nieuws

Nimbywet biedt gemeente toch kans tot vertragen

bouwbreed Premium

De Nimby-wet laat te veel mogelijkheden open om de uitvoering van niet-geliefde poen van algemeen belang te vertragen. Er is te weinig rekening gehouden met het geval dat een gemeente zegt haar medewerking te zullen verlenen, maar dat vervolgens niet doet. Dit kan namelijk leiden tot een vertraging van een jaar.

Dit schrijven de werkgeversorganisaties VNO en NCW in een commentaar op het voorstel tot wijziging van de Wet Ruimtelijke ordening, de Nimby (Not in my backyard)-wet.

De wet voorziet erin dat het rijk en de provincies gemeenten ke verplichten mee te werken aan de uitvoering van spoedeisende poen van bovengemeentelijk belang (zoals afvalverbrandingsinstallaties en infrastructuur). Bovendien is voorzien in een regeling, die alle vergunningen bundelt en in een procedure afhandelt. De Kamer is op dit moment bezig met de schriftelijke voorberei ding van het wetsvoorstel. De doelstellingen van het wetsvoorstel hebben op zich de volledige instemming van VNO en NCW, maar zij zetten kanttekeningen bij het aanwijzingsinstrument en de vrijstellings-mogelijkheid uit de Nimby-wet.

In de aanwijzingsprocedure wordt geen rekening gehouden met de vertraging die een gemeente kan veroorzaken als zij zich, binnen de vier weken die ervoor staan, bereid verklaart het bestemmingsplan aan te passen of vast te stellen, maar vervolgens die toezegging niet nakomt. Gedeputeerde staten ke in die gevallen pas na een jaar ingrijpen en zelf het bestemmingsplan vaststellen of herzien. De werkgevers pleiten ervoor de termijn te vervroegen.

Ten aanzien van de vrijstelling van het geldende bestemmingsplan voor een po merken VNO en NCW op dat de voorwaarden voor vrijstelling zodaning zijn geformuleerd dat niet duidelijk is in welke gevallen aan de voorwaarden is voldaan en wie dat bepaalt. Dat vergroot de beroepsmogelijkheden voor “potentiele bezwaarmakers” .

Daar komt bij dat minister of gedeputeerde staten 26 weken moeten wacht voordat vrijstelling kan worden verleend. Dat kan makkelijk worden ingekort. VNO en NCW pleiten voor een termijn van in totaal 14 weken.

Ten slotte kan de procedure worden vertraagd door het ontbreken van een adequate planschaderegeling. Een bezwaar, dat overigens ook geldt voor de Tracewet. De overheid mag “haar positie niet gebruiken om te beknibbelen op de gerechtvaardigde claims van betrokkenen.”

Natuur en Milieu De Stichting Natuur en Milieu maakt in haar commentaar gewag van de “nodige vragen en bezwaren” . Daarbij gaat het vooral om de zorgvuldigheid van de procedures. Gevreesd wordt voor overhaaste en ad hoc besluitvorming en oneigenlijk gebruik van het Nimby-instrumentarium. Het blijft onduidelijk, aldus Natuur en Milieu, in hoeveel gevallen de Nimby-wet in de praktijk van toepassing zal worden verklaard. Ook is niet duidelijk hoe vaak de afgelopen jaren is geprobeerd de aanwijzingsin strumenten toe te passen die nu voorhanden zijn, maar waarbij bleek dat het huidige instrumentarium tekort schoot. Natuur en Milieu vraagt om een inventarisatie.

Als mocht blijken dat het daarbij gaat om omstreden poen als de Westerschelde Oeververbinding, de Kolencentrale op de Maasvlakte en een vuilverbrandingsinstallatie nabij Ypenburg, dan versterkt dat de zorg van de milieuorganisatie over de toekomstige zorgvuldigheid van de besluitvormingsprocedures. Men verwacht bovendien dat de bereidheid van rijk en provinciebestuur om een compromis met gemeenten te sluiten aanmerkelijk afneemt als zij over het Nimby-instrumentarium beschikken. Verbaasd is Natuur en Milieu ook over de mogelijkheid het Nimby-instrumentarium toe te passen zonder grondslag in het planologische of milieubeleid van provincie en/of gemeente.

Daar komt bij dat het vrijstellingsinstrumentarium zelfstandig kan worden toegepast.

De milieu-organisatie vreest daarom voor eenzelfde oneigenlijk gebruik van de vrijstelling als van artikel 19 WRO.

Reageer op dit artikel