nieuws

PGGM verzelfstandigt dit jaar het vastgoedbedrijf

bouwbreed Premium

Het pensioenfonds PGGM verzelfstandigt zijn afdeling onroerend goed. Daarnaast brengt men de miljarden aan vastgoed onder in een aantal landenfondsen. Het gehele aanpassingsproces moet eind dit jaar zijn afgerond en heeft tot doel het rendement op de beleggingen verder te optimaliseren.

PGGM, het pensioenfonds van de zorgsector, behoort samen met het ABP, ING en Rodamco tot de grootste beleggers in onroerend goed. Uit het gisteren verschenen jaarverslag 1992 blijkt dat dit een boekwaarde vertegenwoordigt van f. 7,587 miljard (f. 6,999 miljard in 1991).

De les die het Zeister PGGM heeft geleerd van het ABP-deba^cle is dat het beheren van onroerdend goed dermate gecompliceerd is, dat dit beter op afstand van de andere activiteiten kan gebeuren. “Onroerend goed is erg bewerkelijk en de type mens die daar mee bezig is, is ook anders” , meent mr. G. Wieringa, directeur Belegging PGGM. “De verzelfstandiging is tevens een uitdaging voor deze mensen om meer uit de vastgoedportefeuille te halen. De plannen zijn dat dit nieuwe bedrijf, een naam wordt nog gezocht, ook vastgoed voor derden kan gaan beheren.”

De verzelfstandiging, PGGM blijft wel de eigenaar, is een onderdeel van de uitwerking van het tweesporenbeleid. Een deel van het voor vastgoedbeleggingen bestemde geld wordt besteed aan de verwerving van minderheidsparticipaties in vastgoedfondsen.

Men heeft minder dan tien belangen in vastgoedfondsen.

Twee daarvan zijn MBO Winkelfonds Nederland en Wereldhave. Onlangs verkocht men voor een aanzienlijke boekwinst (+24 procent) het belang van 1,6 procent in het vastgoedfonds Land Securities.

Tweede spoor

Het andere deel gaat naar de te vormen landenfondsen die worden beheerd door het nieuwe bedrijf. “We zijn op dit moment fondsen aan het vormen voor Nederland, Duitsland en Amerika. Het Verenigd Koninkrijk houden we nog op de balans omdat de waarde van de beleggingen beneden de f. 1,5 miljard ligt” , gaat Wieringa verder. “Later ke andere institutionele beleggers participeren in deze landenfondsen, maar wij zullen een meerderheid behouden. Op dit moment is er concrete belangstelling uit het binnen- en buitenland om in deze fondsen deel te nemen, die misschien in de toekomst een notering aan een beurs zullen aanvragen.”

De directe aanleiding om tot de vorming van de landenfondsen over te gaan, is een mislukte samenwerking met Robecodochter Rodamco. “Rodamco vroeg ons het OG te ruilen tegen aandelen Rodamco. Het is niet doorgegaan, omdat we geen voldoende zeggenschap kregen. Het ging om een overeenkomst van ruim f. 7 miljard” , aldus de directeur beleggingen. Inmiddels heeft het pensioenfonds met ING relaties aangeknoopt, en wel op een manier zodat men wel zeggenschap heeft in bepaalde vastgoedfondsen.

Minder somber

Na alle droevige verhalen over de kantorenmarkt is het PGGM vrij optimistisch over de toekomst. Het rendement over de totale vastgoedbeleggingen (kantoren, winkels en huizen) beliep in 1992 7,2 procent, dat is 1,4 procent meer dan 1991.

Wieringa verklaarde tijdens de toelichtig op het jaarverslag 1992 dat het totale rendement OG tot en met 31 mei van dit jaar al op 11 procent lag. “We halen goede rendementen in Nederland en Duitsland, aardige in Amerika en presteren zeer slecht in het Verenigd Koninkrijk. Toch trekken we ons niet terug uit dit land, omdat we mooie panden hebben. Ter verbreding van deze portefeuille orienteren we ons op het Verre Oosten.”

Stabiele factor

PGGM is een belangrijke investeerder in woningen in de vrije sector. Volgens het pensioenfonds vormt dit een stabiele factor in de beleggingsportefeuille. Het rendement in 1992 over het huizenbezit bedroeg 12 procent. “We gaan gestaag door met het verwerven van woningen” , aldus Wieringa. “De trend is wel dat de belangstelling voor appartementen bij beleggers toeneemt. Op dit moment bekijken we dit beleggingssegment.”

Reageer op dit artikel