nieuws

Milieu Nederland beetje verbeterd sinds 1985

bouwbreed Premium

De balans die het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene (RIVM) heeft gemaakt van het Nationaal Milieubeleids Plan-beleid (NMP) in het jaar 2000 zit op vrijwel alle belangrijke milieuthemas in de rode cijfers. De doelstellingen zoals die zijn neergelegd in het NMP worden de ene keer net niet, de andere keer bij lange na niet gehaald in het jaar 2000. Pluspunt is dat de meeste verwachtingen beter zijn dan de feitelijke situatie in 1985 en 1990.

De verspreiding van voor het milieu gevaarlijke stoffen als cadmium, lood, zink, koper, chroom, kwik, dioxinen en radon zal naar verwachting in 2000 zijn gehalveerd in vergelijking met 1985. Het NMP zette echter in op minder dan 40 procent.

Afval

In 2000 zal er waarschijnlijk zon vijftien miljard kilo afval op milieuverantwoorde wijze moeten worden verwijderd, een half miljard meer dan de doelstelling. Het energieverbruik zal de komende jaren jaarlijks, afhankelijk van de economische ontwikkelingen, met 1,1 tot 1,6 procent stijgen.

De doelstelling van ruim 2 procent energiebesparing per jaar wordt niet gehaald. Met de huidige lage prijzen is de prikkel om energie te besparen gering.

Gunstiger beoordeelt het RIVM de doelstelling de groei van het personenautoverkeer te verminderen tot maximaal 15 procent in vergelijking met 1990. Dat gebeurt als alle aangekondigde maatregelen doorgaan, zoals invoering spitsvignet en duurder parkeren. Gezien de maatschappelijke weerstand is de doelstelling volgens het RIVM kwetsbaar.

Vooral het vrachtverkeer blijkt onder gunstige economische ommstandigheden sterk te groeien. Na 2000 zelfs tientallen procenten meer dan de doelstelling. Bij die verwachting hield het RIVM al rekening met de aanleg van de bovengrondse Betuwelijn.

Bevolkingsgroei

Dat niet alle doelstellingen voor het jaar 2000 met de voorgenomen maatregelen lijken te worden gehaald, heeft volgens het RIVM drie algemene oorzaken. In de eerste plaats wijken de maatschappelijke ontwikkelingen af van de veronderstellingen die daarover in het NMP zijn gemaakt.

De bevolking groeit meer en sneller, de daling van het energiegebruik valt tegen en de groei van het verkeer, vooral het vrachtverkeer, is groter. In de tweede plaats is het effect van de maatregelen kleiner dan in de beleidsnotas is verondersteld. Het stelt verder dat nog onvoldoende maatregelen zijn vastgesteld.

Met enige slagen om de arm stelt het RIVM dat doelstellingen voor 2010 bij volledige uitvoering, naleving en handhaving van het beleid, ook niet zullen worden gehaald. De uitstoot van de meeste stoffen zal maximaal 50 tot 60 procent lager zijn dan in 1985. Het NMP spreekt in de meeste gevallen van 80 tot 90 procent. Bovendien moet het gebruik van energie en grondstoffen vergaand zijn verminderd.

Voor zijn onderzoek heeft het RIVM twee nieuwe lange-termijn scenarios van het Centraal Planbureau gebruikt. De een gaat onder meer uit van een stabiele ontwikkeling in Europa en gunstige ontwikkeling van de wereldhandel. De ander is over die zelfde zaken minder optimistisch. Omdat deze ontwikkelingen met tal van onzekerheden zijn omgeven, is het volgens het instituut niet mogelijk “de meest waarschijnlijke lange-termijn verwachting” te geven. Het RIVM heeft daarom gewerkt met bandbreedtes.In de slechtst denkbare omstandigheden is het mogelijk dat het resultaat van de doelstellingen tientallen procenten lager uitvalt.

Doelgroepen

Een zeer onzeker punt noemt het RIVM uitvoering en handhaving van het beleid door lagere overheden. Dat geldt ook voor uitvoering van afspraken (convenanten) met doelgroepen. Het ‘milieu-planbureau

heeft becijferd dat de kosten van het milieubeleid zullen stij gen van ongeveer f. 9,4 miljard in 1990 tot zon f. 20 miljard in 2000. In het eerstgenoemde jaar waren de kosten 1,9 procent van het bruto nationaal produkt (BNP), in 2000 is dat percentage opgelopen tot meer dan 3 procent. Ruim eenderde van die kosten worden gemaakt voor de verwijdering van afval. Momenteel bedragen die kosten zon f. 5,7 miljard. Dat leidt tot hogere reinigings- en rioolrechten. Van de totale milieukosten van ongeveer f. 20 miljard gulden in 2000 rekent het RIVM zon 20 procent toe aan de industrie.

Voor de sector verkeer en vervoer is het ruim 10 procent, voor de landbouw minder dan 10 procent, aldus het instituut.

De gemeenten zullen ruim f. 4 miljard aan milieukosten kwijt zijn. Netto zal dit veel lager uitvallen, omdat gemeenten de kosten grotendeels aan huishoudens ke doorberekenen. Het RIVM meent dat aanvullend beleid nodig is om overal in Nederland de zelfde doelstellingen voor de kwaliteit van het milieu te verwezenlijken. Een gebiedsgerichte benadering kan meer rendement voor het milieu opleveren. Dat kan er volgens het instituut wel toe leiden dat in het ene, zwaarbelaste of kwetsbare gebied strengere milieu-eisen gelden dan in een ander gebied. Gebieden met een opeenstapeling van milieuproblemen zijn de zandgebieden. Zij zijn extra gevoelig voor verzuring, vermesting en verdroging, aldus het RIVM.

Reageer op dit artikel