nieuws

Bouwterrein verkaveld op ecologische basis

bouwbreed Premium

Het bouwterrein voor het po ‘Ecobel’ te Leiden is verkaveld op basis van ecologische overwegingen. Volgens de architect is een dergelijke integrale aanpak van een ecologisch woningbouwpo nog niet eerder voorgekomen. “Er is een stap voorwaarts gezet op stedebouwkundig gebied.”

Vogelvluchtperspectief van het woningbouwplan ‘Ecobel’ te Leiden.

Dat zegt R. Pijnenborgh, architect te ‘s-Hertogenbosch, over het plan voor de bouw van negentien ecologische woningen in Leiden. Op 29 april werd de eerste paal geslagen.

Het plan is ontwikkeld door de Gemeente Leiden in samenwerking met Dura Bouw en wordt uitgevoerd door Dura Bouw BV te Rotterdam.

“Bij poen zonder integrale aanpak wordt het ecologische aspect vaak in de ontwerpfase toegevoegd, maar vervalt het weer tijdens de uitvoering. Het is beter om ecologisch te ontwerpen en te bouwen op een ecologische verkaveling” , aldus Pijnenborgh. “Het terrein in Leiden is vrij dicht verkaveld, en toch liggen alle woningen op het zuiden. De voor- en achterzijden van de woningen liggen daardoor tegenover elkaar. Die confrontatie is opgelost met dubbele bergingen aan een loopstraat, met glaskappen verbonden met de woningen. De bergingen vormen een stedebouwkundig element.”

Het hemelwater wordt niet in een riool afgevoerd, maar loopt via molgoten naar de sloten rond het terrein. “Als het regent, zijn het net riviertjes” , aldus Pijnenborgh. Aan een zijde van het terrein lopen de tuinen glooiend in het water.

Zon ‘zachte oever, is biologisch meer verantwoord dan een verticale beschoeiing, en biedt een goed leefmilieu voor allerlei planten en dieren.

Verlichting

Er is op meer manieren rekening gehouden met het milieu.

De openbare verlichting van de loopstraten brandt op halve sterkte als er niemand voorbijloopt. De meeste bomen op het bouwterrein zijn gehandhaafd, opgenomen in het stedebouwkundige plan. En de bergingen zijn voorzien van daken met een begroeiing van vetplanten.

“Het was de bedoeling om gezamenlijke leidingen en collecteur-riolen toe te passen, onder de huizen door. Dat is beter, omdat het materiaal uitspaart.

Het is ook goedkoper, er is dan per leiding maar een dienstaansluiting nodig voor elke rij woningen” , aldus Pijnenborgh.

“Helaas is er toch gekozen voor aansluitingen per woning op dienstleidingen onder de loopstraat. De kosten daarvan zijn hoger en voor elke woning moeten de aansluitkosten apart betaald worden.”

Volgens Pijnenborgh is ecologisch bouwen altijd goedkoper dan niet-ecologisch bouwen.

“Het is goedkoper op de lange termijn, omdat de woningen duurzamer zijn” , voegt hij daaraan toe. Volgens M. Reinders, poontwikkelaar van Dura Bouw, leert de ervaring dat de initiele bouwkosten van ecologische woningen 10 tot 15% hoger zijn. Die extra kosten zijn het gevolg van de keuze voor bepaalde, kwalitatief meer geschikte materialen.

Kalkzandsteen

Over de woningen zelf vertelt Pijnenborgh: “De hoofdstructuur bestaat uit ankerloze spouwmuren van kalkzandsteen, met prefab sleuven voor de leidingen van de wandverwarming. De buitenschil is van baksteen, gemetseld met kalkmortel. Alle hout is vurehout, aan de buitenlucht dekkend geschilderd met natuurverf.

Op het dak liggen dakdozen van Fins vuren multiplex met minerale wol en gebakken pannen. De bergingen zijn van niet-gewolmaniseerd red cedar.”

De woningen zijn gefundeerd op betonnen palen met 20% puingranulaat. De begane grond vloer is een ribcassettevloer met minerale wol. De verdiepingsvloer is een prefab betonnen kanaalplaatvloer en de vloer van de zolder is van hout, geprefabriceerd.

Pijnenborgh: “Ecologisch bouwen is geen kwestie van kiezen uit vreemde materialen. Het gaat erom gangbare materialen te gebruiken, die wat de milieubelasting betreft beter scoren. Er zit weinig kit in deze woningen en geen purschuim. Alle binnenkozijnen zijn niet van staal, maar van vurehout. Een Europees houten kozijn met natuurverf is het goedkoopst en het meest ecologisch.”

Keuze van materialen

Volgens Pijnenborgh is het niet nodig te wachten op lijsten met milieuwaarden. De vuistregels die hij bij de keuze van materialen hanteert, zijn: “Gaat het om een eindige of niet eindige grondstof, is het materiaal nauwelijks of uitgebreid bewerkt, komt de grondstof van dichtbij of van ver weg, is het materiaal onvervormd of synthetisch (zodanig vervormd, dat het niet meer naar zijn oorspronkelijke staat terug kan), en is het materiaal een enkelvoudig of samengesteld (moeilijk te scheiden) materiaal?” Op grond van deze overwegingen is het niet moeilijk een keuze te maken voor ecologisch meer verantwoorde materialen en grondstoffen.

Het is belangrijk om de totale cyclus van een materiaal en alle technische bewerkingen bij de overweging te betrekken.

Pijnenborgh: “Bij aluminium bijvoorbeeld wordt vaak vergeten, dat bij hergebruik de coating en het aluminium zelf weer gescheiden moeten worden. Overigens is de mogelijkheid tot hergebruik maar een klein stukje in de keten. Een stuk hout kun je weggooien in de natuur, het verrot dan vanzelf. Aluminium zou nog ke corroderen.”

Door de vuistregels toe te passen valt de keuze in de eerste plaats op materialen, die deel uitmaken van de biomassa.

Het gaat om herwinbare, niet eindige grondstoffen. “Ook plantaardige olien en daaruit vervaardigde afbreekbare kunststoffen” , aldus Pijnenborgh.

Extra inzet

Volgens Reinders van Dura Bouw wordt er nog maar weinig ecologisch gebouwd, omdat het extra inzet vraagt.

“Door onbekendheid is het in eerste instantie duurder, maar na het opdoen van ervaring gaan de kosten vanzelf omlaag” , aldus Reinders. “Ecologisch bouwen kan ook in andere opzichten positief uitvallen.

Wij hebben bijvoorbeeld ontdekt dat plantaardige bekistingsolie beter werkt dan synthetische. Ecologisch bouwen betreft een mentaliteitsverandering. Het is bijvoorbeeld goed mogelijk om tegels te zetten in plaats van te lijmen, alle wanden zonder kitvoegen in kalkzandsteen uit te voeren, enzovoort.”

Stortbak

De woningen van het plan ‘Ecobel’ te Leiden hebben allemaal een op zes liter in plaats van negen liter ingestelde stortbak. En er staat een compostbak in de tuin. “Bij grondgebonden woningen behoort het groente-, fruit- en tuinafval (gft) bij de woning gecomposteerd te worden” , vindt Pijnenborgh. Bovendien is er aan de gevel tussen de voordeuren een kast voorzien voor de afvalbakken.

“Bewoners nemen zulke maatregelen meestal niet zelf. Als de voorzieningen aanwezig zijn, gebruiken ze ze wel” , stelt Pijnenborgh.

Wim Ciere Fotografie

Reageer op dit artikel