nieuws

Monumenten

bouwbreed Premium

Van 29 april tot en met 4 juli is er in het Verzetsmuseum, Lekstraat 63 in Amsterdam-Zuid een tentoonstelling over de April/Mei-stakingen van 1943.

Co de Kruijf

In tegenstelling tot de Februari-staking van 1941, die jaarlijks wordt herdacht, zijn de april/mei-stakingen wat in de vergetelheid geraakt.

Deze stakingen braken uit als protest tegen het wegvoeren van 300000 Nederlandse militairen. In heel Nederland en met name op het platteland werd gestaakt. Van Limburg tot Friesland lagen fabrieken stil, gingen ambtenaren naar huis en lieten boeren hun melk over het land lopen. Meer nog dan de Februari-staking betekenden deze grootscheepse stakingen een keerpunt in de bezettingsjaren. De Duitsers hadden gemerkt dat het niet was gelukt om het Nederlandse volk voor zich te winnen en lieten het tot dan toe gevoerde gematigde beleid varen. De stakingen werden met veel intimidatie en geweld neergeslagen, wat eigenlijk alleen maar leidde tot een toename van het verzet onder de bevolking.

De tentoonstelling werd gemaakt in samenwerking met het Museum Jannink in Enschede en de Stichting Oorlogs- en Verzetsmateriaal Groningen. De coordinatie was in handen van historica Liesbeth van der Horst. Zij heeft al eerder goed ontvangen tentoonstellingen van het Verzetsmuseum samengesteld. De tentoonstelling over de April/Meistakingen zal op verschillende plaatsen in ons land te zien zijn.

In verband met deze tentoonstelling werd op het Max Eu weplein een gedenkplaat onthuld aan de gevel van het kantoorgebouw aan dat plein. Dit kantoorgebouw is het voormalige Huis van Bewaring aan de Weteringschans, dat nu deel uitmaakt van een woon- en winkelcentrum aan dit plein.

Deze gedenkplaat kwam er op instignatie van het Max Euwe Centrum in samenwerking met het Comite Herdenking Februari-staking 1941. De onthulling vond plaats op donderdag 25 februari door burgemeester Van Thijn. “Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben hier duizenden Nederlanders, onder wie vele stadgenoten, gevangen gezeten. Het is niet te beschrijven wat een ellende, angst en wanhoop zich achter deze deuren heeft afgespeeld.

Voor velen was het Huis het voorportaal van concentratiekamp of executiepeleton” , aldus Van Thijn.

Het kunstwerk werd gemaakt door de glaskunstenaar Bernard Heesen en stelt twee glazen tranen voor op een blauwe achtergrond. Leerlingen van het Amsterdams Lyceum, die in grote getale aanwezig waren, hebben de gedenkplaat geadopteerd. Aan het totstandkomen van deze maquette hebben behalve het Verzetsmuseum Amsterdam, ook het Amsterdams 4 en 5 Mei-comite, (vertegenwoordigd door mevrouw M.E. Ysberg) en het architectenbureau P. Zaanen meegewerkt. Dit laatstgenoemde bureau ontwierp verleden jaar ook de gedenksteen die eveneens aan het Max Euweplein werd onthuld. Dit gedenkteken bestaat uit twee over elkaar geschoven stukken steen en is zo laag opgesteld dat geinteresseerden alleen door iets naar voren te buigen de tekst van Richter Roegholt ke lezen:’Misdaad gestraft, vrijheid gefnuikt, visioen bevochten, een open stad’.

Niet iedereen was het met deze tekst eens. Men vond de in de oorlog op de buitenmuur van de gevangenis gekalkte tekst ‘in deze bajes zit geen gajes, maar Hollands glorie potverdorie veel toepasselijker. Wethouder Genet legde uit waarom de tekst van Roegholt beter paste: “We wilden met de tekst niet alleen refereren aan de oorlog, maar ook aan het heden en de toekomst. Het moest vooral ook slaan op de nieuwe omgeving waarin het gedenkteken is geplaatst. Een plaats met een belangrijk verleden, maar in een nieuw stukje stad.”

De gedenkplaat die op het Max Euweplein in Amsterdam werd onthuld heette al gauw de ‘Twee tranen’. Onwillekeurig is daarbij gedacht aan het monument van de beeldhouwster Truus Mengers uit Stedebroec van wie verleden jaar op de grens van oud en nieuw Kralingen in Rotterdam een gedenksteen werd onthuld met het opschrift ‘Steen van de miljoenen tranen’.

Reageer op dit artikel