nieuws

Bouwrijpe grond?

bouwbreed Premium

Dat de tijd snel gaat, wisten we wel. Maar dat het al weer bijna twee jaar is geleden dat we u in deze rubriek vertelden over de belasting op bouwgrond, dat hadden we ons nog niet gerealiseerd. Nu is er inmiddels wel weer wat gebeurd op dat terrein. Er is weer een gemeente geweest, die de conclusie van onze hoogste rechter, dat ten onrechte geheven btw op een stuk bouwgrond dient te worden teruggegeven, niet wilde accepteren. En weer moet de Hoge Raad er aan te pas komen om te beslissen of de in twee instanties gegeven beslissing dat het ook in het Hengelose geval dient te gebeuren, juist is geweest. Wat is er ook weer aan de hand met de over bouwgrond geheven btw?

Even uw geheugen opfrissen.

Tot 1968 was bij de koop van grond geen omzetbelasting verschuldigd. Als op die grond een huis werd gezet moest echter wel over de bouwsom belasting worden betaald.

In de nieuwe wet op de Omzetbelasting van 1968 worden onroerende zaken niet langer uitgezonderd van de goederen (tegenwoordig als ‘zaken’ aangeduid in het Nieuw B.W.) waarover btw wordt geheven.

De heffing van die belasting wordt wel beperkt tot de bouwfase en de daarop aansluitende handelsfase. Die beperking is gerealiseerd door het vrijstellingssysteem in de wet, waarop twee uitzonderingen bestaan: de oplevering door de aannemer en de eigendomsoverdracht door de bouwondernemer alsmede alle volgende leveringen indien de voorafgaande levering belast was en die belasting geheel of gedeeltelijk was afgetrokken.

Voor de levering van bouwkavels wordt in artikel 11 van de nieuwe wet O.B. bepaald dat de levering van een onroerend goed van belasting is vrijgesteld behalve als dat goed ‘vervaardigd’ is en de levering plaats vindt voor, op of uiterlijk twee jaar na de eerste ingebruikneming van dat goed.

Een niet-vervaardigd goed valt dus niet onder die uitzondering en voor het verschuldigd zijn van btw over een bouwkavel is dus nodig, dat het ‘vervaardigd’ is. De wetgever heeft waarschijnlijk gedacht, dat de term ‘vervaardigd goed’ duidelijk genoeg was en geen aanleiding zou geven tot verschil in uitleg door de dienst der belastingen en de belastingplichtigen.

Maar wanneer kun je nu zeggen dat een bouwkavel VERVAARDIGD is? De staatssecretaris, die over de belastingen gaat, zei in 1981, dat dit al het geval is als ‘in de omge ving’ voorzieningen zijn getroffen die de grond geschikt maken voor bebouwing.

Misschien was dat een reactie op de uitspraak van de Hoge Raad, die in 1980 (Loon op Zand-arrest) zei dat een stuk grond pas bouwrijp is als er voorzieningen zijn getroffen, die uitsluitend voor die grond gelden.

St. Oedenrode wist misschien nog niet wie het laatste woord heeft als er meningsverschillen zijn over de uitleg van de wet.

De staatssecretaris in ieder geval niet, zo werd haar in 1990 duidelijk. Want toen besliste de Hoge Raad dat onder het bouwrijp maken van grond moest worden verstaan het bewerken van de grond zelf en het treffen van voorzieningen die uitsluitend dienstbaar zijn aan deze grond.

Ondanks deze duidelijke uitspraak, waarbij de opvatting van de staatssecretaris van financien naar de prullenmand werd verwezen, blijven er toch nog problemen als kopers van een bouwkavel de door hen be taalde omzetbelasting terugvorderen van de gemeente.

Het is niet helemaal duidelijk waarom nogal wat gemeenten weigeren om betaalde btw terug te geven. Waarschijnlijk is de belangrijkste beweegreden het feit, dat zij dat teruggegeven bedrag niet van het rijk terug krijgen omdat dat vindt, dat de teruggave ten onrechte is gebeurd. Dat zou in het Hengelose geval misschien gezegd ke worden. Daarover zullen we het de volgende week hebben. Maar ook in algemene zin blijven gemeenten de beslissing van de Hoge Raad anders uitleggen dan de lagere rechters doen. Er zit dus voor hen niets anders op dan de Hoge Raad zelf maar vragen of hu`n uitleg misschien toch goed is.

Die uitleg is gebaseerd op de zogenaamde complex-theorie, die zegt dat gekeken moet worden naar de voorzieningen, die voor het hele bouwterrein worden getroffen en dus niet of zij er zijn voor het betreffende kavel. Als dus riolering, noodbestrating en straatverlichting zijn aangelegd in de omgeving van het betreffende kavel, is dat daardoor een vervaardigd goed geworden. En daarover is dan btw verschuldigd, zo bepaalt de Wet.

Hoe de gemeente Hengelo en twee rechterlijke instanties over die theorie denken, vertel ik u volgende week. Dan hoort u ook wat m.i. de beste kans is voor de gemeente om de door haar opgelegde btw niet te hoeven terugbetalen.

(BR 1993 p. 390)

Reageer op dit artikel