nieuws

Voortreffelijk eerste deel van overzicht Mario Botta

bouwbreed Premium

Bij het Zwitserse Artemis Verlag verscheen het eerste deel van een reeks boeken die gewijd wordt aan het volledige werk van de Tessiner architect Mario Botta. Hoewel de uitgeverij bij deze nieuwe reeks refereert aan de eerder verschenen (acht) delen over Le Corbusier en (drie) delen over Alvar Aalto, lijkt het niet overdreven om te stellen dat met dit eerste deel een nieuwe mijlpaal is bereikt in het documenteren van een architectenoeuvre.

Het nu verschenen boek beslaat de periode 1960-1985, de tijd waarin de architectuur van Mario Botta (1943) een begrip werd. Zijn villas, maar ook meer incidentele werken zoals de langgerekte in clusters vormgegeven school in Morbio Inferiore of kantoorpand met winkels ‘Ransila1’

in Lugano kregen snel bekendheid. Voor ons land was vooral het vaak consequente gebruik van metselwerk van betekenis, al haalden we nooit de opmerkelijk fraai gedetailleerde baksteenarchitectuur van Ransila1 in de binnenstad van Lugano. Maar des te meer kwamen Nederlandse collegas ook onder de indruk van Bottas gebruik van horizontale stroken metselwerk van wisselende kleur, veelal in betonsteen.

De Nederlandse citaten toonden overigens slordige vertalingen, waarin precisie en liefde voor het detail in de Tessiner voorbeelden ten ene male ontbraken.

Hoewel de opdrachten voor Botta sterk toenamen, lijkt de belangstelling wat minder intensief. Enerzijds lijkt er soms een vermoeidheid op te treden in de vrijstaande villas, waarin het oorspronkelijke repertoire van dominerende symmetri sche voorgevels met relatief gesloten architectuur en nauwkeurig gedetailleerd metselwerk, niet langer gevrijwaard lijken van modieus wordende herhalingen. Er staat tegenover dat Botta de laatste jaren (waarschijnlijk) zoveel ontwierp, dat het nauwelijks meer bij te houden is. Het tweede deel dat nu in voorbereiding is beslaat slechts vijf jaar:1985-1990.

De opzet van het boek is voorbeeldig. Inleidend plaatst zijn docent Tita Carloni het werk van Botta in de Tessiner context. Daarna volgt de documentatie van uitgevoerde en papier gebleven ontwerpen. De gebouwde werken zijn grotendeels in kleur gereproduceerd, waarbij gebruik is gemaakt van uitstekende architectuurfotos. De grafische vormgeefster Urs Berger-Pecora maakte er een schoolvoorbeeld van Zwitserse typografie van die soms wat traditioneel, zeg maar jaren zestigachtig aandoet, maar door de hoge kwaliteit toch goed past bij de architectuur die het boek documenteert.

Achter in het boek is een chronologische catalogus van het werk opgenomen met exacte gegevens omtrent de ontwerpen en korte beschrijvingen zoals die aan uiteenlopende bronnen zijn ontleend. Met een persoonlijke biografie tussen 1943-1985 en lijsten van artikelen, voordrachten en een selectie van artikelen over Botta is het boek afgesloten.

De uitgave vormt zo een tamelijk compact overzicht van de eerste vijfentwintig jaar van Bottas werk. Omdat de architect zelf -evenals bij de series van Le Corbusier en Alvar Aalto- nauw bij de samenstelling betrokken

, spreekt Artemis van ‘de enige geautoriseerde bibliografie. Dat heeft waarschijnlijk bijgedragen tot deze nieuwe mijlpaal in de vorm van documenteren van het volledige werk van een architect. Het eerste deel doet me nu al reikhalzend uitzien naar deel2.

WVH Emilio Pizzi:’Mario Botta: Das Gesamtwerk Band 1: 1960-1985′. Uitgave:Artemis Verlag, Zurich 1993. Formaat: 24 x 28 cm, 256 blz. ISBN: 3 7608 8083 5 in het Duits en 3 7608 8259 1 in het Engels. Prijs:(gebonden in linnen band) Zw. Fr. 128,- en na 1 januari 1994 Zw. Fr.

148,-.

Reageer op dit artikel