nieuws

Nog meer geld nodig voor herstel aardbevingsschade

bouwbreed Premium

Er is nog steeds niet genoeg geld voor het herstel van de schade, die is aangericht door de aardbeving op 13 april vorig jaar in Midden-Limburg. Dat zei voorzitter T. Hoofwijk van het Rampenfonds Aardbeving Limburg in het provinciehuis te Maastricht. Hij kreeg daar van commissaris der koningin mr. B.J. baron Van Voorst tot Voorst bijna f. 16 miljoen overgedragen voor herstel van de schade aan kerken en monumenten. Het herstel van de schade aan particuliere woningen is inmiddels klaar. Met deze eerste fase van de hersteloperatie was f. 12 miljoen gemoeid. Het herstel van kerken en monumenten is de tweede fase. Hoofwijk voerde nog een derde fase op: het herstel van niet monumentale kloosters. Die zijn ook beschadigd door de aardbeving. De voorzitter van het Limburgs rampenfonds vindt het vreemd dat daarvoor geen geld beschikbaar is. Hij is van mening dat bewoners van kloosters ‘in feite ook particulieren zijn, die net als bewoners van vernielde huizen ernstig gedupeerd zijn’. Het rampenfonds probeert ook voor deze gedupeerden financiele hulp te vinden. Lukt dat niet, dan zullen geldinzamelingsacties op touw worden gezet. De herstelwerkzaamheden worden voor het grootste deel betaald met geld dat beschikbaar is gesteld door het rijk en het bedrijfsleven en met de opbrengst van een inzamelingsactie van de Omroep Limburg. Het Nationaal Rampenfonds draagt slechts f. 1 miljoen bij. Dat vindt Hoofwijk veel te weinig. Nog erger vindt hij dat het nationale fonds niet wil onthullen hoeveel giften particulieren en bedrijfsleven na de aardbeving hebben gedaan.

Voor drie zeer zwaar getroffen kerken was al eerder f. 2,5 miljoen beschikbaar gesteld. In totaal is voor het herstel van het beschadigde culturele erfgoed ruim f. 18 miljoen beschikbaar. Maar volgens Hoofwijk is er f. 21 miljoen nodig.

Reageer op dit artikel