nieuws

Kleurgebruik in stedelijke omgeving

bouwbreed Premium

Het gebruik van kleur in het stadsbeeld, toegespitst op gevels, is onderwerp van het boek ‘Die Farbigkeit der Stadt’. Aan de hand van een aantal internationale voorbeelden hebben verschillende auteurs aangegeven wat kleur in de architectuur kan betekenen. Naast historische voorbeelden zijn ook recente trends in nieuwe wijken gesignaleerd Het nadrukkelijk gebruik van kleur in het stadsbeeld is aanzienlijk ouder dan men zich doorgaans realiseert. Een aardig voorbeeld daarvan vormen de Grieken. De klassieke monumenten van de Griekse cultuur, zoals we die nu nog kennen, zien er overwegend grijs uit, verraden soms nog het lichte marmer waarvan ze zijn gemaakt of andere kleuren natuursteen, die in de loop van de eeuwen een eigen patina kregen.

Het was jaren geleden dat ik in Washington met een net gerestaureerd museum in neo-klassieke architectuur werd geconfronteerd en op een zonnige middag opschrok van grote neo-klassieke portieken met welgevulde timpanen, waarvan de beeldengroepen kleurrijk waren beschilderd. Je schrikt even alvorens je je vaag herinnert dat zoiets ooit werd verteld in de geschiedenis van bouwkunst. Maar ook in Athene herkent men dat kleurgebruik terug in de restauraties van een universitair complex in neo-stijlen, die de Acropolis opeens doen verbleken.

Ook in de voorbeelden van de architectuur rond het Nieuwe Bouwen in Duitsland, waar men gemakshalve in soortgelijke termen als de in ons land gehanteerde aanduiding ‘witte villa-architectuur’ sprak, bleek de woningbouw van het Nieuwe Bouwen aanzienlijk kleurrijker te zijn geweest. Met na me in enkele Berlijnse wijken vond met kleurtoepassingen die nog weer aanzienlijk verder gingen dan het enkele jaren geleden gerestaureerde Haagse voorbeeld van de Papaverhof van Jan Wils uit 1922.

Recente voorbeelden In de jaren zeventig vloog Cobouw meerdere malen met vliegtuigen vol excursisten naar Parijs om in de voorsteden de kleurrijke architectuur van Emile Auillaud en medewerkend kunstenaar Fabio Rieti te leren kennen. La Grande Borne werd een begrip voor grote elementenbouw met een gevelafwerking in kleurrijk glasmozaiek, plaatselijk voorzien van grote kunstwerken.

In ons eigen land vond met name in de stadsvernieuwing een ommekeer plaats door toepassing van buitenisolatie met twijfelachtig gebruik van kleur en soms een muurschildering door kunstenaars. Het is een uiterste in ons land met zijn traditie van kleur in gebakken kleisoorten met hun natuurlijke kleurenscala, soms door toevoegingen wat beinvloed.

Over di’e ingebakken kleur wordt in het boek -dat in ons land met steun van Akzo ontstond- nauwelijks gesproken.

Alleen in het laatste hoofdstuk geeft een architect in acht bladzijden de kleurenramp aan van het Justus van Effenblok in Rotterdam-Spangen. De in gele baksteen opgetrokken woningen werden met veel moeite ‘gerestaureerd’, waarbij de schoonmaakoperatie van de gevels mislukte. Ondanks zijn acht paginas tekst en fotos wordt het ‘kleurconcept’ in een halve pagina tekst afgedaan met een kleurenfoto van de treurig stemmende verpaupering van dit jonge monument onder de halfslachtige en wezensvreemde afwerking…

Als het boek iets aantoont, dan is het dat het gebruik van kleur in feite nieuwe eisen stelt aan architecten en hun adviseurs.

Interessant zijn de voorbeelden uit historische steden, met kleurreconstructies. Maar voor de hedendaagse architectuur betekent het vaak een cosmetische ingreep die snel verkleurt en veel onderhoud vergt. Dan blijft het natuurlijk patina van baksteen aantrekkelijker en is af en toe een schoonmaakbeurt te overwegen, maar minder noodzakelijk dan een toegevoegde make-up. Dat vormt een interessante les uit dit boek, maar moet men vooral tussen de regels door lezen. De grafici die het boek opmaakten lieten daartoe voldoende wit tussen de regels van de tekst waarvoor een vergrootglas geen kwaad kan, maar nog niet bij het boek wordt geleverd. Maar dat is de voornaamste kritiek op het verder keurig verzorgde boek.

Ed. Taverne en Cor Wagenaar:’Die Farbigkeit der Stadt’. Uitgeverij: Birkhauser Verlag, Bazel 1992. Formaat:22 x 28 cm, 204 blz. ISBN: 3 7643 2745 6. Prijs:(gebonden in linnen band) Zw.Fr. 118.

Reageer op dit artikel