nieuws

Vrijwilligers verbouwen Frans klooster tot vakantieoord

bouwbreed

Aan de rand van de Franse Cevennen ligt, verstopt achter glooiende heuvels en uitgestrekte bossen, het sprookjesachtige landgoed Le Mas Blanc. Het smalle, bochtige pad dat een 12de eeuws klooster ontsluit, lijkt beter geschikt voor paarden en ezels dan voor gemotoriseerd verkeer. Onder leiding van de Nederlandse ‘patron’ Jan van den Hout restaureren twaalf Nederlandse vrijwillig(st)ers het klooster tot vakantieoord, waarbij, net als ten tijde van de Benedictijnen rust het sleutelwoord vormt.

Sinds 1989 is Van den Hout de trotse eigenaar van dit monumentale bouwwerk. Al op heel jonge leeftijd had hij voor zichzelf vastgesteld dat geld na zijn vijftigste niet meer het allerbelangrijkste moest zijn.

Dat hij na een zoektocht van twaalf jaar voor deze plek heeft gekozen is voor hem zonneklaar: “Als je gevoelig bent voor rust, ruimte en een schitterende natuur is er geen mooiere plaats op aarde.”

Vier jaar geleden, toen de koop werd gesloten, verkeerde het geheel met een vloeroppervlak van 1200m2 in zeer slechte staat. Op sommige plaatsen ontbraken muren, enkele vertrekken moesten het doen zonder dak en ook stromend water, elektriciteit en sanitaire voorzieningen hadden hun intrede nog niet gedaan. “Allereerst moesten we het vier verdiepingen tellende gebouw in kaart brengen” , aldus de vijftiger. Geen overbodige bezigheid gezien de tientallen vertrekken, de eventuele trappen alsmede de verborgen ruimten die in de loop der eeuwen door metselwerk aan het blote oog zijn onttrokken.

Het sloop- en breekwerk dat in de afgelopen jaren is verricht was een monnikenwerk. De muren, opgetrokken uit de in de Cevennen ruim voorradige keien en versterkt met leem, varieren in dikte van 0,6 tot 2,1 meter. Een primitieve maar effectieve bouwvorm; de welhaast tropische temperaturen tijdens de zomerperiode worden op deze manier zowel letterlijk als figuurlijk buiten de deur gehouden.

Mentaliteitsverschil Hoewel het in vroeger dagen de enige oplossing was om een gebouw met meerdere verdie pingen veilig te construeren, komt de hoogbouw het romantische en typerende karakter van dit voormalige klooster tegenwoordig alleen maar ten goede. Temidden van het Uvormig complex is een binnenplaats gesitueerd, die dezelfde uitstraling kent als het omringend bouwwerk. De idyllische omgeving completeert het geheel; de zuidwestelijk gelegen bosrijke Col de Brousses (ook eigendom van Van den Hout) torent hoog uit boven de Mas en beschermt haar tegen de grillen van de natuur.

Hoezeer het geheel ook tot de verbeelding spreekt, de renovatie dwong Van den Hout terug te keren naar de realiteit.

Het lag voor de hand om Franse vaklui in dienst te nemen, maar ‘le patron’ zag daarin onoverkomenlijke bezwaren. Er is nu eenmaal een mentaliteitsverschil tussen Nederlandse en Franse werknemers meent hij.

Ook uitbesteding aan een Nederlandse aannemer bleek financieel niet haalbaar.

Vrijwilligers Via een advertentie in een Nederlands dagblad riep hij uiteindelijk vrijwilligers op in ruil voor kost en inwoning drie maanden mee te helpen aan de verbouwing. Hij probeert de vrijwilligers bevrediging te schenken door hun zorgen weg te nemen. “De rest moet de omgeving doen” , voegt hij lachend toe. Tijdens het kennismakingsgesprek maakte hij de gegadigden, onder wie vaklui, duidelijk dat de deal een ruil betreft. “Mijn doel is werk en dat van hun is plezier. Het gaat erom die twee dingen te combineren.” Ze hoeven zich niet het zweet op de rug te werken, stelt hij, maar er wordt hier harder gewerkt dan bij een ‘normale baas.

De dertigjarige Leo Schoot, een van de vrijwilligers, heeft begrip voor Van den Hout’s selectiemethode waarbij de combinatie van vaklui en ‘gewone

vrijwilligers centraal staat.

Toch plaatst hij een kritische noot bij de geleverde produktie. “Als je alleen maar vaklui bij elkaar zet, krijg je ook problemen omdat iedereen zijn eigen mening heeft maar ik had toch iets meer verwacht van de kennis van deze mensen.

Schoot, in het bezit van het aannemersdiploma en wegens een klein ongeluk enkele maanden thuis na een verblijf van anderhalf jaar in Amerika als dakdekker, vindt de groep te verdeeld. “Het samen de schouders eronder zetten mis ik hier.”

Kater Behalve het gebrek aan kennis en ervaring van sommigen, heeft hij er ook moeite mee dat niet iedereen alles wil weten.

Een katergevoel? “Ja, ik ben gewend om met mensen te werken die van

duktie houden.” Schoot, die zich de afgelopen drie weken heeft beziggehouden met de aanleg van een dakterras, de badkamer en de keuken ziet de voordelen van zijn verblijf dan ook vooral terug in het gevoel dat hij iets goeds kan doen. “Bovendien ben ik blij dat ik een aantal mensen iets kan leren.” Le patron is een andere mening toegedaan. “Er is continuiteit en dat is op zich al heel uniek.”

Hij spreekt zelfs van een succesformule. “We hebben hier een eigen wereld gecreeerd, waarin leuke dingen de boventoon voeren.”

Dat een po zoals zich dat momenteel binnen Le Mas Blanc ontwikkelt een gat in de markt is, onderstreept Van den Hout, maar hij plaatst wel een kanttekening. “Hier blijkt de formule aan te slaan, maar dat wil niet zeggen dat zoiets elders ook werkt. Het is zaak dat iedereen gemotiveerd blijft.”

Hij is van mening dat Nederland zich momenteel in het post-materialistische stadium bevindt. “Er zijn steeds meer mensen die de kwaliteit van het leven zoeken.”

Invasie De omgang met de Franse bevolking verloopt volgens de eigenaar net zo goed als die met de eigen mensen. Ook van officiele instanties is geen tegen werking gekomen. Die situatie komt volgens hem voort uit de sociaal-economische achtergronden van de streek. Toen de mijnen in Les Brousses werden gesloten, sloeg de armoede hier toe. Hij vindt dan ook dat het beeld dat velen hebben van Zuid-Frankerijk hier en daar bijstelling behoeft. Het is volgens Van den Hout daarom ook niet vreemd dat de plaatselijke bevolking blij is met deze Nederlandse invasie. “Verbouwingskosten, levensmiddelen en toeristen brengen immers geld in het laatje.”

Net als vorig jaar wordt Mas Blanc ook komende zomer al opengesteld voor gasten. De appartementen, voorzien van keuken, douche en toilet ke samen zon 22 francofielen herbergen. Op warme dagen ke zij zich uitleven in het zwembad dat wordt gevuld met water uit de eigen bron.

“Bij alles wat ik doe laat ik het gebouw spreken. Daardoor is de gevel onveranderd gebleven en offer ik niets op ten gunste van comfort.” Het enige wat misschien enigszins afbreuk doet aan het uiterlijk van de Mas, zijn de aangebrachte zinken dakgoten. “Pure noodzaak” , antwoordt ‘le patron’.

“De vertrekken zijn al zo gevoelig voor vocht, dat mag niet nog erger worden.” Een tweede aanpassing is zojuist gerealiseerd op de hoogste verdieping, waar een deel van het dak moest plaatsmaken voor een terras.

Paradijselijk Dat de appartementen niet alleen door welgestelde gasten worden bevolkt, blijkt uit de hoogte van de huurprijs; f. 700 tot f. 1000 per week. “Een elitaire situatie wil ik ten koste van alles voorkomen. Ik ben wars van status. Het moet een hobby blijven.” Er was eens, wordt in zuidelijk Frankrijk voor een keer realiteit. Het paradijselijke van deze plaats wordt nogmaals onderstreept door een schilderij, gemaakt door een bezoeker, dat een van de vele gangen van de Mas siert:’Wie in Godsnaam heeft deze plek geschapen?’.

In verband met persoonlijke redenen is de naam van de eigenaar in het artikel gefingeerd.

Reageer op dit artikel