nieuws

E:De vereenvoudiging van de vestigingswetgeving is op zich een goede zaak. Men moet zich echter terdege realiseren dat er drempels worden weggehaald, die de werknemers beschermen.

bouwbreed Premium

E:De vereenvoudiging van de vestigingswetgeving is op zich een goede zaak. Men moet zich echter terdege realiseren dat er drempels worden weggehaald, die de werknemers beschermen.

Daardoor ontstaat mogelijk een sterke neerwaartse druk op de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. Bovendien dreigt de sociale infrastructuur in de bouw te worden uitgehold.

Vestigingswet Peter van der Valk en Lex Raadgever 1) ) In de begeleidende brief naar de Tweede Kamer erkent minister Andriessen van Economische Zaken de bovenvermelde negatieve consequenties, maar hij vindt dat een oplossing hiervoor niet door de minister moet worden aangedragen.

Volgens de Bouw- en Houtbond FNV en de Hout- en Bouwbond CNV moeten deze aspecten echter wel een belangrijke rol spelen bij de behandeling van de Contourennota in een mondeling overleg met de Vaste Kamercommissie voor het Midden- en Kleinbedrijf. Dit overleg wordt vandaag gehouden.

Modernisering De bonden delen de opvatting van de minister om tot modernisering van het vestigingsbeleid over te gaan. In de Contourennota stelt de overheid daarbij terecht de bevordering van de kwaliteit van het ondernemerschap voorop. Dit dient ook in de visie van beide bonden het uitgangpunt te zijn van het vestigingsbeleid.

Onder het begrip kwaliteit van ondernemerschap in de ruimste zin moet dan wel een verantwoord sociaal beleid, goede arbeidsomstandigheden en een zorgvuldig omgaan met het milieu worden begrepen.

Dit uitgangspunt dreigt nu in de voorstellen onder te sneeuwen door de nadruk op deregulering en vermeende EG-regelgeving. De introductie van aanvechtbare maatstaven voor regelgeving, zoals de “bijkans onomkeerbare neerwaarste ontwikkeling op economisch gebied” versterkt dit.

De nadruk op deregulering in plaats van op de kwaliteit van het ondernemerschap legt ook het gevaar van een aantal negatieve sociale consequenties bloot. Ten eerste verdwijnt voor een belangrijk deel de ordenende werking van de Vestigingswet. Indien bedrijfsactiviteiten niet meer zijn gebonden aan vergunningsvoorschriften, zal de controle op naleving van cao-bepalingen steeds moeilijker worden.

Beunhazerij Ook de indeling naar bedrijfsverenigingen is slechter vast te stellen. Het wordt voor bedrijven eenvoudiger om zich formeel in bedrijfstakken met lage arbeidskosten te vestigen.

Dat zal weer leiden tot scheve concurrentieverhoudingen, druk op de arbeidsvoorwaarden en grote controle-inspanningen van de sociale partners en bedrijfsverenigingen. Ten tweede leidt het afschaffen of vergaand beperken van vestigingseisen gemakkelijk tot beunhazerij en wildgroei van aanbieders, terwijl de afnemers zich in onvoldoende mate een beeld ke vormen van hun kennis en vakbekwaamheid. Vooral in de bouwnijverheid is de kans groot dat de ‘koppelbaas’- en andere frauduleuze praktijken in versterkte mate zullen plaatshebben.

Ten derde loopt het financiele draagvlak van bedrijfstakeigen regelingen gevaar. Veel ondernemers zullen wel willen profiteren van de voorzieningen, maar willen niet meebetalen. Dat bedreigt bijvoorbeeld het voortbestaan van collectieve vakopleidingsorganen, gezamenlijke arbeidsmarktpoen en collectief onderzoek.

Veiligheid Ten slotte verwachten de bonden dat de aandacht voor veiligheid, arbeidsomstandigheden van werknemers en milieu-eisen in veel bedrijven zal verminderen:enerzijds door een ontoereikend kennisniveau van de ondernemer en anderzijds door een toegenomen marktverstorende concurrentiedruk.

Bovenstaande kritiek laat onverlet dat de bonden voorstander zijn van modernisering van het vestigingsbeleid. Daarom hebben zij een aantal voorstellen gedaan waarmee de concurrentie in de bouw kan worden bevorderd zonder dat dit leidt tot een toename van de beunhazerij, koppelbaaspraktijken en verstoring van de markt.

Minister Andriessen heeft in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven de kritiek van de bonden serieus te nemen.

Hij deelt hun vrees dat de controle op de naleving van caobepalingen en van regelingen van bedrijfsverenigingen wordt bemoeilijkt. Dat geldt tevens voor de mogelijke uitholling van het financiele draagvlak van bedrijfstakeigen regelingen.

Vervolgens trekt de minister wel erg gemakkelijk de conclusie dat de Vestigingswet nooit is bedoeld om deze belangen te beschermen. Dat mag dan op zich een juiste constatering zijn, vele regelingen zijn mede gebaseerd op de ordenende werking van de vestiginsbesluiten.

De Bouw- en Houtbond FNV en Hout- en Bouwbond CNV vinden dat hiermee ook bij de modernisering van de vestigingswetgeving expliciet rekening dient te worden gehouden.

Niet ontvreden Hoewel de bouw- en houtbonden niet ontevreden zijn met de te wijzigingen die de minister heeft doorgevoerd, blijven de contouren van de genoemde negatieve sociale gevolgen van de Contourennota nog steeds zichtbaar. Misschien door de Tweede Kamer niet meer?

1) Peter van der Valk is beleidsmedewerker van de Bouw- en Houtbond FNV. Lex Raadgever is beleidsmedewerker van de Hout- en Bouwbond CNV.

Reageer op dit artikel