nieuws

Uitvoering Vinex verloopt ook in regios moeizaam

bouwbreed Premium

De uitvoering van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra verloopt niet alleen in de vier grote stadsgewesten uiterst moeizaam. Ook in de regios Eindhoven en Arnhem-Nijmegen tekenen zich omvangrijke problemen af.

Ruimtelijke Ordening Hans Ouwerkerk en Eric Harms Eindhoven kampt met ‘grote gaten in de ramingen’ en heeft alleen al voor de periode 19941998 naar schatting f. 400 miljoen nodig. Arnhem/Nijmegen is nog niet zover dat over de kosten kan worden gesproken.

Daar zijn het nu vooral problemen met de buurgemeenten, die de ontwikkeling van de bouwlocaties parten spelen.

Het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE) staat nog aan het begin van de onderhandelingen met het rijk, zo blijkt uit een toelichting van ir.

G. Hendriks, hoofd van de afdeling ruimtelijke planning en milieu van het samenwerkingsverband.

De Vinex-stuurgroep voor deze regio heeft zich nog voornamelijk bezig gehouden met de vraag hoe de verstedelijkingsmodellen voor de Randstad ke worden vertaald naar de Brabantse situatie.

Probleem daarbij was de onduidelijkheid over de wensen van het rijk. ‘Daar waren wat tegenstrijdige berichten over.

De rijksheren waren niet eenduidig over wat er nodig is”, aldus Hendriks.

Desondanks is er een regionaal ‘verstedelijkingsbeeld’ tot het jaar 2005 opgesteld. Aanstaande vrijdag vergadert de stuurgroep over de hoogte van de rijksbijdrage die voor de ontwikkeling daarvan noodzakelijk is.

‘Groot gat’

Volgens Hendriks is nu al duidelijk dat er een ‘groot gat’

zit in de eerste financiele ramingen tot 2005. Daarom is het po in termijnen opgeknipt en heeft het verzoek voor een rijksbijdrage alleen betrekking op de ontwikkeling van de regio in de periode 1994-1998.

Eerste schattingen leren dat er voor deze vier jaar alleen al een rijksbijdrage nodig is van f. 400 miljoen, waarvan f. 60 miljoen moet worden besteed aan de bodemsanering.

Het uiteindelijke bedrag ligt volgens Hendriks vele malen hoger. ‘Alleen al voor de bodemsanering is tot 2005 het tienvoudige nodig van de f. 60 miljoen die er nu voor staat.

Dat zegt iets over het totale benodigde bedrag.”

Overigens vraagt Hendriks zich af of de vele arbeid die de regio heeft verricht en nog zal moeten verrichten niet voorkomen had ke worden. ‘Je zou ook de omgekeerde weg ke volgen: het rijk geeft aan hoeveel geld er voor een regio beschikbaar is, en op basis daarvan brengt de regio in kaart wat er mogelijk is. Dan weet je tenminste bij voorbaat waar je aan toe bent. Nu kan al het werk aan het einde voor niets blijken te zijn.’

Arnhem-Nijmegen

Ook bij het stedelijk knooppunt Arnhem-Nijmegen loopt het alles behalve vlotjes. Dit heeft volgens pocoordinator J.R. Smulders echter als voornaamste oorzaak de complexe situatie waarin de zogenoemde dubbelstad ‘Arnhem-Nijmegen’ zit.

De twee belangrijkste bouwlocaties in de regio, de Waalsprong in Nijmegen en de Spoorsprong, die samen ruimte moeten opleveren voor zon 12000 woningen, liggen voor het grootste deel op grond van de buurgemeenten. ‘En dat levert de grootste problemen op’, aldus Smulders.

Nog niet zo lang geleden heeft de Ontwikkelingsvisie Knooppunt op initiatief van de provincie het licht gezien. En op basis hiervan wordt nu door de beide steden gesleuteld aan het startconvenant.

Parallel aan deze onderhandelingen loopt het overleg met de zogenoemde Over Betuwe-gemeenten. ‘De planning is dat voor 1 november met deze gemeenten een convenant wordt gesloten. Daarna kan pas het startconvenant worden ondertekend.’

Is deze procedure doorlopen dan kan volgens de pocoordinator aan het opstellen van een uitvoeringscontract worden begonnen. ‘En dan’, zo benadrukt Smulders, ‘komen we met het rijk over de financiele dekking van de plannen te spreken.’

Vertraging

Er ligt momenteel bij het knooppunt al een voorlopig rijksbod van f. 86 miljoen.

‘Maar in dit stadium zou ik niet ke zeggen of dit al of niet voldoende is. We hebben nog maar niet naar het kostenaspect gekeken. Zo ver zijn we gewoon nog niet.’

Hij verwacht dat ondertekening van het uitvoeringscontract niet eerder dan in de loop van volgend jaar aan de orde is. ‘Dat betekent wel een vertraging in de plannen van enkele maanden, maar dat is niet anders.’

Reageer op dit artikel