nieuws

Nieuw ontwerp voor Koninklijke lijkkoets

bouwbreed Premium

We kennen in ons land verschillende musea waarin rijtuigen, koetsen en karossen worden tentoongesteld. We denken aan de rijtuigencollectie in Breukelen, aan een afdeling van het Rijksmuseum en aan Paleis het Loo, waar victorias en jachtwagens de aandacht trekken. Ook in het Streeklandbouwmuseum West-Zeeuws Vlaanderen staan koetsen en sjezen opgesteld.

Het nieuwste museum op dit gebied is het Rijtuigen- en Rariteitenmuseum in Heerlen.

Twintig jaar geleden begon Chris van Tilburg een cafe aan de bosrand van de stad, genaamd La Diligence. Dit cafe

werd een discotheek en voor de aardigheid kocht hij een oud rijtuig. Nu heeft hij met zon 150 oude koetsen naast het Nationaal Rijtuigmuseum in Leek (Groningen) de grootste collectie op dit gebied.

De opzet is anders dan in Leek, waar het Rijtuigmuseum is gevestigd in het landhuis ‘De Nienoord’ dat in de jaren 18851886 werd gebouwd op de fundamenten van een 17de eeuwse borg. Daar staan meer exclusieve exemplaren die werden verzameld door de stichting ‘Paard en Karos’ en rijtuigen en wagens uit de 18de tot de 20ste eeuw toont. We vinden daar tuigen, livreien, rijtuig- en reisaccessoires, schilderijen, prenten en tekeningen. Vanzelfsprekend is Ne derland in het algemeen en Groningen in het bijzonder trots op dit museum. Maar langzamerhand wint het museum in Heerlen ook aan populariteit. Alle modellen zijn vroeger in gebruik geweest en Chris van Tilburg streeft een grote variatie na. Zo vinden we in La Diligence, gelegen aan de Landweg 179, onder meer een Londense taxi (Engeland), een zigeunerwagen (Ierland), een melkwagen (Denemarken), een Omnibus (Frankrijk), een ijskarretje (Belgie), een ossewagen (Burma), een arreslee (Rusland), een lijkwagen (voormalig Tsjechoslowakije) en een brandweerauto (Oostenrijk).

Daarnaast zijn er nog circa 2000 attributen en rariteiten geexposeerd die rechtstreeks verband houden met het rijtuig, zoals brillen, oud gereedschap, pijpen, wandelstokken en tabakspotten. Ondanks de grote hoeveelheid tentoongestelde voorwerpen blijft alles overzichtelijk in het drie verdiepingen tellende museum.

Tot en met 30 september is er in het Nationaal Rijtuigenmuseum Nienoord in Leek een tentoonstelling met als thema ‘De Dodenkoets’. Daar kan men voor het eerst ook de ontwerptekening voor de Koninklijke lijkkoets bekijken die koningin Beatrix heeft laten maken. Het ontwerp is inmiddels ingediend bij het Koninklijk Staldepartement in Den Haag.

Aan de hand van dit ontwerp wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe lijkkoets, waarbij alleen het oude onderstel gehandhaafd blijft, evenals de gouden Koningskroon en witte struispluimen. De draperieen zijn van purperen stof met zilveren franje. Het geheel krijgt een wat classistisch aanzien.

De paarden zullen purperen rouwkleden dragen met zilveren franje zonder manenkap.

De koets krijgt een andere constructie. Bij de begrafenis van prinses Wilhelmina in 1961 moest de lijkkist bij aankomst van de rouwstoet voor de Nieuwe Kerk in Delft met behulp van een aluminium keukentrapje uit de koets worden getild. Dat was heel duidelijk te zien tijdens de tv-uitzending.

Het beeld was destijds een storend element in de reportage.

Een en ander was het gevolg van het feit dat de lijkkoets toen een zogenoemde zijlader kende. De nieuwe koets zal over een achterlader beschikken. De expositie in Leek bestaat verder uit een verzameling lijkwagens, volgkoetsen, rouwkleding en statierijtuigen.

Reageer op dit artikel