nieuws

‘Maij te nonchalant over ondergronds bouwen’

bouwbreed Premium

Dat minister Maij het onderzoek van ISDS naar een geboorde tunnel binnen vierentwintig uur na ontvangst terzijde heeft geschoven getuigt van een ongekende nonchalance ten aanzien van ondergronds bouwen. Een en ander kan gevolgen hebben voor de planologische medewerking van de provincie Zuid-Holland bij de aanleg van een bovengronse Betuwelijn. Dat maakte gedeputeerde Jansen van Zuid-Holland gisteren bekend op een perslunch van de provincie in Den Haag.

Gedeputeerde Staten zijn zeer teleurgesteld in het Kabinetsstandpunt van afgelopen vrijdag om de Betuwelijn bovengronds aan te leggen. Dat het onderzoeksrapport van ISDS zo snel terzijde is geschoven, doet absoluut geen recht aan deze serieuze poging om de theorieen over geboorde tunnel aan de praktijk te toesten. Temeer, aldus Jansen, omdat het onderzoek wordt onderschreven door TNO-bouw en een groot aantal terzakekundige bedrijven.

Jansen voegde eraan toe het ook niet redelijk te vinden dat de eventuele meerkosten van een ondergronds aangelegde Betuwelijn alleen op dit po wordt toegeschreven. “Als nu bij de aanleg van de Betuwelijn voor ondergronds bouwen wordt gekozen heeft dat een positieve weerslag op tal van in de toekomst ondergronds aan te leggen infrastructurele poen.”

Tunnels

Los van de teleurstelling voor de Kabinetskeuze vinden GS dat Maij amper heeft voldaan aan de wensen van Zuid-Holland om de bovengrondse variant maatschappelijk aanvaardbaar te maken. Tijdens de inspraakrondes hebben GS opgemerkt dat het in ieder geval noodzakelijk is om in verschillende passages in de bovengrondse lijn tunnels te passen.

Het gaat hier vooral om de trajecten Hendrik-Ido-Ambacht, Zwijndrecht, HardinxveldGiessendam en SchelluinenGorinchem. Geen van deze wensen heeft de minister echter gehonoreerd in de Planologische Kernbeslissing (PKB).

Bij de vijf grootste fracties in de Tweede Kamer is irritatie ontstaan over de wijze waarop zij door de minister van Verkeer en Waterstaat zijn geinformeerd over het kabinetsbesluit inzake de Betuwespoorlijn.

Mevrouw Versnel-Schmitz van D66 kaartte de kwestie aan bij de regeling van werkzaamheden. Zij vroeg zich af waarom de Kamer pas op 1 juni ( “veertien dagen na de pers” ) en niet nu reeds kan worden geiformeerd over de inhoud van de PKB deel 3.

Verbazen

Of de PKB wordt nu alsnog aan de Kamer gestuurd, of er komt een brief van Maij-Weggen, waarin de hoofdlijnen uiteen worden gezet, zo vond Versnel. Zij werd in haar visie gesteund door Castricum (PvdA), Lankhorst (Groen Links), Blaauw (VVD: “Wij blijven ons verbazen over deze minister” ) en Leers (CDA).

De Vaste Kamercomissie voor Verkeer en Waterstaat heeft overigens in een procedurevergadering besloten om zich bij de plenaire behandeling van de Betuwelijn bij te laten staan door een adviesbureau.

Reageer op dit artikel