nieuws

Kamer op onderdelen oneens met Tracewet

bouwbreed Premium

Zoals kon worden verwacht heeft de plenaire behandeling van de Tracewet in de Tweede Kamer weinig opzien gebaard. Er viel Kamerbrede instemming op hoofdlijnen van het wetsvoorstel te beluisteren, slechts op onderdelen was er sprake van kritiek.

De Tracewet voorziet erin de tijd die is gemoeid met het doorlopen van de procedures voor de aanleg van belangrijke infrastructuur drastisch te beperken.

In de nieuwe opzet is gemiddeld geen acht, maar slechts drieeneenhalf jaar nodig om een beleidsvoornemen tot aanleg van infrastructuur te vertalen in een Tracebesluit. Deze winst wordt met name geboekt door beperking en stroomlijning van de vele beroeps- en inspraakmogelijkheden die er nu nog zijn.

Al bij de schriftelijke voorbereiding bleek de Kamer te ke instemmen met het doel en de opzet van het wetsvoorstel.

Het CDA twijfelde met name aan de tijdwinst die kan worden geboekt, en van die twijfel gaf Biesheuvel nog eens blijk.

“Of dat lukt, zal voor een belangrijk deel liggen aan de actieve rol die de rijksoverheid zal willen spelen.”

Groen Linkser Lankhorst gaf uiting aan zijn “grote aarzeling en twijfel” ten aanzien van de Tracewet, vooral waar het betrekking heeft op het vermogen van de overheid tot zelfcorrectie, reeel overleg met betrokkenen en een eventuele aanpassing of zelfs intrekking van het Tracebesluit. “Gezien de bestaande bestuursstructuur kan aan dat vermogen worden getwijfeld.”

De liberalen, die het wetsvoorstel ondersteunen, vroegen bij monde van Van Erp aandacht voor de planschade. De VVDer haalde het voorbeeld aan van een camping, waarvan de helft wordt onteigend, om er vervolgens een spoorlijn aan te leggen, waardoor de waarde tot nul daalt: “Wie betaalt dat?

” D66-er Versnel-Schmitz twijfelt vooral aan de te boeken tijdwinst en de wijze waarop de inspraak is geregeld. Zij diende een flink aantal amendementen in, bijvoorbeeld om de inspraaktermijnen, nu gesteld op vier weken, te verlengen tot zes. Een wens, die door de diverse oppositiepartijen, met uitzondering van de VVD, werd gedeeld.

Van Gijzel (PvdA), die overigens pas na het sluiten van deze krant kwam te spreken, maakte tegenover deze krant melding van een voorstel dat de PvdA zal doen om de inspraaktermijn op een minimum van vier en een maximum van acht weken te stellen, afhankelijk van het belang van een po.

In navolging van de meeste fracties voor hem wees Van Gijzel er tevens op dat ook voor de rijksoverheid een “fatale termijn” moet gelden: “Binnen de wettelijk daarvoor gestelde termijnen een besluit nemen, anders wordt de stoet ontbonden.”

Reageer op dit artikel