nieuws

Terugval gebruik cement en betonmortel treft Enci

bouwbreed Premium

Het gebruik van cement en betonmortel in Nederland loopt terug. De oorzaak hiervan is de afnemende bouwproduktie en het feit dat steeds vaker wordt uitgeweken naar andere produkten. Als gevolg daarvan moet de Eerste Nederlandse Cement Industrie (Enci), de grootste producent van cement en betonmortel in Nederland, alle zeilen bij zetten om het resultaat op het niveau van voorgaande jaren te houden. Forse investeringen en efficiencyprogrammas moeten de onderneming uit de rode cijfers houden.

De signalen die worden afgegeven in het onlangs verschenen jaarverslag 1992 van de Enci liegen er niet om. Het cementverbruik in Nederland bedroeg over 1992 ruim 5 miljoen ton. Dat is 4 procent minder dan het jaar daarvoor. De afzet van Enci bedroeg 3 miljoen ton, 3 procent minder dan in 1991.

Daarnaast stagneert de afzet van betonmortel, de tweede kernactiviteit van de Enci. Volgens het jaarverslag daalde de afzet van dit bouwprodukt met 4 procent. De produktie van volle dochter Mebin bleef met 6 procent achter.

Het gevolg van het teruglopende afzet van beide kernactiviteiten is dat omzet en winst ten opzichte van 1991 zijn gedaald. Bij een netto-omzet van f. 714,9 miljoen werd een nettowinst gerealiseerd van f. 38,7 miljoen, bijna f. 13 miljoen minder dan in 1991.

“De tendens is dat het gebruik verder zal teruglopen” , verklaart drs. ing. G. Westra, algemeen directeur cement van de Enci, in een toelichting op het jaarverslag. “Dat komt zowel door de dalende bouwinvesteringen, als door het feit dat de betonintensiteit daalt.

Het aantal tonnen cement per miljoen gulden bouwinvesteringen neemt af ten voordele van andere bouwmaterialen.

Het gevolg is de stijgende opwaartse druk op de prijzen, omdat de leveranciers toch hun omzet willen halen. Overigens de ontwikkeling dat de

et daalt, heeft zich al in 89/90 ingezet. Een produktie als in het topjaar 1973 met 6 miljoen ton is verre toekomst” .

Cementreus

De Nederlandse cementgigant, voor 69 procent in handen van het Belgische CBR en voor 31 procent in handen van het Zwitserse Holderbank -een grote producent van eveneens cement en beton-, verwacht dan ook dat het bedrijfsresultaat verder onder druk zal komen te staan. Maar de financiele man van Enci, drs. F.

Schotte, haast zich erbij te zeggen dat alles wordt gedaan om de onderneming in het zwart houden. “We plegen aanzienlijke investeringen, letten driftig op de vaste en variabele kosten, deze moeten verder naar beneden en komen met nieuwe produkten op de markt” .

Om de afzet in de GWW, een belangrijke inkomstenbron voor de Enci, veilig te stellen, beveelt men bijvoorbeeld betonnen-middenberm-beveiliging aan en tracht men asfaltwegen te laten vervangen door wegen van beton.

Veel geld

De cement- en betonmortelindustrie is een kapitaalintensieve bedrijfstak. Enci moet omvangrijke bedragen investeren om te voldoen aan de zware milieu-eisen en voor de modernisering van de installaties. Op dit moment worden op twee locaties -Maastricht en IJmuiden- tientallen miljoenen guldens gestoken in produktie-faciliteiten. “De middelen die vrij komen door afschrijvingen, worden geherinvesteerd. Want we willen een concurrerende onderneming blijven” , aldus Schotte.

De twee eigenaren zorgen voor de financiele middelen om een sterke Enci te houden. De onderneming waagt zich niet aan voorspellingen. De verwachting is dat midden jaren negentig de afzet weer zal oplopen, dus ook weer de winstgevendheid.

Het voordeel om onderdeel te zijn van CBR en Holderbank reikt verder dan alleen maar het betrekken van geld. Deze twee Europese cementgiganten hebben beide aspiraties om zich te ontwikkelen tot grote mondiale groepen. “Binnen CBR verzorgen wij het gebied Nederland en stukken van Duitsland” , aldus Westra.

“Andere CBR-onderdelen pakken andere stukken van Europa’.

Monopolist

Opvallend is dat alle ‘thuismarkten’ in Europa worden gedomineerd door de nationale industrieen. De Enci heeft in Nederland een marktaandeel voor cement van rond de de 60 procent en voor betonmortel van rond de 40 procent. Geprikkeld reageren beide heren als het woord monopolist naar voren wordt gebracht. Westra vindt het allemaal maar baarlijke nonsens. “Ruim 40 procent van het cement in Nederland komt van buiten. Vergeleken met andere landen is onze markt zeer open. Het aandeel van buiten zal alleen maar groeien. Producenten uit Griekenland, Spanje en Polen proberen hier hun overschotten kwijt te raken. De tendens is dat deze ontwikkeling alleen maar toeneemt.

In het jaarverslag wordt gemeld dat geen reservering wordt getroffen voor een mogelijke boete die de Europese Commissie Enci kan opleggen vanwege schending van de Europese mededingingregels. In november 1991 kregen 76 producenten hierover een schrijven van Brussel. Zowel Westra als Schotte weigeren over dit onderwerp te praten. “In maart van dit jaar zijn hoorzittingen geweest, waarin onze advocaten de Enci argumentatie hebben neergelegd” , verklaart Westra. “Verder wil ik over dit gevoelige onderwerp niets zeggen” .

De moedermaatschappij CBR kreeg eveneens van de Commissie een aanschrijven. Het bedrijf laat weten dat geen reservering wordt getroffen voor een eventuele boete. “De bal ligt na de hoorzitting bij de Europese Commissie’, aldus de woordvoerder van CBR, die meent dat deze zaak pas eind dit jaar weer wordt opgepakt door de Commissie. “Mochten we toch een boete krijgen dan gaan we in beroep. De zaak kan nog wel twee tot drie jaar duren” .

Reageer op dit artikel