf die datum te beleggen buiten de risicosfeer. Dan mag nog maar tot maximaal 10% van het pensioenvermogen worden geleend voor bijvoorbeeld een hypotheek. 90% Van het pensioenkapitaal moet ‘solide zijn belegd in depositos, obligaties, e.d.

De categorie ondernemers binnen de overbruggingstermijn van maximaal tien jaar mag gewoon doorgaan met de aftrekbare opbouw in PensioenBV of Holding. Maar aan het eind van de rit moet over de opbouwtermijn na afloop van hun ‘geeerbiedigde periode of worden afgerekend met de fiscus, of worden afgestort bij een verzekeraar.

Die ‘geeerbiedigde periode

loopt dus voor een ondernemer die bijvoorbeeld 1 januari 1990 is gestart met pensioenopbouw in eigen beheer vanaf 1 januari 1994 nog maar vier jaar door tot en met 31 december 1997.

Hij mag in zijn geval vanaf 1 januari 1998 wel doorgaan met opbouw in eigen beheer.

Alleen moet de ondernemer zich bewust zijn dat hij bij staking van zijn bedrijf over zijn pensioenopbouw vanaf 1998 moet afrekenen met de fiscus of moet afstorten bij een verzekeraar.

Ontsnapping

Er valt aan de Brede Herwaardering II niet te ontsnappen.

Ondernemers met reeds een opbouw in een Pensioen-BV of Holding moeten hun belangen voor 1 januari 1994 nog eens goed overwegen. Individuele omstandigheden spelen een grote rol en vragen om een maatwerkaanpak. De aantrekkelijkste optie lijkt nog steeds voor het eind van het jaar de eigen pensioenvoorziening in een aparte BV te stoppen. Zonder fiscale afrekening kan over de individuele ‘geeerbiedigde periode de opbouw in die nieuwe BV blijven zitten. In die situatie blijven de aandelen van de Werk-BV of Holding-BV bij bedrijfsbeeindiging toch verkoopbaar.

Vragen en problemen op het gebied van belastingen en accountancy ke worden doorgebeld aan Paul Schol, Moret Ernst & Young Accountants, Arnhem. Tel.: 085-209500.

Reageer op dit artikel