nieuws

Sleutel voor verdeling stadsvernieuwingsgeld deugt niet

bouwbreed Premium

De huidige verdeelsleutel voor de stadsvernieuwingsgelden is niet geschikt om de rijkssteun daar te krijgen waar de meeste achterstand bestaat. Dit schrijft de Raad voor de Gemeentefinancien in een advies aan staatssecretaris Heerma. Hoewel de verdeelsleutel niet voldoet, moet de raad “noodgedwongen” akkoord gaan met het voorstel. Er is namelijk te weinig informatie voorhanden over en een te gebrekkig inzicht in de actuele stand van zaken in de stadsvernieuwing, om een geheel nieuwe verdeelsleutel op te ke stellen.

In het advies stelt de raad dat het, gezien de doelstelling van het rijk om de resterende rijksgelden voor de stadsvernieuwing (f. 11 miljard tot 2005) in te zetten in die gemeenten die kampen met de grootste achterstand, ontontbeerlijk is te ke beschikken over een inventarisatie van die achterstanden.

“De raad heeft helaas de conclusie moeten trekken dat de vele onderzoekingen gericht op de Belstato-behoefteraming maar weinig aanknopingspunten bieden om een verant woord ijkpunt te construeren.”

Pogingen van de raad om te komen tot een nieuwe verdeelsleutel strandden op het gebrek aan voldoende en betrouwbare gegevens over de achterstanden. Hetzelfde overkwam in een eerder stadium de Coordinatie Commissie Stadsvernieuwing (CCSV). De kritiek van de Rgf richt zich dan ook met name op de basis van de ontwerp-verdeelsleutel, of het ontbreken daarvan.

De raad is bijvoorbeeld niet overtuigd van het nut van de veertien deelramingen uit de verdeelsleutel. “Deze zullen hun zin hebben gehad bij de landelijke totaalraming, maar dat wil niet zeggen dat ieder daarvan relevant is voor de verdeelproblematiek.”

De wijze waarop in de verdeelsleutel met de deelramingen wordt omgegaan wekt bij de Rgf de indruk van een “opeenstapeling van veronderstellingen en ad hoc beslissingen. Dit komt de aanvaardbaarheid niet ten goede.”

Woningregistratie Over de Kwalitatieve Woningregistratie 1990, die als uitgangspunt voor de verdeling is genomen, merkt de Rgf op dat toepassing ervan meer problemen dan oplossingen geeft.

Het gaat hierbij vooral om de wijze waarop in de ontwerpnota de KWR-resulaten zijn gerapporteerd en gebruikt.

“De uitsplitsing van de KWR voor de vier grote steden heeft geleid tot uiterst twijfelachtige resultaten. De verdere uitsplitsing naar gemeentegrootte is niet zinvol. Integendeel, ze leidt tot aanzienlijke vertekeningen.”

Eerder had de gemeente Utrecht al gewezen op de onbetrouwbaarheid van de Kwalitatieve Woningregistratie (KWR). Het college van B en W baseerde zich toen op de uitkomst van onderzoeken, verricht door de Universiteit Utrecht, Bouwcentrum Advies en RIGO Research en Advies, waaruit bleek dat er veel rammelde aan de registratie-methodiek. Het advies van de Rgf toont aan dat Utrecht het bij het rechte eind heeft.

Gemeentegrootte De Rgf maakt tevens, en in navolging van de Raad van Advies voor de Ruimtelijke Ordening en de Raad voor de Volkshuisvesting, bezwaar tegen de verdeling van gelden op basis van de grootte van een gemeente.

De raad is in dit kader nagegaan in hoeverre het onderzoek van Kolpron BV een representatief beeld geeft van de verschillen in grondproduktiekosten in gemeenten met meer en met minder dan 100000 inwoners. Dit blijkt niet het geval te zijn. “Een inspectie van de oorspronkelijke onderzoeksgegevens maakte duidelijk dat de diversiteit onder de bestudeerde poen uitzonderlijk groot was, Het verband met gemeentegrootte was aanwezig, maar zeer zwak. Een an dere factor kon in het materiaal niet worden gevonden.”

Conclusie In zijn conclusie schrijft de raad dat de sleutel zich teveel richt op de grootte van gemeenten. Het gebruik hiervan zal ertoe leiden dat het rijksgeld niet terecht komt bij die gemeenten die op dit moment te maken hebben met de grootste achterstanden.

Hoewel dit feitelijk noodzakelijk zou zijn, ziet de raad geen kans met voorstellen te komen voor een nieuwe verdeelsleutel, omdat de gegevens daarvoor ontbreken.

Gezien de haast die moet worden gemaakt met de stadsvernieuwing, “rest de raad niet anders” dan Heerma te adviseren de nu voorgestelde sleutel voorlopig te hanteren bij de verdeling. In de tussentijd moet worden gewerkt aan de ontwikkeling van een nieuwe sleutel, dit keer wel op basis van een gedegen inventarisatie van de achterstanden. Zon nieuwe verdeling kan worden betrokken bij de evaluatie van de nota Belstato. Deze is voorzien in 1997.

Commentaar op pagina 3

Reageer op dit artikel