nieuws

EG stimuleert economie door samenwerking over grenzen

bouwbreed Premium

De grensgebieden van de Europese Gemeenschap leefden vaak met de rug naar elkaar toe, maar stonden ook in een randsituatie tegenover de ontwikkeling van hun eigen land. Vandaar het belang van Interreg, het initiatief van de Gemeenschap, dat is bedoeld om de grensoverschrijdende interregionale samenwerking te bevorderen. Sinds 1991 werden meer dan 31 programmas door de Europese Commissie goedgekeurd, waarmee een financiele bijdrage van de Gemeenschap van 1034 Mecu (f. 2,36 miljard) was gemoeid.

Dat meldt het directoraat-generaal Regionaal Beleid van de EG in een publikatie. De landgrenzen van de Gemeenschap hebben een gezamenlijke lengte van ongeveer 10000 km.

Hiervan vormen de grenzen tussen lidstaten ongeveer 60 procent, de rest zijn buitengrenzen tussen Griekenland, Italie, Frankrijk, Duitsland en hun Midden- en Oosteuropese buren.

Heterogeen

De grensgebieden beslaan 15 procent van het grondgebied van de Gemeenschap en vertegenwoordigen 10 procent van haar bevolking. Deze gebieden zijn uiterst heterogeen wat de bevolkingsdichtheid en de economische ontwikkeling betreft. Het inkomen per inwoner is echter vaak kleiner en de werkloosheid groter dan in de andere gewesten van hun land, hoewel vele ervan vrij welvarend zijn in vergelijking met het Europese gemiddelde.

In sommige grote EG-landen heeft hun perifere ligging ze verwijderd gehouden van de ontwikkeling van het bedrijfsleven en de politieke besluitvorming. Allemaal hebben ze te lijden gehad van het naast elkaar bestaan van rechts- en bestuursstelsels. In veel gevallen werden deze nadelen nog versterkt door een slechte communicatie over de grens heen, gebrek aan coordinatie tussen de openbare diensten en verschillen in taal en cultuur.

Overgangsproces

De grensgebieden vormen de frontlinie in het overgangsproces naar de eengemaakte markt en zouden deze situatie te baat moeten nemen om hun economische positie te verbeteren. De vormelijke veranderingen vanaf 1992 zullen echter niet automatisch leiden tot verbetering van de samenwerking tussen aangrenzende gebieden. Er zouden nieuwe moeilijkheden ke ontstaan voor de buitengrensgebieden die de periferie van de Europese markt gaan vormen. Tegelijk ke er voor hen, met het voortschrijden van de hervormingen in Oost-Europa, nieuwe markten opengaan. De binnengrenzen daarentegen zullen hun eigenheid verliezen naarmate de economische integratie vordert. Het ontwikkelingsniveau van de meeste grensgebieden maakt dat ze in aanmerking komen voor bijdragen uit de structuurfondsen via de communautaire bestekken. Naar schatting zullen ze langs die weg dertien miljoen Ecu toegewezen krijgen voor de periode 1989-1993.

De doelstelling van de communautaire bestekken is evenwel niet te voorzien in de bijzonde re behoeften van deze streken, noch de hinderpalen voor de grensoverschrijdende samenwerking weg te nemen. Tot in 1990 heeft de Gemeenschap dit doel nagestreefd door middel van financiering van een reeks proefpoen en studies. In juli 1990 besliste de Europese Commissie met dit voorbereide werk door te gaan en de basisacties uit te breiden -vaak met de steun van niet van de Gemeenschap afkomstige middelen- met een speciaal initiatief voor de grensgebieden:Interreg.

Hoofddoel

Hoofddoel van Interreg is de economische ontwikkeling te bevorderen via grensoverschrijdende samenwerking en de grensgebieden te helpen het maximum te halen uit de kansen en uitdagingen van de groeiende Europese integratie.

Het bijzondere van dit programma is dat de begroting niet door de lidstaten wordt toegewezen, maar op basis van de grens. Dit heeft ertoe bijgedragen dat er grensoverschrijdende partnerschappen tussen nationale regeringen en regionale en lokale overheden ontstonden en werden verstevigd.

Bij de selectie werd de nadruk gelegd op het scheppen van alternatieve werkgelegenheid in gebieden waar banen verloren gaan door het totstandkomen van de interne markt en op het opzetten van grensoverschrijdende structuren die de gezamenlijke poen moeten beheren.

Alle binnen- en buitengrensgebieden van de Gemeenschap komen in aanmerking voor Interreg. Alleen de Oostduitse deelstaten maken hierop een uitzondering, omdat Interreg werd ingevoerd voordat de Duitse hereniging had plaatsgevonden. Het niveau van administratieve afbakening van de voor deze actie in aanmerking komende gebieden is NUTSIII, in de genomaliseerde classificatie van de Gemeenschap. In enkele uitzonderingsgevallen wordt ook steun verleend voor activiteiten die zich in aangrenzende gebieden afspelen, maar die bij voorrang de inwoners van de in aanmerking komende gebieden ten goede komen. Vrijwel alle economische significante acties komen in aanmerking: gemeenschappelijke ontwikkelingsplannen, hulp aan het midden- en kleinbedrijf, vreemdelingenverkeer, transport- en telecommunicatienetten, preventie van milieuverontreiniging, milieubescherming, plattelandsontwikkeling, opleiding en werkgelegenheid. Deze acties ke uitgaan van de openbare, prive- of non-profit-sector.

Afwikkeling In de meeste lidstaten van de EG hebben de lokale en regionale overheden actief deelgenomen aan het definieren van de operationele programmas van Interreg en blijven zij een belangrijke rol spelen in de afwikkeling ervan. De meeste programmas worden in partnerschap beheerd door de nationale en regionale agentschappen van de betrokken lidstaten.

De Europese Commissie is vertegenwoordigd in de opvolgingscomites die op de tenuitvoerlegging ervan toezien. In enkele gevallen is het beheer opgedragen aan agentschappen voor grensoverschrijdende samenwerking, wat in aanzienlijke mate heeft bijgedragen aan het welslagen van de programmas.

De voorstellen van de lidstaten werden langdurig besproken, onder meer wegens het grote aantal partners. Het eerste van de 31 operationele programmas werd in juli 1991 goedgekeurd, het laatste in juli 1992.

Ze moeten tegen eind 1993 afgewerkt zijn.

Reageer op dit artikel