nieuws

Nederlands milieubeleid ligt op koers

bouwbreed Premium

Het Nederlandse milieubeleid boekt goede voortgang; een feit wat mede te danken is aan de inzet van het bedrijfsleven dat een eigen verantwoording draagt inzake de inhoud en de uitvoering van het milieubeleid. Internationaal blijkt de Nederlandse aanpak uniek en vooral succesvol. Aldus voorzitter Rinnooy Kan van het VNO op een bijeenkomst in Den Haag.

Een goed voorbeeld van de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven biedt het po KWS 2000. VNO en NCW maakten in 1989 een afspraak met VROM over de halvering van de emissie aan vluchtige organische stoffen in 2000 vergeleken met 1981. Op dit moment beloopt de vermindering van de ruim 256 kiloton uit 1981 zon 20 procent en zal naar verwacht in 2000 uitkomen op 60 procent. VNO en NCW zetten zich sinds 1986 in voor de invoering van milieuzorgsystemen in bedrijven.

Ruim zestig bedrijfstakorganisaties leverden hun achterban een modelmilieuzorgsysteem.

Ongeveer 20 procent van de middelgrote en grote bedrijven bracht in 1992 een dergelijk systeem in praktijk tegen 10 procent in 1991. In 1995 zal het aantal uitkomen op pakweg 40 tot 65 procent.

Rinnooy Kan zei het op grond van onder meer deze resultaten het niet eens te ke zijn met de conclusies die het RIVM eerder over het Nederlandse milieubeleid bekend maakte. Omdat de inhoud van het NMP zijn weerslag in de maatschappij vindt dient het komende NMP-2 geen nieuw beleid na te streven. Temeer omdat nieuw beleid de uitvoering en de continuiteit van het huidige verstoort. Economisch gezien is dat onverantwoord.

Volgens NCW-voorzitter Blankert verstoort nieuw beleid de lopende milieu-investeringen.

Die investeringen lopen naar zijn mening toch al gevaar doordat er in bepaalde sectoren minder groei optreedt. Het bedrijfsleven ontkomt dan ook niet aan het stellen van prioriteiten. Preventie dient in dit opzicht voor opruimingen als bodemsanering te gaan, de aandacht voor cumulerende vervuiling voor niet-cumulerende en milieu-investeringen met een hoger rendement voor investeringen met een lager.

Deze aanpak voorkomt tevens dat bedrijven teveel tegelijkertijd moeten doen. In het geval van de vermindering van de CO-emissie stelde Blankert voor meer aandacht te geven aan het besparen van energie.

Daarmee treedt een kostenverlaging op en een verlaging van de CO-uitstoot.

Reageer op dit artikel